banner
okt 19, 2025
415 Views
Reacties uitgeschakeld voor Wij willen Willem weg

Wij willen Willem weg

Written by
banner

Zondag 8 december 1929. Er kwam reactie op het bericht van de teruggevonden gedenksteen van de Menenpoort die daar door een Hollander was aangebracht. Vooral de buitenlieden van het Ieperse hadden dit met veel belangstelling gelezen. De landlieden hielden van oudsher van een sterk Ieper en ze vertelden aan hun kinderen en kleinkinderen hoe men in bange tijden naar de stad vluchtte, waar niet alleen de aanzienlijke kloosters en kastelen hun schuilhuizen hadden maar waar ook de voornaamste burgers ten gevolge van het hagepoorterschap een verblijfrecht hadden.

Toen Lodewijk XIV onze stad veroverd had, liet hij Ieper door zijn sterktebouwer Vauban meer dan vroeger versterken en aan de binnenkant van de Menenpoort werd een steen aangebracht van 4m x 1m30 voorzien van de volgende lofrede: ‘nu de christen wereld weer in vrede hersteld is en de ketterij uitgeroeid, maakt Lodewijk de Grote van de vredestijd gebruik om het vroeger bespottelijk slecht versterkte Ieper te versterken met nieuwe borstweringen, door schone poorten te versieren, door uitgelezen en tuchteloze krijgers te bewaken.’

‘Gelukkige burgers! Onlangs aan de wettige heerschappij terug geschonken, acht u in veiligheid. Een onoverwinnelijke koning, wijs van zinnen, moedig van inborst, groot in macht, ijvert steeds om uw behoud.’ Getekend in het jaar 1686. 134 jaar later keerde de Hollander de steen buitenste binnen en dan las men ‘Europa nu in vrede hersteld en Napoleon omvergeworpen zijnde, heeft Willem I, Ieper-stad vroeger slecht versterkt door Lodewijk XIV, echter door slechte borstweringen omringd, nogmaals door nieuwe verschansingen hersteld.

Burgers! Onlangs aan een gelukkig beheer terug geschonken, acht u in veiligheid. Een grootmoedige koning, wijs van zinnen, moedig van inborst, onvermoeibaar in het werk, ijvert uit heel zijn hart om uw behoud. In het jaar 1820.’ De wijsheid van de koning bestond echter meer met de naam dan met de daad.

Tien jaar later las men over hem links en rechts: ‘wwww, wwww, wwww of meer bepaald Wij willen Willem weg, Wil Willem wijzer worden, Wij willen Willem weer.’ Vruchteloos hadden we, vooral in 1829 en begin 1830 verkleefde vrienden zoals Willems van Antwerpen, de koning gewaarschuwd geen verbittering te zaaien, maar de wijze vorst had geen lessen van Zuid-Nederlanders en vooral van katholieken van doen. Het land kwam nu in opstand. Sommigen als Willems, uit liefde voor het Dietse volk, anderen echter uit eigenbelang, bleven de koning genegen. Hier in Ieper waren er enkelen; namelijk Carton en Titeca.

Deze Titeca zou wel Henri Titeca van Voormezele zijn die naar den vreemde vertrokken was en wiens dochter in Amerika getrouwd was met meestersmid Ford. Hun kleinzoon was de vermaarde autofabrikant die de wereld met zijn Fordwagens heeft overstroomd.

Koning Willem zou de Belgen met de wapens bedwongen hebben, maar Frankrijk loerde en kwam tussen, gevolgd door Engeland. Het rijk der kaaskoppen nam een einde en het rijk van de kaasvreters begon. Uit zucht naar niet versperde wegen eiste Frankrijk de sloping van onze vestingen. Van de twee gelijkluidende opschriften boven de Menen- en Tempelpoort werd er een ter bewaring op de westelijke koer van de lakenhalle geplaatst. Het andere – helemaal verbrokkeld – werd als afval verkocht. Een stuk van een vierde steen bestond nog te Reningelst en was 25 jaar geleden van de kasteelmolen naar de Westouterstraat verhuisd.

Een ander deel van de vierde steen dat onderaan in de pomp lag in de kasteelmolen, werd met de oorlog helemaal verbrijzeld. Na de oorlog, toen de koer van de lakenhalle ontruimd werd, had bouwmeester Coomans de gedenksteen die in twee gebroken was in stilte naar het Sint-Maartensklooster doen vervoeren. Priester G.L. had vruchteloos gezocht rond de halle en dan was hij de allesweter, stadsknecht Vlaemynck gaan raadplegen. Daniël Declerck die de steen opgemerkt had in het Sint-Maartensklooster en vernam dat de pastoor er ook naar op zoek was, had de goedheid gehad om hem op de hoogte te brengen van zijn vondst.

Dit is een fragment uit Boek 1925-1945 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1925-1945
banner