banner
feb 18, 2025
161 Views
Reacties uitgeschakeld voor De école Moyenne

De école Moyenne

Written by
banner

Voorjaar 1921. De stad Ieper die na het eindoffensief nog slechts één grote puinhoop was, kon haar vroegere bevolking niet herbergen. Omdat veel oud-leerlingen van de gewezen Rijksmiddelbare school van Ieper zich in Poperinge vestigden had Maurice Gorissen in 1918 de nodige stappen ondernomen om de Ieperse Rijksmiddelbare school te openen in Poperinge. Terwijl dat gebeurd was begon men in 1920 te midden van de puinen van de verwoeste vaderstad aan het oprichten van een Ieperse filiaal, met als officiële titel ‘Ecole Moyenne d’Ypres, provisoirement installée à Poperinghe’.

Dit filiaal zou geleidelijk uitgroeien tot een volledige middelbare school die op 3 januari 1923 officieel de ‘Ecole moyenne d’Ypres à Ypres’ zou worden. De school in Poperinge zou dan veranderen in de Rijksmiddelbare school van Poperinge. Op die manier schonk Ieper het leven aan een RMS te Poperinge, die, begonnen op 18 november 1918 dit jaar al 267 leerlingen telde. De hele school werd ondergebracht in barakken. Ondertussen werd te Ieper gewerkt aan de voorlopige wederopbouw van de stad. De moedigen en diegenen die van aanpakken wisten, kwamen het eerst terug. Het zompige Minneplein werd herschapen in een houten stad. De barakken van het Albertfonds rezen er op als paddenstoelen en tussen de barakken door liepen er loopbruggen.

Er werden daar drie barakken voorzien voor de eerst teruggekeerde leerlingen. De eerste barak die moest dienen tot onderdak voor de leerlingen van de Rijksmiddelbare school werd opgetimmerd op de speelplaats van de oude school, te midden van het puin, in de latere tuin van het karmelietenklooster. Zonder een benoeming vanuit Brussel af te wachten was M. Gorissen van wal gestoken. Juffrouwen Verhalle en Wullus – onderwijzeressen van de stedelijke meisjesscholen – waren belast geweest met het openen van de school. Op 31 mei 1920 was P. Tamborijn hen komen aflossen, ‘s anderendaags vervoegde K. Gheerardijn hem. Er werd les gegeven voor twee klassen in een grote barak met drie lokalen.

De stoffelijke inrichting van de school was erbarmelijk en de situatie gevaarlijk, want bij de barak stonden nog wankele muurpanden recht. De banken waren loodzwaar en er waren geen borden. De leerkrachten schreven op de oneffen wanden van het klaslokaal. Didactisch materiaal bestond er niet. De heer L. Pauwels die tijdelijk het bestuur van de school had opgenomen, had zich in september 1920 bij de twee leerkrachten vervoegd. Tijdens het schooljaar 1920-1921 was er sprake van drie klassen. Elke klas bezat twee studiejaren. De heer Rouckhout werd aangesteld als eerste bestuurder. De school was nu toch al wat beter ingericht.

Volgend voorval schetste de sfeer in Ieper; de middelbare afdeling was ondergebracht in een tweede barak die op de Kiekenmarkt stond. Op een schone maandag echter was die barak goed en wel verdwenen. Men had ze tijdens het weekend gestolen en weggevoerd. Beeld u in hoe verbouwereerd leraars en leerlingen opkeken toen ze die dag met volle ijver aan het werk wilden gaan. Men kon zich amper een idee inbeelden wat deze baanbrekers in die tijd doormaakten. ‘s Winters waren de inktpotten soms bevroren. Bij stormweer hadden de leraars en leerling de daver op het lijf voor zwiepende restanten van muren van het stukgeschoten vooroorlogse schoolgebouw. De speelplaats was hobbelig en lag vol puin.

In de klassen van de kazerne die het best op krochten leken en waar men later les gaf, droop het water van de dikke muren. En toch kwamen er jaar na jaar altijd maar leerlingen bij. Diverse klassen dienden wegens overbevolking gesplitst te worden. Ondertussen zorgde ‘Monsieur le Haut Commissaire Royal pour la Reconstruction d’Ypres’ voor de vlugge voortgang van de bouwwerken. Op 4 augustus had M. Gorissen aan burgemeester en schepenen verzocht om dadelijk de oude gebouwen bij de Vismarkt weer op te trekken. De school zou volgens het eerste plan op de oude plaats heropgebouwd worden en er was al een aannemer aangeduid. Een maand later beschreef Gorissen zijn vroegere school: het gebouw langs de Vismarkt bevatte vier klassen, twee op het gelijkvloers en twee op de verdieping.

De hoofdingang stond in het midden van de gevel en liep uit in een kleine hal waar de trap stond en die voldoende ruim was om te dienen als vestiaire. Gorissen zag dat al opnieuw helemaal zitten. Maar ondertussen werd al over een ander plan onderhandeld. De grond en de ruïnes van de oude school zouden verkocht worden aan de paters karmelieten die het op zich zouden nemen om de voornaamste gevel van de oude school te herbouwen, om er de herinnering ervan te vereeuwigen. De nieuwe school zou dan wat verder kunnen opgericht worden op een groter terrein van 32 are, toebehorend aan baron de Posch, voorzien van een grote tuin, twee huizen en een koetspoort. Beide partijen gingen akkoord.

Dit is een fragment uit Boek 1918-1924 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1918-1924
banner