banner
okt 27, 2025
162 Views
Reacties uitgeschakeld voor Geuzentempel op het Zaalhof

Geuzentempel op het Zaalhof

Written by
banner

Maandag 28 augustus 1713. De Hollanders begonnen met de afbraak en het opbreken van de oude stadsvesting aan de oude Tempelpoort tot naast het tuchthuis. Want de oude stadsvesten liepen recht voor het Hollands kwartier en hun soldatenbarakken van het Tempelpoortkwartier. Zodat tussen de vestingen en de soldatenbarakken maar 6 of 8 voeten ruimte was, zoals men nu kan zien aan het Sint-Jacobskwartier.

Men kon voor deze afbraak tot boven de oude Tempelpoort stappen om daar op de vestingen de stappen, voorbij de soldatenkwartieren tot achter het tuchthuis en beneden die oude vestingen was er een groot breed vestingwater. En langs de oude Tempelpoort, zuidwestwaarts stond er een lange vestingmuur beneden langs de uitgang van de poort, met kijk- of schietgaten zoals men nog in de oude stadsmuren kon zien.

Deze oude vestingen waren ondersteund door vier à vijf halve manen van steen, zoals men die aan de oude stadsvesten nog zag. Deze oude vesten werden geslecht omdat ze nodeloos en onbruikbaar waren geworden omdat de Fransen enkele honderden voeten verder nieuwe stadsmuren en een nieuwe Tempelpoort hadden gemaakt.

Tijdens het afbreken van de oude vestingen was het voorgevallen dat de werklieden die bezig waren met de afbraak van een stenen halve maan daarbij in een grote bres gevallen waren. Waardoor twee mannen gedood werden en twee anderen zwaar gewond. Men deponeerde de afgebroken vestingen in het vestingwater om daar effen grond te maken. In de grond van de vestingen werden op een bepaalde plaats vier houten deuren, zeven houten vensters en 3 wolbalen gevonden.

De deuren en de schoven hadden nog hun schoven en scharnieren. Men meende dat deze daar begraven lagen van sedert het beleg van de Engelsen ten jare 1383 toen de burgers ze gebruikt hadden om de bressen te vullen die de Engelsen met hun stenen kloten hadden geschoten. Ze hadden dus deuren, vensters en wolbalen gebruikt om de bressen te stoppen. Op een andere plaats werd een stalen boog gevonden, een groot slagzwaard, twee lansen en een metalen stormhoed.

Nu deze oude vestingen afgebroken waren, was daarmee het oude vestingwater nog niet gevuld. En omdat ze op termijn daar een effen plein wilden van maken, had men het magistraat bevolen dat de stadskar alle vuilnis van de stad daar in te gooien, aan het welke – om slechts enkel de helft te vullen – ze meer dan 30 jaar nodig gehad hadden. En nu bij het schrijven van deze tekst was men nog altijd bezig met de andere helft.

De Hollanders hadden in het jaar 1714 binnen Ieper een nieuwe geuzentempel gebouwd op het Zaalhof, dicht tegen de gevangenis en zuidwaarts van het gebouw der kasselrij. Maar deze ketterse tempel was maar amper afgewerkt, of hij was met gods toelating helemaal ineengestuikt. De Hollanders waren daar natuurlijk zeer ongelukkig om. Ze schoven de schuld in de schoenen van de werklieden die het gebouw niet sterk genoeg en niet conform de regels van de bouwkunst gemaakt hadden. Ze waren dan begonnen met een heropbouw van hetzelfde gebouw.

Maar amper afgewerkt of het was al voor de tweede keer ingestort, met een dusdanig gedruis dat het wel leek dat de wereld aan het vergaan was en waardoor de burgers geweldig begonnen te spotten met de geuzen. De Hollanders betrouwden het werkvolk van de stad niet langer en stelden Hollandse ingenieurs aan om de tempel nu voor een derde keer te bouwen. Ze hebben die vast verankerd aan een dikke ondergevel van het vroegere Zaalhof. Maar alles was tevergeefs want de bewuste tempel was in de vroege ochtend van 10 september bij stil en klaar weer helemaal begonnen open te barsten en scheuren en was dan plotseling ingestort.

Daarbij trok de in elkaar stuikende tempel de ondergevel aan wie ze verankerd was helemaal mee. Heel de constructie was – tot grote verwondering van de mensen – tot aan de grond toe in het water van het Zaalhof gevallen. Waardoor men godvruchtig mocht geloven dat god hierdoor wilde te kennen geven dat hij deze ketterse tempel grotendeels mishaagde en dat hij hun valse sekte in onze stad niet wilde laten floreren. god zij geloofd.

Op dit wonderlijk en bovennatuurlijk invallen van deze geuzentempel had een zekere pater Vanden Boogaerde, een prediker hier binnen Ieper tot hun meerdere spot en verwarring van de ketters een liedje gedicht, hetgeen aanvankelijk door geheel de stad verspreid werd en door iedereen ook gezongen werd. Want van zodra men een geuzendominee voor een kleermakers- of schoenmakerswinkel passeerde, begonnen de knechten dit fameuze liedje met luide stem te zingen en waarbij de geuzen barstten van de spijt.

Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1600-1784
banner