banner
mei 22, 2025
204 Views
Reacties uitgeschakeld voor Witte vlag boven de Torhoutstraat

Witte vlag boven de Torhoutstraat

Written by
banner

Einde juni 1794. De belangrijke strategische ligging van Ieper was er de oorzaak van dat Ieper zowat een halve eeuw van het treurig voorrecht genoten had om talrijke belegeringen te doorstaan waaronder wij in het kort het beleg van de Fransen in juni 1794 wilden navertellen. Daags na de overwinning van de Fransen te Hondschote op 9 september 1793 trok een Franse legerafdeling, na diverse legerverrichtingen door de stad Poperinge en stelden de Fransen zich op voor de stad Ieper die ze tot de overgave wilden dwingen.

Op weigering van bevelhebber, generaal-majoor graaf de Salis, die nochtans maar over een klein garnizoen beschikte, begon men langs de kant van Vlamertinge de vesting nogal hevig te beschieten. Maar ‘s anderendaags hield de beschieting rond de middag op en trokken de Fransen zich terug.

Na diverse nederlagen tegen Oostenrijkse en Hollandse troepen behaalden de Fransen onder het bevel van generaal Jourdan op 15 oktober 1793 de overwinning in Watignies en veroverden ze Waasten, Komen, Wervik, Roncq, Halluin, Menen, Veurne en Poperinge. Op 22 oktober stelden de Fransen zich op voor Ieper. Na een wederzijdse beschieting die twee dagen duurde, deed het versterkte Oostenrijkse garnizoen op 24 oktober een uitval langs de Bellepoort en ontmoette ze de vijand op de weg van Dikkebus, niet ver van de vijver.

Na een verwoed gevecht werden de Oostenrijkers gedwongen om zich met verliezen naar hun vesting terug te trekken. Na de ontmoeting trokken de overwinnaars de Leie over om hun winterkwartieren te betrekken. Het slecht seizoen belette hen echter niet dat de vijanden nu en dan handgemeen werden en onder de schermutselingen die plaatsvonden konden we diegene vermelden die betrekking hadden op onze streek.

Op 11 november 1793 bezette generaal Vandamme de stad Poperinge en zijn omliggende dorpen. De 26e viel het garnizoen van Ieper hem aan en dwong Vandamme om zich terug te trekken. Op 30 november sloegen de Fransen de Oostenrijkse posten weg uit Wervik en Komen tot in Houtem waar hevig gevochten werd. Hoewel de Fransen meester bleven van het terrein, trokken ze terug de Leie over om er hun winterkwartieren te gaan betrekken. Hier was de veldtocht van 1793 geëindigd voor wat betrof West-Vlaanderen. Gedurende de hele winter 1793-1794 was het Iepers garnizoen samengesteld uit zevenduizend Oostenrijkers waarvan een deel naar het omliggende gestuurd werd, namelijk een bataljon naar Poperinge.

Op 23 januari 1794 kwamen de Fransen brigades van Bertin en Vandamme de voeders van West-Vlaanderen roven en ze namen diezelfde avond 360 wagens mee, geladen met granen, hooi en stro. Einde maart 1794 veroverden de Fransen de voorposten Watou, Westouter, Reningelst, Proven en Poperinge. Ieper, dat sinds 1782 niet langer gold als een versterkte stad, was opnieuw met alle nodige materialen en munitie in zijn verdediging gesteld.

En omdat haar oude wallen nog bewaard gebleven waren, kon Ieper met extra aarden wallen toch in staat van verdediging gebracht worden bij de aanvang van de veldtocht van 1794. Alles wees er op dat het een beslissende slag zou worden. Na verscheidene Franse overwinningen te Doornik en aan de Leie, overwon generaal Souham te Cassel de Oostenrijkers die zich op Ieper terugtrokken.

Op 10 mei drong een Franse afdeling Voormezele binnen, plunderde en verbrandde er de rijke abdij, de kerk en het grootste gedeelte van het dorp. De 18e mei behaalde generaal Souham een volledige overwinning te Wevelgem, waardoor de twee generaals van de bondgenoten hun legers in de steek lieten. Die generaals waren de graaf van York en de prins van Oranje, de man die later koning van de Nederlanden zou worden onder de naam van Willem I.

