Op de zondag van Thuyndag 1900 heeft de luchtbal zoals gewoonlijk een grote massa doen toestromen in Ieper. Het opstijgen van een luchtbal is nu eenmaal een gebeurtenis waar de mensen belangstelling voor hebben. Zonder luchtbal zou het immers geen Thuyndag zijn. De grote plaats van de Leet tot ver in de Boezingestraat en tot de overkant van de Neermarkt staat volgepropt met kijkers. Omdat het weer niet helemaal stil is, heeft men veiligheidshalve afgezien van de vrije opstijgingen die op de feestwijzer aangekondigd zijn. Voor de rest is de luchtbal statig opgegaan in de richting van Boezinge om uren later zonder hinder te landen op het grondgebied van Zarren.
Het weer heeft zondag wel nu en dan eens gedreigd en zelfs meer gedaan dan dreigen. Maar het is er bij gebleven. De Ieperlingen hebben geen reden tot klagen. Maar maandag? Dat is een ander paar mouwen. ’s Namiddags is het waarlijk slecht weer, om er geen hond door te jagen. En wanneer de 159 ingeschreven honden de eerste toer gelopen hebben, hebben beesten en meesters meer dan hun goesting gehad. De prijzen worden tussen de overblijvers verloot en daar wordt – om met mijnheer weer overeen te komen – een hartelijk teugje gedronken, in de hoop dat er volgend jaar nog wel een hondenloop zal zijn, maar geen hondenweer meer!
Door een ministerieel rondschrijven dient de gemeenteraad zich op 29 september 1900 te buigen over de officiële stadsnaam. Volgens dat rondschrijven is er sprake van drie namen; de officiële, de Franstalige en de Vlaamstalige naam. Voor wat betreft de Franstalige naam is dat sinds onheugelijke tijden ‘Ypres’. In het Vlaams varieert dat van Ypre, Yper of Yperen. Bij de opmerkingen van het ministerie staat te lezen dat de drie Vlaamse benamingen de officiële zijn die etymologisch verwijzen naar het oorspronkelijke Ypra, Hypra en dat de uitspraak ‘Ypre’ als de enige juiste stadsnaam moet beschouwd worden.
Het stadsbestuur dient zich dus in al zijn documenten en acties te beperken tot deze naam van Ypre. In de gemeenteraad wijst men er op dat de zogezegde Vlaamse naam ‘Ypre’ dan wel met een Franse ‘Y’ geschreven staat. Dus rijst de vraag hoe Ypre ooit een Vlaamse naam kan zijn met eerder een naam die ontsproten is aan de fantasie. En dus ontmoet men in onze stad vaak de namen Ipre, Iper, Iperen, Ieper, Ieperen en zelfs Ijper, Ijperen. Variaties genoeg dus en daar moet volgens de burgemeester paal en perk aan gesteld worden. Volgens hem moet men zich baseren op de naam die door de bewoners zelf uitgesproken en gebruikt wordt.
Hier heeft men het over Yper, Yperlee en Yperling. In de omgeving zeggen ze dat ze naar Yper gaan en niet naar Yperen en nog minder naar Ieper en Ieperen. Aangezien de letter Y in het Frans klinkt als ‘IE’ zouden we in principe moeten spreken over Ieper, want die klank komt perfect overeen met Iper of Yper. Het schepencollege is van mening dat de voorkeursnaam Yper (met een Y) is omdat die vroeger ooit als officieel heeft gegolden. De letter Y wordt trouwens ook regelmatig gebruikt in het Vlaams. Zo bijvoorbeeld in de namen gymnastiek, hypotheek, lyrisch, symbool, enz.
De gemeenteraad beslist zo om zo de officiële naam van onze stad vast te leggen op ‘Yper’. Op 20 oktober legt de voorzitter aan de gemeenteraad een plan voor van een boulevard die moet vertrekken van aan de Diksmuidepoort, voorbijkomt langs het Minneplein om verderweg aan te sluiten op de steenweg naar Veurne, niet ver van de brug genaamd ‘Steenenbrugge’. De uitvoering van dit project gaat gepaard met een uitbreiding van het rioolstelsel, bedoeld voor de evacuatie van het water van de verzinkputten van het waterkasteel.
Daarnaast zullen ook de vestinggrachten rond het Minneplein opgevuld worden. Al die werken kunnen nog uitgesteld worden. Momenteel is het wel belangrijk om uit te kijken naar het verwerven van de nodige percelen om die boulevard te realiseren. Die zal daarna ook verbonden worden door een straat van 10 meter breedte met de promenade rond de waterinstallaties. De plannen om de tramlijn Ieper-Geluveld aan te leggen door de Boterstraat en de de Stuerstraat stuiten op verzet bij de inwoners van die straten. Want die zullen de handel grotendeels schaden.
Beide straten zijn niet breed genoeg om die lijn te dragen en zullen er de teloorgang van veroorzaken. Burgemeester Colaert sust de verontruste eigenaars door te melden dat er nog niets beslist is over de precieze passage door de stad.
Dit is een fragment uit ‘Het Boek – De Geschiedenis van Ieper’


