banner
aug 25, 2025
210 Views
Reacties uitgeschakeld voor Een ‘perfecte’ dag

Een ‘perfecte’ dag

Written by
banner

Vrijdag 7 september 1917. Ik wou al lang naar Ieper vertrekken maar het ging er zo stormachtig aan toe dat noch brigadegeneraal Newton noch ikzelf het gerechtvaardigd vonden om dergelijke risico’s te nemen. Vooral omdat het onze zaken niet waren om naar ginder te reizen. Trouwens; niemand werd er onder geen enkel beding binnengelaten, met uitzondering voor de actieve dienst. We dachten dat, nu de strijd om de Meenseweg aan de gang was, de Hunnen overdag wel hun bezigheid zouden hebben dan de zaken heel erg ongezond te maken in Ieper.

Onze inschatting bleek correct. Gisteren bevonden we ons niet ver van Ieper met onze laatste batterijen van zware mitrailleurs en we voelden ons redelijk zeker dat we er nu zouden kunnen voorbijrijden. Ieper was aanzien als een verboden stad en we werden verteerd door nieuwsgierigheid, de geest van het avontuur en de geur van gevaar die er hing. Ieper moesten we echt toch wel eens gezien hebben. Uiteraard voorzagen we ons van gasmaskers en tinnen helmen. We beleefden een fascinerende trip door de omgeving, een uitgestrekte wildernis die begroeid was met betonnen bunkers, dug-outs en bezaaid met afval van munitie en vuilnis.

We beleefden een hete dag, de hemel was heerlijk blauw met alleen maar wat schapenwolkjes als animo. Bij aankomst aan de uitgestrekte serie van observatieballonnen zagen we niet ver van ons een donkere rookwolk opstijgen van een brandende boerderij die gediend als een soort van miniatuurversterking voor onze troepen. We besloten om de laatste mijl die ons scheidde van Ieper te voet af te leggen, want wat moest men doen met paarden in het geval we dekking zouden moeten zoeken? We stapten binnen via de Belgian Chateau (Marshofstraat) waar we arriveerden net op het moment dat er een einde kwam aan een bombardement, want dit kasteel was een belangrijk hoofdkwartier van de geallieerden en had vanochtend alleen al meer dat honderd granaten moeten verduren.

De Hunnen bombardeerden de wegen overdag maar matig en concentreerden zich vooral op de kruispunten om toch wat zuinig te zijn met hun munitie. We besloten om de weg te volgen en waagden het er op. Het verkeer in de richting van Ieper was enorm druk. Maar de Menenpoort werd ontweken door een alternatieve route buiten de stad. We kwamen voorbij door de buitenwijken van de Kruisstraat waar de huizen compleet gestript waren. Een tijdelijke houten brug liep over het kanaal naar de Ijzer, maar dat was nu alleen nog maar een grote diepe sloot met stilstaand water begroeid met gras en biezen.

De gasfabriek aan onze rechterzijde toen we binnenkwamen in de stad was niet meer dan een hoop verwrongen staal. De Hunnen maakten al serieus wat lawaai achter ons met hun acht en negen inch granaten, zo oorverdovend dat we niet moesten denken om met elkaar te praten. Het was intrigerend om de stapels bakstenen en het stof te zien opveren telkens een Duitse granaat explodeerde, hoewel een heel deel ervan niet eens ontplofte. Letterlijk elke woning aan weerszijden van de straten was vernield en alle schone drie lanen-boulevards lagen rondom bezaaid met zwart verkoolde boomstronken. We kwamen voorbij vier stel treinrails die allen overwoekerd waren met gras. De lantaarnpalen en de elektrische lichten slingerden tussen roestig ijzerwerk en kabels en het treinstation was compleet doorzeefd van de bommen.

Aan de formidabele vijftiende-eeuwse lakenhalle was een klein stuk van de toren en de inkomhal overgebleven maar de rest van de gevel met zijn honderden gebeeldhouwde standbeelden was nu alleen nog maar een puinhoop. We staken hier over op een plaats die een plein moest voorstellen, nu waren we niet ver meer van de Menenpoort. Een verkeerswachtpost verwittigde ons dat we niet voorbij mochten komen aangezien het aantal gevallen slachtoffers die dag uitzonderlijk hoog was. Dat was de reden waarom we beschutting zochten achter wat er overgebleven was van een huis.

En ondertussen konden we door een opening in de vestingmuren – benoemd als de Menenpoort – het flitsen van onze artillerie voor ons zien. En dat terwijl het achter ons een kabaal vanjewelste was. De Duitse granaten kwam overgevlogen, in dichte buien en ijselijk snel met de bedoeling om de oude versterkingen te treffen, meer bepaald de vestingmuur van veertig voet hoog aan weerszijden van de Menenpoort met daarachter aan de voet van de muur een waterpartij. In deze vestingmuren waren nissen geslagen en daar zochten nu honderden mannen hun toevlucht bij elke granaataanval.

Vorige week nog waren hier een deel officieren in de mess van hoofdkwartieren ingesloten en verstikt door een Duitse bomexplosie. In onze buurt zagen we geen enkel levend wezen, met uitzondering van de schildwacht die moest verijdelen dat hier iemand toch voorbij wou komen. Terwijl het bombardement aan de gang was, dreven twee zwanen doodbemoederd rond op het wateroppervlak naast de Menenpoort. We voelden ons best gelukkig om een lift te krijgen in een verdwaalde truck die ons terugbracht tot bij onze paarden en na de obligate bier en sigaretten keerden we via een zanderig pad terug huiswaarts.

Die avond, vrij kort na onze aankomst stuurden de Fritzen twintig vliegtuigen over Ieper die tussen 21u30 en 2u00 tonnen en tonnen van bommen uitgooiden. Rond middernacht raakte de vijand de enorme munitieopslagplaats en vloog er voor een bedrag van zeker honderdduizend pond van geallieerde explosieven de lucht in. De rook van de ontploffing was tot kilometers ver in de omgeving te zien. En zo eindigde onze ‘perfecte’ dag. Ik zou later nog herhaalde keren op bezoek komen in Ieper, door de Menenpoort rijden op weg naar de slagvelden van Passendale maar ik zou nooit meer zo sterk onder de indruk raken dan bij mijn eerste bezoek aan deze historische plek.

Dit is een fragment uit Boek 1916-1917 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1916-1917
banner