Woensdag 14 oktober 1914. Er verscheen een machtig Brits leger in de stad. Men sprak van veertigduizend soldaten die bewonderenswaardig uitgerust waren. Ze namen bezit van Ieper. Toch beperkte het grootste deel van de Britten zich tot een simpele doortocht. De stad was volgelopen met vluchtelingen die vanuit het zuiden en het oosten van de bezette provincie toegestroomd kwamen naar Ieper.
…. Precies acht dagen, dag op dag na de bloedige intrede van de vijand in onze geliefde stad, kwamen onze bondgenoten – de Britten – met een leger van veertigduizend mannen de stad binnen. Ieper stond – net als verleden week – weer helemaal in rep en roer. Maar ditmaal was het geen angst en vrees meer die zich van de bevolking meester maakte, maar bewondering.
Nieuwsgierigheid en hoop dreef iedereen uit huis om de verlossers toe te juichen en te begroeten. Die dag waren er heel veel mensen die zonder bereid middagmaal rond het middaguur op de markt stonden om al die Britse soldaten te bekijken. Een gedeelte van dit Brits leger ging de vijand tegemoet, een tweede deel bleef in de stad overnachten om later te volgen. Van die dag af tot aan het einde van de oorlog zou Ieper nooit meer zonder Britten zijn.
…. De eerste Fransen arriveerden over het Wieltje en het Moorteltje. De familie Debrabandere was de eerste die de Franse cavalerie op het erf kreeg. Ze bleven er niet lang en trokken naar Passendale. Op 17 oktober zouden er nog terugkeren. Dit keer waren het territoriale troepen van de 87e Divisie. De artillerie van de 174e Brigade bracht haar batterijen in stelling op het Klokhof en de infanterie ging loopgraven bouwen oostelijk van het kanaal tussen het Klokhof en Pilkem.
Tussen Pilkem en het Moorteltje lag het 79e Regiment van de Territorialen. Vanaf 15 oktober zouden de hoeve en Sint-Jan nooit meer zonder soldaten zijn. Met de enen konden we het beter stellen dan met de anderen. De bewoners werden gewantrouwd en voor medelijden was geen plaats.
…. De eerste krijgsgevangen Duitsers die te Boezinge gezien werden, bleken vliegeniers te zijn. Een week voor de Duitse infanterie onze grenzen zou bereiken, cirkelde een verkenningsvliegtuig met twee inzittenden boven Boezinge. Britse soldaten, gekantonneerd in de weiden en rond de boerderijen tussen Boezinge en Brielen beschoten het toestel met hun geweren.
In deze fase van de oorlog was het gebruikelijk om te proberen een verkenningsvliegtuig naar beneden te halen om het te beletten zijn opdracht te laten uitvoeren. De Britse soldaten schoten raak! Het Duitse vliegtuig kwam neer in een weide bij het Peerdebos aan de Reningestraat, gewezen grondgebied van Brielen, niet ver van de dreef die leidde naar de boerderij van weduwe Amand Lemahieu-Marant.
De twee inzittenden brachten het er heelhuids van af en konden ontsnappen in de richting van het kasteel. Ze werden gezien in de kasteeldreef. Oscar Quaeghebeur bemerkte twee gestalten in lederen jas die inderdaad door de kasteeldreef slopen en aarzelden of ze zich tussen de huizen van het dorp zouden begeven. Ze liepen weg langs de achtertuinen in de richting van Lizerne.
Even later werden ze ingerekend omdat ze zo onverstandig geweest waren om aan Arthur Blootacker te vragen hoe ze in Brugge konden geraken. Die verwittigde zijn burgemeester die op zijn beurt een seintje gaf aan de legerautoriteiten. De vliegeniers werden uiteindelijk ontdekt in een doornhaag bij de hoeve Donck, niet ver van het Sas. Ze werden door de Fransen met de wagen meegenomen naar het huis van pastoor Georges om er een eerste verhoor te ondergaan.
Het neergestorte vliegtuig had ondertussen veel bekijks. De inwoners van de Vierlinckhofhoek beleefden er de sensatie van hun leven. Wie van onze inwoners had immers ooit al een vliegtuig gezien? Ja, misschien wel eens in de lucht, maar zeker nooit aan de grond! Van alle kanten kwamen de nieuwsgierigen toegelopen. Maar de Britse soldaten waren er ook als de kippen bij en verboden dat. Ze wilden liever de machine afbreken om souvenirs te verzamelen. Om het volk tevreden te stellen, deelden ze allerlei stukken van de machine uit aan de burgers. Toen er niets meer te halen viel, staken ze de resten in brand.
…. Ieper werd bezet door het Brits leger. Aan al de poorten stond er een Britse schildwacht en ze kregen elk het gezelschap van twee pompiers. Die mannen waren in burgerkledij met een armband in de kleuren van de stad. Een Brits regiment arriveerde per spoor. Dat gebeurde rond 9u. Ik stond als schildwacht aan de Veurnesteenweg bij de vaart. De lucht was mistig. Opeens zagen we een Duits vliegtuig laag boven de Veurnesteenweg vliegen.
Van alle kanten schoten de Britten op het toestel. Het zwenkte een weinig boven de stad en was verplicht te landen in een weide tegen Brielen. De mensen juichten de Britten toe. De twee Duitsers die geen letsel opgelopen hadden, verstopten zich en vroegen aan Hector Storme de weg naar Kortrijk.
