banner
sep 24, 2025
259 Views
Reacties uitgeschakeld voor De oude bib

De oude bib

Written by
banner

Zondag 17 september 1933. De inrichtingswerken van onze stadsbibliotheek waren ten volle aan de gang en vooraleer de lokalen zelf en de overblijfselen van de rijke vooroorlogse boekenverzamelingen te beschrijven, dachten we dat het voor onze lezers aangenaam zou zijn om iets te vernemen over onze vroegere bibliotheken. Het kapittel van de Sint-Maartenskathedraal dat uit drie leden bestond, die van Sint-Maartens, Terwaan en Veurne, hield voor de Franse omwenteling een zeer goed voorziene bibliotheek ter beschikking van het publiek.

Het had op eigen kosten veel zeldzame en kostbare handschriften verzameld die voor de liefhebbers van wetenschap, geschiedenis en letterkunde vrij ter beschikking stonden om hun geleerdheid uit te breiden. Kanunnik Sanderus die waarschijnlijk veel bijgedragen had tot haar stichting, had in een van zijn verhandelingen de namen van de stichters van deze bibliotheek nagelaten. Het waren kanunnik Georges Chamberlain, pastoor van Sint-Maartens en later bisschop van Ieper, deken Frans Van der Eyckem, Willem Zijlof die zelf een mooie boekerij bezat en nog diverse andere bekwame en godvruchtige kanunniken.

Deze bibliotheek bezat al vanaf 1640 enkele handschriften afkomstig uit de archieven van de kanunniken van Terwaan. Hieronder waren er verscheidene die – moesten ze ooit kunnen teruggevonden kunnen worden – waarschijnlijk een nieuw licht kunnen werpen op de geschiedenis van Morinië. De revolutionaire storm van 1794 verstrooide deze kostbare wetenschappelijke en letterkundige schat omdat het kapittel afgeschaft werd. Veel boeken werden naar verluidt naar Frankrijk verzonden, andere bleven bij hun oorspronkelijke eigenaars en werden in het begin van de 19e eeuw verkocht.

Gedurende 45 jaar bleef de stad van de weldoende invloed van een boekerij beroofd. In 1839 verenigden zich enige mannen met initiatief en ze stelden een commissie samen tot het stichten van een bibliotheek. De bijval die haar van in het begin af te beurt viel, bewees genoegzaam dat ze ten zeerste aan de algemene wens van de bevolking beantwoordde.

Op korte tijd werd bijna 8.000 frank ingezameld die tot het vormen van een eerste kern diende. Koningin Louisa-Maria stond aan het hoofd van de inschrijvingslijst. Het ijverige gemeentebestuur trok mee aan de kar en verleende een sedert meer dan 50 jaar verlaten gebouw, aanpalende aan de oude bisschoppelijke woning. Later werd het lokaal vergroot en een leeszaal, een vergaderzaal, een woning voor de portier en een lokaal voor de volksbibliotheek er aan toegevoegd. Dit oorspronkelijk lokaal dat van dan af aan diende als een grote stapelzaal was de eertijdse dienstkapel van de twee laatste bisschoppen van Ieper.

Daarenboven werd een som van 3.500 frank toegestaan door hetzelfde bestuur, ten einde de nodige veranderingskosten aan het gebouw te helpen bekostigen. Al de vaste bezoekers van onze oude bibliotheek herinnerden zich nog de heerlijke eiken houten muurbekledingen in stijl Lodewijk XIV, bestaande uit een breed hoofdgestel, de plaasteren borstbeelden van geleerden dragende, en die steunden op fijne bewerkte pilasters, welke door de toenmalige bibliothecaris al vanaf 1905 in kasten veranderd werden om er zijn menige aanwervingen op te bergen.

Het kostbare houtwerk dat tot de boog van het gewelf van de oude bisschoppelijke kapel opklom, kwam voort van het jezuïetenklooster en was eveneens een geschenk van de stad. Werken van reële waarde werden weldra nagelaten door de voornaamste families van de stad en deze giften stonden op een etiket vermeld dat langs de binnenzijde van het deksel van elk boek geplakt werd. Een gebruikswijze die tot aan de oorlog bleef bestaan. De jaarlijkse toelage van het begin af door de stad toegekend, werd in het vervolg en diverse keren vergroot.

Deze toename ging nochtans maar langzaam indien men haar vergeleek met de steeds toenemende uitgavekosten voor aankoop, abonnement op veelvuldige tijdschriften en inbindkosten. Vanaf 1910 waren de lokalen van de boekerij ontoereikend geworden en sommige hinderlijke en nooit geraadpleegde verzamelingen werden op de zolders van de middelbare school verbannen.

De stad vatte het door de oorlog zo ongelukkig verijdelde plan op om niet alleen de boekerij maar ook de archieven en collecties van het museum, die anders zo opeengestapeld lagen op de verdieping van het Vleeshuis nu te verenigen in de oude en haar vroegere luister herstelde abdij van Sint-Maartens. Deze letterkundige, artistieke en wetenschappelijke trilogie moest één van de kostbaarste parels toevoegen aan dit bouwkundig juweel, bestemd om als dusdanig het paleis der gedachte te worden.

Dit spitsvondig ontwerp dat de bewondering van de vreemdelingen moest opwekken, werd niet hernomen, hoewel tal van andere gebouwen, mits grote kosten heropgericht werden. Ons museum, hoewel nog arm, mangelde reeds aan ruimte boven de Vleeshalle. Onze bibliotheek was nu verbannen naar een volkswijk maar zou ons nu weldra opnieuw zijn verrassingen aanbieden. Voor de archieven diende er geen schuilplaats gevonden te worden vermits men ze in 1914 misdadig aan hun treurig lot had overgelaten.

Dit is een fragment uit Boek 1925-1945 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1925-1945
banner