banner
jan 21, 2025
98 Views
Reacties uitgeschakeld voor Maar Ieper wil niet sterven!

Maar Ieper wil niet sterven!

Written by
banner

Dinsdag 6 januari 1920. De burgemeester van Ieper, de heer Colaert, had aan een vertegenwoordiger van de pers iets meegedeeld i.v.m. de wederopbouw van Ieper. Hij zei dat in deze kwestie in hoofdzaak zou geluisterd worden naar de zienswijze van de inwoners van de stad zelf. Omdat zij er, bij het herstellen van hun vernielde haard er het meeste belang bij hadden. Het puin van Ieper laten zoals het was en ernaast een nieuwe stad opbouwen, was werkelijk een utopie. En dit vanuit diverse oogpunten.

De stad werd ooit opgericht op een kunstmatig aangelegde hoogte. Bij opgravingen die plaatsvonden voor het uitvoeren van openbare werken, waren verscheidene ondergrondse bestratingen ontdekt. De onderste laag bestond uit een houten bestrating waarboven een laag stenen gevonden werd. Op deze steenlaag werd de huidige bestrating aangelegd. Een groot deel van Ieper bestond nog onder de grond of aan de oppervlakte. De waterleiding komende van de vijvers van Dikkebus en Zillebeke, het Ieperse riolennet waren van die aard dat er heel Vlaanderen geen tweede te vinden waren. De bestrating, de funderingen van de gebouwen, gewelfde kelders die aan de beschietingen weerstand hadden geboden, dat alles was nagenoeg ongedeerd gebleven.

Al dat bestaande zouden we dus onaangeroerd moeten laten en elders gaan opbouwen? Waar zou de nieuwe stad moeten opgericht worden, vroeg de heer Colaert. Het grondgebied van Ieper was zo goed als helemaal bebouwd. Van zodra men voet buiten de stad zette, bevonden we ons op het grondgebied van de meest nabijgelegen gemeenten. En deze zouden beslist weigeren om zich te laten inlijven of om opgeslorpt te worden.

Maar Ieper wilde niet sterven!

Ieper wilde herleven. Voor ons stond het vast: Ieper moest opnieuw worden wat het was voor de oorlog, de stad moest herrijzen met zijn karakteristiek en gebruikelijk uitzicht. De voltallige gemeenteraad en de burgemeester durfde te beweren dat alle bewoners die mening toegedaan waren. Over de wederopbouw van de lakenhalle zei de burgemeester dat toen de oorlog uitbrak de volledige plannen klaarlagen voor een volledig herstel van de hallen. Ze konden nu dienen voor de heropbouw. Trouwens, de lakenhalle was geen geheel van kunstjuwelen en schatten van beeldhouwwerk zoals de kathedraal van Reims dat was. En toch zou ook deze hersteld worden, ondanks de bijna onoverkomelijke moeilijkheden die aan dergelijk herstel verbonden waren. De grote kunstwaarde van onze lakenhalle waren de lijnen ervan. Deze lijnen maakten er de schoonheid van uit. De detailversiering bracht er maar weinig toe bij.

Dit is een fragment uit Boek 1918-1924 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1918-1924
banner