Ze werden gevangengenomen en meegevoerd. Hun benzinetank was doorschoten. De hele dag wemelde het van de Tommies! Na de middag trokken de Fransen de Menenpoort uit. Men vertelde dat er wel twintigduizend gepasseerd waren. Men schatte het Brits leger hier in de stad omtrent de vijftigduizend man sterk. Ze werden overal goed onthaald en overnachtten hier bij de burgers of in de openbare gebouwen.
Bij de burgers waren de Tommies seffens thuis. Ze zagen de kinderen graag. Bijna overal hadden ze de kleintjes op de knieën zitten en deze babbelden van ‘English’ en van ‘Yes’. Iedereen deed zijn best om hen te verwelkomen. De Schotten met hun korte rokjes hadden veel bekijks. Men vreesde het naderen van de Duitsers, maar het volk was er nu gerust in, want ze werden geholpen door deze flinke soldaten.
Er kwamen er nog steeds Britse troepen binnen. Ze kwamen echter niet meer voorbij de Kalfvaart. De scholen waren bezet door de troepen en daardoor waren we allemaal met verlof. Mijn tante sprak een woordje Engels en ging een praatje slaan met een schildwacht aan de Torhoutpoort. Ik ging mee. De schildwacht bleek een Nieuw-Zeelander te zijn die om de tijd te verdrijven kousen aan het breien was.
Plots hoorden we een vliegtuig aankomen van boven de stad. De schildwacht wierp zijn breiwerk op de grond, schouderde zijn geweer en schoot naar het vliegtuig dat langzaam hoogte verloor en boven de huizen van de Pennestraat scheerde. Het Duitse vliegtuig viel tussen Brielen en Boezinge.
Britse patrouilles rukten uit om de piloot op te sporen. Vanaf gisteren beleefden we ook de intrede van Franse legerafdelingen. Die kwamen niet voorbij de Kalfvaart maar kwamen Ieper binnen door de Rijselpoort. Ze verdeelden Ieper-stad fifty-fifty met de Britten. Zo’n grote troepenmacht. Het kon niet anders dan dat de oorlog snel voorbij zou zijn!
Maar na de intocht van de geallieerden volgde de uittocht van de burgerbevolking van Passendale, Poelkapelle, Zonnebeke, Beselare en Geluveld. Het voedsel werd schaars en de vluchtelingen morden en beschuldigden de winkeliers van slechte wil.
De Ieperlingen hadden nu zelf moeite om aan brood te geraken. De vluchtelingen stonden in de rij in het straatje achter Huegebaerts aan de hoek van de Pennestraat met de Kalfvaart, om brood te krijgen. Moeder ging langs de winkel binnen. De bakkerin weigerde eerst om brood te bestellen maar even later verontschuldigde ze zich en haalde ze een onder haar voorschoot verstopt brood tevoorschijn.
… De hele nacht bevonden er zich Duitse wachten op verscheidene plaatsen van de parochie Dikkebus. Rond 8u30 hielden twee Duitsers de wacht aan de Kerkstraat. Twee of drie burgers stonden met hen te praten. Plots doken er vijf Britse paardenmannen op.
Ze kwamen dwars door de velden langs de kalsijde naast herberg ‘De Congo’. De Duitsers zagen niet meteen dat het Britten waren en een van hen naderde enige stappen om hen beter te kunnen zien. Tot plots wel vijftien geweerschoten weerklonken. In een oogwenk waren de Duitsers op hun paarden gesprongen en weggevlucht in de richting van Kemmel.
De Britten reden de Kerkstraat in en achtervolgden hun vijanden. Ze losten daarbij diverse geweerschoten. Een van de wachters werd geraakt. Het was allemaal bloed voor de deur van Jules Goethals. Zijn maten hadden hem meegenomen naar Kemmel; maar toen ze van daar moesten vluchten, hadden ze hem er achtergelaten en zo werd hij krijgsgevangen. Herbergier Camille Blomme had ook een schram aan zijn knie van een kogel. De stenen waren op vijf plaatsen uit de muren geschoten.
Het duurde verscheidene minuten eer de mensen uit de huizen durfden te komen. De hele dag waren er nochtans Duitsers op onze parochie verscholen gebleven (vooral aan de kant van Kemmel) hoewel de Britten reeds volop de parochie binnenkwamen. Rond 10 uur zagen wij een Duitse vliegmachine boven Dikkebus. Het tuig cirkelde tot boven Voormezele, waar het plots een bocht maakte en terugkeerde. En onmiddellijk volgde er hevig geweerschut dat verscheidene minuten aanhield.
Het vliegtuig vloog weg, maar weldra zagen we dat het getroffen was en snel hoogte verloor. De vliegeniers vielen over Ieper in de handen van de Britten. Er zaten twee officieren in en ze hadden verscheidene bommen mee. Rond de middag reden driehonderd Britse ruiters door het dorp en heel de dag zagen wij er nu en dan passeren.
Een groot leger Britten was ook langs Voormezele naar Kemmel getrokken en gedurig kwamen ze voorbij met alle soorten van vervoer, vanaf 16u tot ‘s nachts om 3u. Vanavond kwam er veel volk naar hier gevlucht, mensen van Ploegsteert en Nieuwkerke omdat ze vreesden dat de slag daar zou plaatsvinden. De Duitsers plaatsten immers hun kanonnen te Ploegsteert en de Britten tussen Kemmel en Nieuwkerke.
Dit zijn fragmenten uit Boek 1914 van De Grote Kroniek van Ieper


