banner
nov 6, 2024
153 Views
Reacties uitgeschakeld voor De onthoofding van de graaf van Egmont

De onthoofding van de graaf van Egmont

Written by
banner

Begin juni 1568 – De aankomst van de hertog van Alva in augustus vorig jaar had prompt voor een paniekreactie gezorgd in de Nederlanden. De sektarissen gingen zich verschuilen in de bossen van waaruit ze uitvallen deden in de nabijgelegen dorpen en daarbij kerken vernielden en de priesters die ze op hun weg ontmoetten, afslachtten. Alva had de reputatie van meedogenloos streng te zijn. Er werd rondverteld dat hij ooit aan keizer Karel voorgesteld had om de complete stad van Gent te verwoesten. Zijn gruwelijke wreedheid had hij ondertussen al bewezen in Duitsland. Deze geruchten, gecombineerd met de oprichting van een Bloedraad en wat hij van plan was te doen, zorgde voor grote angst in de Vlaamse harten. Meer dan honderdduizend Belgen zochten hun soelaas in de vlucht en kozen ervoor om naar Engeland te verhuizen waar hen een warme welkom wachtte. De troon ginds was in handen van Elisabeth van het huis van Tudor. Ondanks haar bloedig verleden had ze gezorgd voor een grote welvaart in haar land. Er was voldoende werk en de nijverheid groeide en bloeide er. De koningin ontving maar al te graag al die arbeiders die de bron waren van de grote Vlaamse bloei in het verleden.

Ondanks de inspanningen van bisschop Rythovius en het Ieperse stadsbestuur emigreerden meerdere honderden Ieperlingen definitief naar Engeland. De Ieperse archieven stonden bol van de documenten, brieven van en naar adressen van Ieperse families in Norwich en Sandwich. De Ieperse bisschop was nog altijd – zoals in het verleden – bezorgd om zijn arme troep schapen bijeen te houden tot hij in die dagen opgeroepen werd om een rol te gaan spelen in een dramatische gebeurtenis. Op 4 juni ontving hij een dringende opdracht van Alva om zich onmiddellijk naar Brussel te begeven. Hij zette zich zonder verwijlen op weg en kondigde zich aan bij de hertog, zonder te weten wat er van hem verwacht werd. Een bijzonder onaangename verrassing was het. Alva overhandigde aan Rythovius de sententie met de doodstraf van de graaf van Egmont die in de loop van morgen zou uitgevoerd worden.

Bij het lezen van dit onverwacht nieuws trok de bisschop bleek weg, verward en wankelend viel hij voor de voeten van de hertog met het verzoek om Egmont gratie te verlenen. Alva wees hem op de rechtspraak die nu eenmaal zijn vervolg moest kennen. Maar zelfs de tranen van de Ieperse bisschop hadden niet de minste invloed op Alva. Integendeel ze leken hem zelfs te irriteren. ‘Ik heb u niet laten roepen om de uitspraak nog te veranderen’, zei hij, maar integendeel ‘om de beschuldigde voor te bereiden op zijn dood’. Wat precies de reden geweest was dat Alva dat verzoek deed aan Rythovius zou nooit geweten zijn, vermoedelijk had dit te maken met zijn zachtaardig karakter en ook met de goede relatie die de bisschop met hem had onderhouden toen Egmont nog gouverneur van Vlaanderen was.

Toen Rythovius zich om 23u aanbood bij Egmont moest hij hem de reden van zijn komst uitleggen en hem dus meedelen dat hij ter dood veroordeeld was. Een confuse graaf vroeg hem of er nog een kans op gratie bestond waarop Rythovius hem vertelde dat hij ook al die vraag had gesteld. Egmont zelf reageerde erg devoot en godsdienstig, wilde biechten en graag nog samen een mis bijwonen met de bisschop om samen te bidden. Egmont moest zich haasten want hij was verschrikt dat ze hem al zouden komen afhalen nog voor hij de kans zou gekregen hebben om de laatste sacramenten ontvangen te hebben. Egmont dacht aan zijn kinderen die hij nooit meer zou zien en aan de gevolgen van het aanslaan van zijn eigendommen voor hen. Zou hij nog iets moeten zeggen aan het publiek straks op het schavot? Rythovius raadde hem aan om te zwijgen.

Rond 11u van de 5de juni verscheen de graaf van Egmont op het schavot dat opgeslagen stond op de Brusselse Grote Markt, op dezelfde hoogte van de ramen van de zaal waar de graaf zich dan bevond en waar hij nu over een soort van brug naartoe moest treden. Zo kwam hij naar buiten, helemaal in het zwart gekleed, zonder de ijzers of kettingen terwijl hij de miserere uitsprak. Aangekomen op het platform keek Egmont in de richting van Julien Romero – de bevelhebber van de Spaanse troepen in de Nederlanden – die naast het schavot gezeten was op zijn paard. Hij vroeg hem of er geen hoop meer was, Romero schudde nog eens met zijn schouders. Egmont kreeg nu nog de tijd om nog even te overleggen met zijn biechtvader Rythovius en kreeg van hem de zegening. De graaf ontdeed zich nu van zijn damasten mantel en zijn hoed en legde zijn hoofd op blok, sprak nog een laatste Latijnse tekst uit tot de beul zijn zwaard ophefte en het bloed van de graaf van Egmont tot op de witte albe van de Ieperse bisschop spatte.

Na zijn executie gingen ze nu direct over tot de onthoofding van zijn nobele compagnon Hoorn. De graaf van Egmont was algemeen geliefd en zijn dood zorgde overal voor treurnis en tranen. Alva zelf bleef stoïcijns toen het drama zich afspeelde. De menigte die de onthoofding had meegemaakt spoedde zich nu naar het schavot en de mensen doopten hun zakdoeken in Egmont’s bloed en ze haastten zich vervolgens naar zijn begrafenis. De mensen gooiden zich op zijn kist, met zoveel tranen en respect dat het wel leek te gaan om de relieken van een heilige. En dit was dus het levenseinde van de graaf van Egmont, prins van Gavere, heer van Armentières, gouverneur van Vlaanderen, confrater van de gilde van Sint-Joris te Ieper, lid van het Gulden Vlies waar hij tot ridder geslagen was, net op dezelfde dag van de hertog van Alva. Hij liet een weduwe en twaalf kinderen achter die nu hun leven zouden verderzetten in de grootste ellende. Geraakt door hun ongelukkig lot zou koning Filips II later een pensioen regelen om op die manier de toekomst van dit nobel geslacht te ondersteunen. De graaf van Egmont was tijdens zijn leven erg geliefd en populair geweest bij zijn landgenoten en had grote militaire diensten bewezen aan Spanje en zijn koning. Vermoedelijk was hij te braaf en te goedgelovig geweest voor de mensen en was hem dat nu fataal geworden.

Dit is een fragment uit Boek 1529-1599 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1529-1599
banner