Zondag 19 mei 1867. De Vlamertingse kermis van zondag laatst was helemaal mislukt. Het weer was zeer ongunstig en de crinolinen en bottines waren hard beproefd geweest. Het was spijtig om te zien hoe het met sommige kermisgangers gesteld was. De trein van 18u30 stak letterlijk vol reizigers die van Vlamertinge kwamen. De voetpaden op de Neermarkt en de Grote Markt zouden weldra hun beurt krijgen zoals dat het geval was met de Boterstraat, Rijselstraat en Dhondtstraat. Allen zouden verbeteringen ondergaan. Iedereen keek er naar uit want men ondervond hoeveel gemak dergelijk aangelegd voorland gaf.
Zondag 9 juni 1867. De verkiezingen waren op komst en de kranten spuiden weer hun gif. Zo ook deze liberale krant; in afwachting dat de liberalen de priesters vervolgden, gingen deze laatsten naar hartenlust hun gang. De beursdieven, de vrijgeesten, de godsverzakers vermenigvuldigden zich zonder ophouden. En de preekstoel – de zogezegde stoel der waarheid – stortte zich op de achtbaarste lieden, te midden van een vloed van de welsprekendheid van barakkenspelers die hen met de zotste bijnamen en de belachelijkste aantijgingen bedachten.
Sedert lang reeds was deze listige handelswijze in praktijk gesteld door de vertegenwoordigers van de god der christenen. De apostelen van de waarheid hadden altijd al nut getrokken uit hun faam van heiligheid bij de oude wijzen en de dompelaars, om hun volk te bedriegen, hun zakken te vullen en hun macht te versterken. De katholieke gazetten vonden daardoor al hun werk gedaan en deden maar weinig moeite.
De mensen moesten stemmen voor baron Julius de Vinck en meer hoefden ze daarover niet te weten. Welke principes deze edele baron diende en wat zijn voornemens waren, dat was geen zorg voor de kiezers. Hun biechtvader zou er wel voor zorgen om zijn wil voor te schrijven.
Zondag 16 juni 1867. Met het naderen van de verkiezingen ontbrak het ons soms aan ruimte en tijd om over de politieke of andere nieuwstijdingen te schrijven. Ook ons stadsnieuws leed er onder. Zoals men wist waren de verkiezingen te Ieper heel goed verlopen. Van ’s avonds voordien was er reeds een groot verkeer van voertuigen die al stemmers aanbrachten of kwamen afhalen. De dag van de verkiezing, een heldere dag, zag men in de vroegte langs alle straten van de stad vervoertuigen aankomen, letterlijk volgestouwd met kiezers.
We wisten niet waar het aan lag, maar zowat alle rijtuigen – en er waren er aardige bij – kon men herkennen als zijnde de ene voor katholieke en de andere voor liberale. Wat ging men nog allemaal uitvinden? De voituren waren nu ook al partijgezind. Nu ja, het was de mode! Nadat de uitslag bekend was, speelde onze beiaard om aan de inwoners het goede nieuws te verkondigen. Veel honderden mensen gingen de verkozene gelukwensen.
Omdat zijn salon te klein was voor die stroom van volk verspreidde zich een menigte in de tuin waar men heerlijk onthaald werd. Al snel kwam het muziekkorps van Mesen deze plechtige ontvangst opfleuren, gevolgd door dat van Brielen dat er ook zijn deuntjes toevoegde aan de welluidende klanken van de Ieperse pompiers die daar hun serenade gaven. De koormaatschappij van Ieper deed op zijn beurt voor de woning van de achtbare senator de lucht weergalmen met zijn vrolijke akkoorden.
De hele stad was te been. Vuurpijlen en kanonschoten werden gelost en ’s avonds was er algemene verlichting. Talrijke wandelaars doorkruisten de straten tot zeer diep in de nacht. De hele middag en een deel van de nacht kwamen al de welhebbende ingezetenen van de stad en van het arrondissement de heer M. Mazeman gelukwensen voor zijn schitterende zegepraal.
Zaterdag 22 juni 1867. Ten gevolge van een klacht van baksteenfabrikant Lapiere i.v.m. de schade die zijn fabriek had opgelopen in een van de eertijdse weiden van het overstromingsgebied tijdens de regenval van 20 en 21 mei laatstleden en het gevolg was van een dam die aangelegd was in de Tegelstraat om het water van de Ieperlee op een bepaalde hoogte te houden. De burgemeester liet weten dat hij de nodige toezeggingen verstrekt had dat Lapiere het gelijk aan zijn kant had en recht had om te klagen.
Zondag 23 juni 1867. De algemene wapenoefening voor de burgerwacht die zondag laatst had moeten plaatsvinden, werd door het slecht weer afgelast. Veel van die heren die eerst de tekenvlaggen op de Sint-Maartenstoren ontwaarden, stekten nu een borrel van voldoening. Wat een verschil toch. In 1848 verkleedde bijna iedereen zich ‘s zondags in ‘garde civiek’ om proper te zijn. Andere tijden, andere zeden waren het.
Maandag 24 juni 1867. Vandaag werd de nieuwe schietstand ingehuldigd. Om 15u vertrokken de burgerwachten en pompiers naar de stand, met de muziekkorpsen voorop. Vanuit het stadhuis ging de stoet over de Leet, door de Boezingestraat, Houtmarkt, Diksmuidestraat, Grote Markt, Boterstraat, Tempelstraat en het Plein. De stoet was vergezeld van al de burgerlijke en militaire overheden van de stad. In het lokaal aangekomen, volgden enkele redevoeringen.
Na de Brabançonne werd het eerste ereschot gegeven door de burgemeester en daarop volgden onmiddellijk de andere heren tot het uiteindelijk aan de beurt van de burgerwacht en het pompierkorps kwam. Toen de schieting zowat halfweg was, begon het nu zo geweldig te regenen dat men vreesde voor een gedeeltelijk mislukken van het feest. Maar de goede constructie van de cijbel had alles voorkomen en men zette de schieting voort alsof er niets gebeurd was.
Dit zijn fragmenten uit Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper


