Zaterdag 18 augustus 1888. Raadslid Vermeulen meldde dat er heel wat klachten gerezen waren binnen de stad i.v.m. de toepassing van het stadsreglement van 28 juni 1879 betreffende het orgelspel en andere muziekinstrumenten in de herbergen van Ieper. Hij haalde daarvoor het voorbeeld aan dat zich had afgespeeld in café ‘De Zon’ op de Grote Markt. Een groep zangers en zangeressen die aangetrokken werd door de uitbater van deze herberg om te spelen tijdens de nationale feesten had geen toelating verkregen om op te treden of concerten te geven.
Er werden heel wat stappen ondernomen bij de burgemeester en bij de politiecommissaris om alsnog permissie te krijgen maar die waren alleen maar gestuit op grote vooroordelen en een totaal gebrek aan interesse. Een desinteresse die dan op zijn beurt vaak niet het geval was bij aanvragen van andere herbergiers. Maar wat men aan de ene verbood moest men ook aan de andere doen!
Het ergste van allemaal was dan nog dat het reglement waarvan sprake het had over het spelen met het orgel en andere instrumenten en het op geen enkel punt het zingen betrof. En dus was hier sprake van een grove misvatting vanwege het stadsbestuur. Burgemeester Vanheule verweerde zich tegen deze beschuldigingen. Er werd altijd maar geklaagd door herbergiers en brouwers maar daarbij vergaten ze dan wel de talrijke klachten van hun buren die door het lawaai ‘s nachts onmogelijk de slaap konden vatten.
En de discussie van ‘De Zon’ waarvan sprake, had zich niet voorgedaan tijdens de kermis maar achteraf. Hij wees op het groot aantal problemen waarmee men zich geconfronteerd zag om het politiereglement in kwestie te doen naleven. In Ieper werden eind 1887 maar liefst 450 herbergen geteld waar bier aangeboden werd en in bijna 100 daarvan was er sprake van zingen, dansen en muziek spelen. Voor de nachtrust in Ieper betekende dat een ramp.
In andere steden, zoals in Brugge bijvoorbeeld, eiste het stadsbestuur hoge taksen in ruil voor deze vergunningen om op die manier hun aantal toch wat te beperken. Raadslid Colaert sloot zich aan bij de mening van de burgemeester. Maar toch moest hij zijn collega Vermeulen enigszins gelijk gegeven en mocht er tussen de onderlinge aanvragen geen verschil van interpretatie bestaan en dat dit precies de reden was geweest van de talrijke legitieme klachten.
Volgens hem mocht er misschien tijdens de kermisdagen wel enig onderscheid gemaakt worden tussen herbergen op de Grote Markt en die in de diverse stadswijken, maar al de etablissementen op de markt moesten dan wel over dezelfde kam geschoren worden. In het ene café werden zangers toegelaten en werd er gezongen, gespeeld en gedanst tot 3u in de ochtend terwijl in andere drankslijterijen de politieagenten al om middernacht met een proces-verbaal stonden te dreigen. Uiteindelijk besliste de gemeenteraad om tijdens een volgende zitting toch nog eens het stadsreglement aan een grondig onderzoek te onderwerpen.
Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper


