banner
jan 17, 2025
233 Views
Reacties uitgeschakeld voor Ruzie bij de recolletten

Ruzie bij de recolletten

Written by
banner

Dinsdag 28 april 1733. Er waren moeilijkheden gerezen tussen de geestelijken van de parochiale kerken en de minderbroeders betreffende de begrafenissen. Bisschop Jan-Baptiste de Smet had de paters recolletten gemachtigd om hun weldoeners in hun kerk te mogen begraven indien ze dat via testament hadden gevraagd. Het was bepaald dat het lijk zou voorafgegaan worden door de geestelijken van de parochie, tot aan de deur van het klooster en dat de recolletten het daar zouden ontvangen en dan in de kerk zouden binnenbrengen. Maar de geestelijken begrepen dat anders en beweerden dat ze de afgestorvene tot aan de kerktrap mochten vergezellen.

Met de begrafenis van de dochter van de edele heer van Wervik op 28 april 1733 laaide deze discussie weer op. De priesters van Sint-Maartens vergezelden de afgestorvene naar het klooster. De paters recolletten kwamen het lijk ontvangen aan de poort van het gesticht die een uitgang had aan de Diksmuidestraat. Gewoonlijk keerden de wereldlijke priesters dan naar hun parochie terug wanneer ze het lijk aan deze poort hadden neergezet, maar ditmaal miskenden ze de rechten van de recolletten en traden ze processiegewijs voort tussen de paters, tot aan de trap van de kerk. De pater overste deed bericht van deze overtreding aan de bisschop en aan het magistraat van de stad.

De zondag daarna deed zich een nog meer beklagenswaardig feit voor. De geestelijkheid van Sint-Maartens vergezelde een lijk dat ook in de kerk van het klooster moest begraven worden. En de recolletten bevonden zich, volgens de gewoonte aan de poort van het klooster. De dienstdoende pater besprenkelde het lijk en hefte de gebeden aan. De geestelijken van Sint-Maartens die voortstapten te midden van de recolletten bemerkten dat het lijk niet volgde.

De pastoor van Sint-Maartens die meende dat de recolletten wilden wachten tot de geestelijken zouden vertrokken zijn, keerde op zijn stappen terug tot bij het lijk en onderbrak daar de gezangen van de paters. Hij schreeuwde luid tot de lijkdragers dat ze hem moesten volgen. De recolletten die alle verdere verstoring wilden vermijden, lieten hen maar doen en voegden zich bij de wereldlijke priesters.

De pastoor van Sint-Maartens plaatste zich met de zijnen op de eerste trap van de kloosterkerk, deed de rangen openen om de lijkstoet door te laten, maar toen de offerpater die het lijk voorafging tot bij hem genaderd was, vezelde de pastoor van Sint-Maartens hem toe ‘hier lever ik u het lijk!’ waarop de pater recollet antwoordde ‘we hebben hier met ons twee geen levering van doen!’. Dit schandaal werd opnieuw aan het gerecht overgelaten en werd beslecht in het voordeel van de recolletten aan wie, bij akte van 4 juni 1734 het recht van begrafenissen ten behoeve van hun gemeente toegekend werd.

Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1600-1784
banner