banner
jan 19, 2026
156 Views
Reacties uitgeschakeld voor Het oude Hogezieken

Het oude Hogezieken

Written by
banner

Woensdag 23 december 1846. Het bestuur van de burgerlijke godshuizen verkocht de kapel van de Hogezieken, samen met een stuk grond dat diende als begraafplaats aan de kerkraad van Sint-Jan. Dichter noordwaarts van de kerk lag nog een hoeve die de naam ‘Hooge Zieken’ droeg en eigendom van de burgerlijke godshuizen was. De plaats ‘Hogezieken’ was dan al meer en meer vervangen door die van Sint-Jan.

De start van Hogezieken situeerde zich rond 1177. Toen bestond er te Ieper op een stuk grond gelegen aan de noordzijde van de Oude Torhoutstraat – op de plaats die gekend was als de Kalfvaart – een kapel die toegewijd was aan Maria Magdalena. Deze kapel werd in 1198 ingehuldigd door bisschop Lambrecht en behoorde toe aan de leprozen, vermoedelijk een grafelijke stichting onder het beheer van de Ieperse schepenen.

Om gezondheidsredenen werd van de tuin van de Hogezieken – ook wel het Maria Magdalena Godshuis genoemd – verplaatst naar de plaats waar zich actueel de agglomeratie van Sint-Jan bevindt. Deze verhuis vond plaats in 1236. De oude kapel bleef bestaan tot midden de 15e eeuw en werd benoemd tot het Madeleinekerkhof waar de personen die aan de pest overleden waren, begraven werden.

Het kerkhof was verhuurd aan het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal op de Grote Markt. Het godshuis bevond zich zogezegd onder het gezag van het stadsmagistraat dat door een besluit van 1428 het beheer ervan rechtstreeks onder twee door hen aangestelde voogden stelde. Met het beleg van 1584 kwam er een einde aan het oude godshuis. Enkel de kapel werd in het begin van de 17e eeuw heropgebouwd.

Op 30 januari 1677 gaven de voogden van het hof der Hogezieken de kapel in gebruik aan de parochianen van Sint-Jan aangezien hun kerk in de vestingwerken van de stad ingesloten was. Later – op 16 januari 1678 – werd ze ook door de parochianen van Sint-Jacobs in gebruik genomen. Hiervoor ontving het leprozenhuis een jaarlijkse vergoeding van 36 florijnen.

Door de samensmelting van de goederen van alle Ieperse Godshuizen tijdens de Franse overheersing – op 11 maart 1797 – kwam de totaliteit ervan in de handen van het bestuur der burgerlijke godshuizen te Ieper. Die zoals vermeld bijna 50 jaar later het oude Hogezieken verkocht aan de kerkraad van Sint-Jan.

…. Het onherbergzaam Zothuis van de Brandstraat werd eindelijk ontruimd en daar was een hele voorgeschiedenis aan voorafgegaan. De Brandstraat besloeg in de 17e eeuw de zuidzijde van het Zaalhof. De bewuste straat lag tussen de Wateringsstraat tot aan de Kanonweg. Ze had haar naam gekregen van een geweldige brand die de huizenrij ten zuiden van het Zaalhof had geteisterd en het leven had gekost aan Judith Burette, haar twee kinderen en haar 80-jarige vader.

Voor 1823 was in een van die huizen het Krankzinnigengesticht ingericht. Het gebouw kreeg een deel van de tuin van het Krijgsgasthuis dat door Vauban in 1684 achter die huizen gebouwd was. Dat gesticht was in alle opzichten minderwaardig. Bij gebrek aan plaats zaten mannen, vrouwen, genezende en ongeneeslijke patiënten er allemaal bij elkaar opgesloten. In 1836 sleten 30 ongelukkigen er hun droevig leven.

Onderpastoor Struye van Sint-Jacobs kende deze ellendige toestand en stelde aan de gemeenteraad voor om een nieuw Zothuis te bouwen. Hij zou zelf zorgen voor een tegemoetkoming. Maar de Raad kon door een gebrek aan financiële middelen geen positief antwoord geven op zijn vraag. In 1843 bood diezelfde menslievende priester een stuk grond aan, niet zo ver van de school van de Heilige Familie en hij beloofde zelfs op eigen kosten te zorgen voor de meubelen als de burgerlijke godshuizen er een Zinnelozengesticht zouden willen oprichten.

Maar de Staat en de Provincie wilden er niet in tussenkomen. Later stelden de burgerlijke godshuizen voor om het bestaande Zothuis in de Brandstraat samen met de aanpalende woning van de bewaarder te verwisselen met een woning in de Lange Torhoutstraat om daar een ruimer Krankzinnigengesticht te maken. Dat voorstel werd op 5 mei 1843 aanvaard en nu kon in 1846 dit onherbergzaam Zothuis hier achtergelaten worden in de Brandstraat.

Dit is een fragment uit Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1830-1876
banner