Vrijdag 26 mei 1786. We kregen in Ieper nu een ordonnantie rakende de luchtbollen, of lichttuigen die met vuur gemaakt waren, genaamd ‘Montgaffiers’. Men moest begrijpen dat in die tijd een zekere heer met name Blanckaert het uitgevonden had van een grote bol te maken waarin veel mensen er hun vermaak konden in nemen van die te zien opvliegen, hoog in de lucht.
En in de zilveren bol die gemaakt was als een wereldglobe, was plaats voorzien om vier mensen te kunnen inzitten. Daar was een komfoor met vuur in gesteld waarin men wat fabrikaatpoeder in deed door welke rook de bol altijd optrok naar de lucht, welke uitvinding de voornoemde heer Blanckaert geprobeerd had in de aanwezigheid van Jozef II, de regerende keizer die dat met veel voldoening bekeken had.
Maar zoals het in het algemeen gebeurde dat al de nieuwsgierigen zoals de apen alles wilden nadoen, zo was het gebeurd dat er personen luchtbollen gemaakt hadden en de kracht van het poeder dat ze moesten gebruiken niet kenden. En zo was er een bol in de zee gevallen, een andere op een toren en sommigen in het veld waar de boeren aan het werk waren. Ze namen dan de vlucht met hun boerentuig, ze gooiden hun schoppen, spades en zeisen weg in de overtuiging dat de duivels uit de hemel werden gesmeten.
Er vielen ook van die bollen op harde wegen waardoor diegenen die in de bol zaten hun armen en benen braken. Anderen vielen in de zee of in grote wateren waardoor de inzittenden verdronken waren. Toen de keizer al die zaken hoorde, wilde hij daar orde op zaken in stellen en om niet helemaal de wetenschap te verbieden had hij geordonneerd dat in de toekomst niemand dergelijke bollen zou mogen maken, tenzij met een octrooi van zijne majesteit, mits een betaling van 500 Duitse guldens en bovendien al de schade die veroorzaakt zou worden door dergelijke brandende bollen of andere brandende materie, enz. te betalen.
Dit is een fragment uit Boek 1785-1829 van De Grote Kroniek van Ieper


