Zaterdag 10 maart 1928. De schrijver vroeg zich in het artikel ‘Van Katten en Catten en de Kattefeeste’ af waarom er in de Vlaamse spreuken en zeisels zoveel gewag gemaakt werd van katten. Hij hoorde het de mensen graag zeggen: ”t Is een grote katte’, als ze iemand wilden aanwijzen die buiten het gemene was. ”t Is geen katte om zonder handschoen te pakken’, werd gezegd van iemand die niet al te gemakkelijk in de omgang was.
‘Het is nu dat de katte op de koorde gaat’, zegden ze als er iets gewichtig te gebeuren stond. Ieper had zijn Kattenfeest. Tussen Brugge en Blankenberge heette het ‘halverwegehuis’ ‘Katteroche’. ‘Cadzand’, heette een streek aan de Vlaamse kust. ‘Kattegat’ had ik nog onthouden uit mijn aardrijkskunde. Ik verwonderde er mij over hoeveel katten er waren in onze Vlaamse taal.
Het scheen dat de Catten een oude Vlaamse edele familie of clan waren die door heel Vlaanderen veel bezittingen had en over zich lieten spreken tot in Holland. ‘Het is een grote katte’ zou dezelfde betekenis hebben als ‘het is een hooggeplaatste kerel’. Want kerels of kaerls waren ook een Vlaamse stam of familie van vechters en vrijbuiters.
Ieper had zijn kattenfeest en het werd onder de mensen verteld dat eertijds een arme kat van de Sint-Maartenstoren of van de hallentoren naar beneden geworpen werd. Men kon ons afvragen waarom dat gebeurde. Anderen beweerden dat een kat in een bak opgesloten werd en aan de ‘sprange’ van een gaaipers gebonden werd en dat de boogschutters met hun pijl en boog die bak moesten kapotschieten en dat die duts van een kat uit haar hoogte op haar vier poten kwam te vallen. Het stond u vrij om dat allemaal te geloven.
Naar mijn bescheiden mening was het hier weer geen kwestie van de viervoeter of het huisdier maar van tweevoeters, de Cattenstam tot wiens eer of door wiens toedoen vroeger het Cattenfeest ingericht werd. De Katteroche boven Brugge zou de Catteroche zijn en tot een oude herberg hebben behoord met een naam die verkregen was vanuit een oude Cattenfamilie. Cadzand en Kattegat zouden van dezelfde oorsprong zijn, zo genoemd naar de aloude familie van de Catten. Had ik het nu helemaal verkeerd voor? Er zou wel niemand zijn om me tegen te spreken.
Maar met ons Kattenfeest kon ik het niet over mijn hart krijgen dat die legende zou blijven bestaan door de wreedheid die aangedaan werd aan een van onze beste huisdieren. Vlamingen waren geen wreedaards tenzij als ze een borrel op hadden, maar die gebeurtenis? Nooit! Zo zouden we het Kattenfeest eens te meer van harte vieren, vooral als we wisten dat de muizenpakker buiten kwestie was en de Cattefeeste een van de oudste schakels van de Vlaamse volksoverlevering was.
Dit is een fragment uit Boek 1925-1945 van De Grote Kroniek van Ieper


