Januari 1892. Er verschijnt een manifest dat gericht is aan alle burgers, werklieden en boeren. We zijn een jaar van grote betekenis ingetreden. Dankzij de grote propaganda van de Werkliedenpartij en de vooruitstrevende burgers zal in 1892 de Belgische grondwet aangepast worden. Sinds 1830 leven we onder het juk van een wetgeving die alleen maar in het voordeel van de rijken is en volledig ontworpen ten nadele van de arme mensen. Onze grondwet schenkt slechts het burgerrecht aan hen die 42-32 frank rechtstreekse belastingen betalen, en dat is dus maar aan 2 op de 100 Belgen. Dergelijke schandelijke toestand bestaat in geen enkel land meer.
Lange tijd hebben de werklieden zich onverschillig getoond tegenover deze onmenselijke toestand en hebben ze dit onrecht als slaven gedragen. Maar nu zijn de tijden veranderd; het oude kiesstelsel heeft zijn tijd gehad. De grondwet moet nu letterlijk bepalen dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. De drinkwatercommissie komt op 26 maart voor de dag met zijn studie i.v.m. de zavelhoudende gronden ten oosten van de stad. Er kan geen sprake van zijn om Ieper van grondwater te voorzien uit de regio van de Nonnenbossen en het Polygoneveld.
Het water van Zillebekevijver is op alle vlakken minderwaardig aan dat van Dikkebusvijver. En voor wat betreft laatstgenoemde vijver heeft de ingenieur verklaard dat de gezondmaking van het water d.m.v. baggeren en ontslibben van minstens twee derde van de wateroppervlakte moet gebeuren. Er dient stroomopwaarts een soort kanaal met een lengte van 1.000 meter gegraven worden om het water als het ware te decanteren zodat daar het resterende zand en slib kunnen bezinken. Bij zijn aankomst in de stad via de bestaande kanalisatie moet het water opnieuw gedecanteerd worden.
Een pomp zal het water moeten oppompen in een soort reservoir waarvan de bodem zich 12,50 meter boven het hoogste punt van Ieper moet bevinden, met daarbovenop de vloeistof op een gemiddelde hoogte van 17 meter boven dat laagste punt. In een tweede fase zal men moeten uitkijken naar een zuivering met ijzer. Begin juni lijken de paardenloopwedstrijden niet de verwachte bijval te kennen. Het weer is slecht geweest en dat heeft honderden vreemdelingen belet om naar Ieper te komen. De geestdrift onder het volk is matig en de koersen laten veel te wensen over.
Nochtans brengt een ongeval toch enige verandering aan de eentonigheid van het feest. De trede waarop het stadsmuziek geschaard staat om het feest met muziek op te luisteren, breekt plots en al de muzikanten vallen hoofd over gat op de grond. Natuurlijk dat er veel gelachen wordt met die schielijke tuimelperte, vooral als men achteraf hoort dat er geen armen of benen gebroken zijn. Een of andere spotvogel heeft het nu al over de ‘natte kazakken’ maar toch is de naam van ‘tuimelaars’ beter gekozen. De schade beperkt zich tot een platgeslagen trommel en een geblutste helm.
Dat de liberalen niet langer meester zijn in het stadhuis laat zich op 15 juli opmerken in het stadsbestuur. Om besparingen te doen, stelt men de afschaffing van het gemeentelijk college voor. Dat voorstel wordt te berde gebracht door de katholieke burgemeester Surmont de Volsberghe en raadslid Struye. De liberale raadsleden Vermeulen en Brunfaut doen er alles aan om het onheil voor de school te vermijden. Maar na een vinnige discussie wordt het ‘collège communal’ met acht stemmen tegen zes afgeschaft. De afschaffing zal ingaan op 10 oktober van volgend jaar.
Op de zitting van 17 september deelt de voorzitter mee dat de inhuldiging van het monument van Alphonse Vandenpeereboom vastgelegd is op zondagmiddag 25 september. De Raad beslist om er in groep naartoe te gaan. Daarna komt het onderwerp op de sanitaire toestand van de stad. Hoewel een en ander voorbeeldig verloopt met de netheid en de zuiverheid in de stad denkt het schepencollege er aan om maatregelen te nemen om een mogelijk oprukken van een cholera-epidemie te voorkomen. Het weldadigheidsbureau zal de maatregelen opdrijven, meer dokters inzetten voor de armen, extra toezicht houden op het vernieuwen van kleren en vooral controle uitoefenen op de reinheid van het beddengoed en de slaapmatrassen bij de arme lieden waar de ziekte mogelijk kan uitbreken.
Tijdens een vergadering van de gezondheidscommissie oppert men de mogelijkheid om eventueel een lazaret op te richten voor de besmette patiënten. De gedachten gaan in de richting van een mobiel hospitaal op een afgelegen plaats. Om besmettingen te voorkomen, zullen aankomende schepen al gecontroleerd worden aan de Kaai. Er zal ook een deel zuiveringswerken uitgevoerd worden in de stad. Zo bijvoorbeeld de opkuis van het beluik ‘De Hutsepot’ in de Lange Torhoutstraat, de aanleg van diverse riolen. De aanpassing van de publieke urinoirs teneinde stilstaande urineplassen te voorkomen. De desinfectie van de urinoirs en rioolputten. In 24 huizen en werkmanswoonsten moeten er zuiveringswerken gebeuren. Zoals het wit kalken van de muren, het uitkuisen van de goten, de toestand van de toiletten en de betegeling van de binnenkoeren.
Calciumchloride, carbolzuur, ijzersulfaat en creoline worden in overvloed ter beschikking gesteld. Raadslid Breyne maakt van de gelegenheid gebruik om de klacht van inwoners langs de Veemarkt mee te delen die er zich over beklagen dat de varkens op de marktdagen tot voor hun huizen liggen. Ieper is zo goed als klaar met het jaar 1892 als het duidelijk wordt dat de West-Vlaamse spoorwegmaatschappij voor de dag komt met zijn plan voor een nieuw stationsgebouw te Ieper. De voorstellen zijn nog niet erg duidelijk.
Raadslid Colaert laat er zich kritisch over uit. Hij voelt de onderhuidse slecht wil van de maatschappij aan om de nodige investeringen uit te voeren om een station te bouwen dat aangepast is aan de Ieperse noden. De conclusie van de watercommissie is ondertussen in een brochure gegoten. Het project van een watertoren van ongeveer 12 meter hoogte, de aanleg van een decantatiekom in een deel van de oude stadsvestingen, de nodige pompinstallaties, enz. De ingenieur voorziet de watertoren te bouwen op het einde van de Boterstraat maar de commissie verkiest de hoek van de Elverdingestraat omdat daar nu al een waterbekken aanwezig is.
De kostprijs zal 500.000 frank bedragen en kan gefinancierd worden met een lening aan de hospicen aan 4% intrest per jaar. Raadslid Vermeulen – de auteur van de brochure – heeft zich geconcentreerd op het Ieperse sterftecijfer om de noodzaak van zuiver water aan te tonen. Een tabel met de overlijdens van de voorbije 15 jaar leert ons dat er van de 6.383 overlijdens er 2.878 personen waren die niet eens de leeftijd van 50 jaar bereikten, 45% van het sterftecijfer. Van alle overlijdens kan 59% toegeschreven worden aan ziekten of niet geklasseerde redenen. 80% van die groep is toe te schrijven aan tuberculose, bronchitis of buikloop. In diezelfde periode zijn 1.963 kinderen van jonger dan 3 jaar overleden waarvan de grote helft onder de 6 maanden.
Dit is een fragment uit ‘Het Boek – De Geschiedenis van Ieper’


