banner
okt 13, 2025
84 Views
Reacties uitgeschakeld voor Schartelaars

Schartelaars

Written by
banner

Zaterdag 9 december 1922. Men zou waarachtig naar Ieper gaan uit plezier. Iedere keer vond men dat er een nieuwe uitvinding gedaan was, de ene al merkwaardiger dan de andere. Op het oosteinde van de Grote Markt stond vroeger het hospitaal dat ze het gasthuis noemden. Uit reden van het gevaar dat dit opleverde in het geval van besmettelijke ziekten had men besloten van dit gasthuis te verplaatsen naar een wijk die het ‘Torregat’ genoemd werd. Veel inwoners waren van gedacht dat de welgelegen en uitgestrekte grond waarop het vroegere gasthuis op gestaan had opperbest geschikt was om er een schoon gebouw op te richten waarin men gemeentebestuur, politiebureel, spektakelzaal, pompierkazerne en andere diensten van gemeentelijk belang zou kunnen in onderbrengen.

Zo had men, als men van het station komende op de Grote Markt geraakte, een schoon uitzicht gehad en al de gemelde diensten waren in het midden van de stad opperbest op hun plaats geweest. Maar ze hadden nog iets nuttiger gevonden en er een loodshuis opgericht. Omdat de vaart niet bevaarbaar was en omdat het misschien nog wel lang zou duren voor dat die bevaarbaar geraakte, hadden de bevoegde overheden zich, om toch een voldoening te geven aan de Ieperlingen, er op toegelegd om de straten bevaarbaar te maken. Te dien einde hadden ze die bedekt met een diepe laag bevaarbare modder.

Omdat ze daarvoor niet veel geld wilden besteden, hadden ze dit op heel goedkope en praktische wijze verricht. In de lastenkohieren van al de ondernemers die het leggen van waterbuizen, trams, gasbuizen, Beverdijkje, elektriek en suatiën aannamen, hadden ze een streng verbod ingeschreven van gelijk welke tranchees toe te dammen. Ze hadden het ook streng verboden van zand te gebruiken bij het opnieuw plaatsen van de kasseistenen. Deze moesten eenvoudig op de min of meer gevulde tranchee gelegd worden. Het zand moest vervangen worden door de vetste modder die men vergaren kon en deze modder moest er zoals smout op een ‘smoutstuute’ rijkelijk overstreken worden.

Op die manier kwam men wel wat grond over. Op straffe van boete was het verboden van deze grond weg te voeren. Men moest die laten liggen waar die lag. De wagens, auto’s, kamions, karren, enz waren dan belast die goed dooreen te malen tot dat alles er meer bepleisterd was. Omdat iedereen daar goed voor aanlegde en er zijn best voor deed, was het een wonder om te zien hoe men er in geslaagd was om de straten te arrangeren. De Sint-Maartens Nieuwweg, de Dhondtstraat, Poperingestraat, Sterrestraat, Botermarkt, Elverdingestraat, Leet en de Veurnesteenweg verdienden een bijzondere vermelding en het zou moeilijk zijn van te zeggen wie de eerste prijs verdiende.

Vooral de entrepreneurs van de heropbouw hadden zich onderscheiden. Met een beetje gewoonte waren ze tot een punt gekomen waar ze onovertroffen waren om mortel te maken in het midden van de straten, er leemaarde te storten, plafonneurskalk te gieten, er hele en gebroken bakstenen op te stapelen, enz.. Daarbij hadden ze er een handje van mee om hun camions, wagens en auto’s om ter zwaarst te laden, totdat de kasseien in hun modderbed aan het wemelen gingen zoals de baren van de zee. Men beweerde dat er al enkele kunstschilders naar Ieper zouden getrokken zijn want nergens kon men schonere taferelen van bergen, dalen, vijvers en van de onstuimige baren van de zee vinden dan op de straten van de parochie.

Men hoopte om weldra met een schip door te stad te kunnen varen, maar in afwachting was men nog verplicht om er met karren en wagens en zelfs te voet door te trekken. Voor wie niet goed op de hoogte was van alle obstakels, putten, dalen, modderpoelen, enz. was dit een gevaarlijke zaak geworden. De onvoorzichtige lieden die het waagden, waren zeker van hun zaak; voor ze een halve straat ver waren, lagen hun wagens met gebroken as en wielen ergens te verzinken en als ze niet goed konden zwemmen, lagen ze zelf hopeloos te spartelen tot aan hun kin in de modder.

Het was om deze reden dat de Ieperlingen een loodsdienst ingericht hadden. Deze loodsen waren kloeke kerels en waren wel voorzien van repen en haken om de ‘schartelaars’ die verzonken er te kunnen uitvissen. Alle voetgangers, automobielen, rijtuigen die door de parochie wilden trekken, moesten zich laten begeleiden door deze loodsen. Het was daarom dat men het loodshuis op de schoonste ligging van de plaats ingericht had.

Dit is een fragment uit Boek 1918-1924 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1918-1924
banner