banner
mei 4, 2026
6 Views
Reacties uitgeschakeld voor Grote werken aan het Zaalhof

Grote werken aan het Zaalhof

Written by
banner

De arbeiders beginnen in maart 1824 met het delven van de grond om een sterke muur te bouwen tussen de Tempelpoort om langs de vestingen te laten aansluiten met de Menenpoort. April markeert de opstart van de Sint-Jozefschool.

Deze school begint met zijn activiteiten in de Bollingstraat dankzij de milde steun van de jonkvrouwen Vandenpeereboom en Iweins. Juffrouw Provoost is er al geruime tijd bezig met de opvoeding en het onderwijs van 33 weesmeisjes en van arme kinderen van de Sint-Jacobsparochie. Nu stichten ze samen met de juffrouwen Casier, Leclercq en Proot dit gesticht dat met verloop van tijd een grote uitbreiding zal nemen.

Op 11 juni 1824 neemt de stad Ieper voor de eerste keer zijn nieuwe lijkwagen in gebruik. Die bezigt men om het dode lichaam van Kamerlid Felix De Ghelcke van de Sint-Niklaaskerk naar Brielen te vervoeren. Hij is drie dagen geleden na een langdurige ziekte overleden op de leeftijd van 40 jaar.

De lijkwagen is lang en hoog, verheven op vier voeten, rondom open, helemaal zwart geschilderd, versierd met afhangende draperieën, bespannen met vier paarden en gevoerd door een in het zwart geklede koetsier. Bovenaan de wagen staat aan elke hoek een zwarte pluim in blik. Ook de paarden dragen zwarte pluimen. Het lijk wordt in de kerk gedragen door vier ‘bedels’, allen uitgedost in een lange zwarte tabbaard terwijl ze de paarden bij de toom over de Grote Markt leiden.

Dit jaar laat het stadsbestuur ook de straatverlichting uit 1777 vernieuwen. De lantaarns zijn nu voorzien van lichtspiegels en d.m.v. ijzeren staven vastgemaakt aan de gevels van de woningen. Die verlichtingsstelsel zal blijven bestaan tot in 1848. Op zaterdag 14 augustus 1824, om 10u30 stort eensklaps het gewelf van het recent gebouwde buskruitmagazijn in. De schok van de instorting is zo geweldig dat de zijmuren en de penanten rondom scheuren en van elkaar gescheiden worden.

De instorting zorgt met het nodig geluk niet voor slachtoffers want het houtwerk van het ingevallen gewelf, de baddens die het ondersteunden, zijn nog maar een half uur eerder weggenomen. In de volksmond gonst het van de geruchten dat de oorzaak van de instorting te zoeken is in de slechte kwaliteit van de bouwstoffen. Het duurt zo zijn tijd maar op 11 oktober arriveert hier een commissie van het hoog gerechtshof om deze en andere kwesties van de aanbouw van de Ieperse vestingwerken aan een grondig onderzoek te onderwerpen.

1825. Het nieuwe jaar kondigt zich niet goed aan. Begin februari breken de zeedijken door in zowel de noordelijke als de zuidelijke provincies van de Nederlanden en is er sprake van massale overstromingen. In die mate dat de overvloed van het water hele streken verwoest en veel mensen het leven verliezen. Deze bedroevende gebeurtenissen vervult de harten van de landgenoten met medelijden.

De nationale inzamelacties leveren in de provincie West-Vlaanderen alleen al bijna 45.000 frank op. Onder de Verenigde Nederlanden betitelt men nu de middelbare school in de De Montstraat als zijnde het gemeentelijk ‘college’. Dit jaar vaardigt koning Willem I de monopoliewet voor het middelbaar onderwijs uit, waarbij hij het helemaal onder zijn voogdij wil brengen en naar believen wil inrichten. En dat betekent de doodsteek voor het vrij onderwijs.

In West- en Oost-Vlaanderen sluiten daardoor 12 colleges met meer dan 2.000 studenten. Het Iepers stadsbestuur stelt noodgedwongen andere leraren aan waardoor katholieke priesters de plaats moeten ruimen. Uiteraard is dat niet naar de zin van de katholieke families. Liever dan hun kinderen aan een wereldlijk college toe te vertrouwen, sturen ze hen naar diverse colleges in Frankrijk en vooral naar de jezuïeten van Amiens. Zo zullen o.a. de latere bisschop J.B. Malou en Alphonse Vandenpeereboom daar hun opleiding krijgen.

1826. Op 6 februari gaat de verkoop van de gebouwen van het gewezen bisschoppelijk paleis door. Bestaande uit diverse grote zalen, kabinetten, zolders, keukens en een zeer ruime kelder, met stallingen enz. Het paleis beschikt ook over een tuin van een halve hectare gelegen aan de westzijde van het Sint-Maartensstraatje, ten oosten van het beluik van de Kloosterpoort, noordelijk aan de kerk van Sint-Maartens en het aanpalende kwartier van Jansenius en met zuidelijk de nieuwe Houtmarkt.

Het gebouw wordt momenteel gebruikt door kolonel De Groot die het huurt aan 300 gulden per jaar. Gebouwen en grond worden overgeslagen voor de som van 18.000 gulden aan de burgemeester en schepenen op rekening van de stad, hierbij gemachtigd door de koning. Hun plannen met het gebouw zijn nog niet duidelijk. Sedert enige maanden werd de doortocht van de Lentemarkt naar het Sint-Maartensstraatje door het bisdom toegelaten.

Op 19 april beginnen werklieden met de afbraak van de grote en hoge pomp, staande in het midden van de Groene Lindestraat. Eigenaardig genoeg werd de eerste steen van die constructie recent gelegd op 21 mei 1822. De pomp moet met zijn uitzicht van een grafstede blijkbaar erg omstreden zijn. Een nieuw maaksel zal toch de goedkeuring van iedereen moeten wegdragen.

Ietwat verderweg richting Rijselpoort breekt men tijdens de zomermaanden van 1826 de overgebleven muren van het gewezen Prinsenhof af. Gelegen aan de westkant van het Zaalhof. De grachten van datzelfde Zaalhof zijn tot nog toe maar deels opgevuld en van dat terrein maken ze nu een schoon vlak veld dat rondom met jonge bomen beplant wordt.

Tegelijk maakt men van de bestaande gebouwen van het Zaalhof die dienen als gevangenhuis voor soldaten nu een paviljoen. En rond de kwartieren van de ruiterij leggen ze een grote en gemakkelijke waterplaats aan. Deze aanpassingen zorgen voor een aanzienlijke verfraaiing aan die kanten van de stad.

Dit is een fragment uit ‘Het Boek – De Geschiedenis van Ieper’ van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
Het Boek
banner