Rond einde mei 1794 – terwijl het Frans leger zich tussen Samber en Maas voorbereidde om Charleroi te belegeren – beval Pichegru, de algemeen overste van het noorden aan divisiegeneraal Moreau om een schijnaanval uit te voeren op Ieper, ten einde de zegepraal van zijn verrichtingen te laten voelen tot in het hart van Vlaanderen. Hierdoor hoopte men generaal Clerfayt te dwingen om zijn vesting in Tielt te verlaten, hem ter hulp van Ieper te doen snellen en hem dus tijdens zijn mars aan te vallen en te verslaan.

Maar de algemeen bevelhebber van het leger zag zich bedrogen in zijn verwachtingen. Hij besloot dan maar om over te gaan op een effectieve belegering van Ieper. De omsingeling werd door de brigade van Vandamme voltooid en een poging van de belegerden om met tweeduizend garnizoenssoldaten de insluiting te verbreken aan de kant van de Menenpoort werd verijdeld en ze werden met verlies teruggeslagen. Deze mislukking werd door diverse andere gevolgd; het bleek onmogelijk om de Franse omsingeling te breken of te doorboren, zoals men hoopte tussen het kanaal van Boezinge en Sint-Jan. De Oostenrijkse uitvallen werden altijd maar met verliezen afgebroken.

Er kwam zelfs een vruchteloze poging van Clerfayt om Ieper ter hulp te komen. Maar generaal Pichegru was tijdig verwittigd en viel de Oostenrijkers aan nog voor Langemark. Hij dwong hen ertoe om in wanorde op Torhout en Tielt terug te trekken en de Fransen bleven meester over het slagveld.

Op 11 juni schreef generaal Moreau aan generaal-majoor de Salis een brief om hem te bevelen de stad over te geven. Een beleefde maar krachtige weigering beantwoordde die vraag en de beschieting herbegon nog heviger dan ooit, langs weerskanten. Rond middernacht in de nacht van 11 op 12 juni ontstond er brand in de stad. In de Elverdingestraat, wat de beschieting van de aanvallers deed toenemen. De Fransen beschikten nochtans maar over 28 kanonnen terwijl de Oostenrijkers er zeker meer dan honderd telden. Voor de eerste keer nochtans overdonderde het geschut van de aanvaller dit van de belegerde.

Rond 11u in de voormiddag hield het geschut van op de vestingen ermee op en bijna onmiddellijk daarop werd de witte vlag op de aarden wal van bolwerk nummer 3, aan het einde van de Torhoutstraat gehesen. Generaal-majoor de Salis zond direct een gezant met een brief naar generaal Moreau. Enkele uren later gevolgd door diens voorstellen tot overgave. Deze werden definitief aanvaard en ondertekend op 18 juni om 3u in de nacht. Het Oostenrijks garnizoen, nog zesduizend man sterk, gaf zich krijgsgevangen. Maar gezien zijn schone verdediging mochten ze de vesting verlaten met al de gewenste oorlogseer van dien terwijl ze hun wapens en vlaggen moesten neerleggen aan de voet van de borstweringen.

De troepen van Hessen en Hannover verlieten de Ieperse vesting op 19 juni om 5u langs de Bellepoort en de Oostenrijkers deden dat 3 uur later via de Menenpoort. De Fransen vonden in de versterkingen meer dan honderd kanonnen, het merendeel uit brons, meer dan 40.000 vaten buskruit, geweren, kanonballen, bommen en granaten in groot getal en vooral een grote hoeveelheid graan zowel in de openbare magazijnen als bij de particulieren. De stad had over het algemeen weinig geleden, behalve de delen gelegen tussen de Boterstraat, de Vleeshouwersstraat en de Elverdingestraat waar verschillende huizen en kloosters opgebrand of bijna volledig vernietigd waren.

Na deze overgave van Ieper zetten de Fransen hun reeks overwinningen verder en namen ze achtereenvolgens Charleroi, Namen, Oostende, Doornik, Oudenaarde, Gent, Brussel, Mechelen, Leuven, Namen, Nieuwpoort, Hoei, Sint-Truiden en Luik in. Ons land werd nu helemaal ingelijfd bij Frankrijk.

Dit is een fragment uit Boek 1785-1829 van de Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1785-1829
banner