banner
apr 20, 2026
33 Views
Reacties uitgeschakeld voor Tussen het station en het Hoekje

Tussen het station en het Hoekje

Written by
banner

Zaterdag 21 april 1866. De gemeenteraad was in vergadering samengekomen. Daarbij werd lezing gegeven van een rapport betreffende een project tot aanpassing van het kanaaltracé Leie-Ieperlee om tegemoet te komen aan de ongemakken die zich mogelijk konden voordoen bij de kruising van de diverse spoorlijnen, twee steenwegen en het nieuw aan te leggen kanaal ter hoogte van een plaats in de dichte nabijheid van het huidige spoorwegstation.

Om te beginnen kon men stellen dat de kosten voor die aanpassingen zeer hoog zouden uitvallen vergeleken met de financiële draagkracht van de stad. Eerst en vooral moesten de bestaande laaggelegen dieptes opgevuld worden. De twee spoorlijnen dienden voor hun oversteek van de weg Ieper-Poperinge gescheiden te worden met een afstand van minstens 30 meter. De tunnelbrug zou daardoor erg breed uitvallen zodat de bestaande en nieuwe wegen aan de bovenzijde hun oversteek konden maken.

Die oversteek zou bemand worden door een wachter en het verkeer zou er niet gevaarlijker zijn dan op andere kruispunten met de spoorwegen. Er zou vervolgens een mogelijkheid ontstaan om de stationsomgeving uit te breiden. Het terrein van het huidige station besloeg een oppervlakte van 2 hectare en 70 are, ofwel een lengte van 300 meter op 90 meter breedte. Ofwel kon men gebruik maken van anderhalve hectare ten behoeve van het station tussen de waterweg en de weg naar Poperinge.

Maar er konden ook nog meerdere hectaren vrijkomen door het stationsgebouw dichter van de stad te verhuizen. Daarbij zou men de overstromingsgebieden kunnen opvullen waardoor men een uitgebreid terrein zou creëren. Dan zou men naar believen een andere richting kunnen geven aan de steenweg ten oosten van het station door die dichter bij de Boterplas aan te sluiten.

We hadden daarbij nog een andere bemerking: het kanaal zou heel dicht aansluiten bij het station en tegelijk ook helemaal afgescheiden liggen van de gronden die konden dienen voor het optrekken van industriegebouwen.

Het huidig tracé zou dus een hinder vormen voor de ontwikkeling van handel en nijverheid ter plekke. Maar het groot voordeel van de nabijheid van het station bestond uit het gemak van toegang, een privilege waar slechts enkele personen van zouden profiteren. De terreinen die ideaal leken om er fabrieken en magazijn op te bouwen, grensden aan goede steenwegen op kleine afstand van het station.

Die gronden zouden effectief benuttigd worden want men was momenteel al bezig met de constructie van enkele fabrieken. De vooropgestelde weg tussen het station en het Hoekje zou trouwens nog andere zeer interessante percelen vrijmaken. Op basis van al die argumenten besliste de gemeenteraad dan ook om geen verdere stappen meer te ondernemen om een aanpassing van het kanaal te vragen.

…. Regen, hagel en wind hadden plaats gemaakt voor mooi weer. De wandelaars zouden kunnen beginnen hun hart op te halen. Want alles op den buiten was groen, en binnen enkele dagen zou alles in bloei staan. Men koesterde al met voldoening de gouden koolzaadvelden. Ja, we spraken van wandelen. Onze vestingen die enkele jaren geleden nog oorlog uitademden, waren nu het zinnebeeld van de vrede.

De bloemen kwamen in de plaats van kanonnen, welgeschikte paden in plaats van loopgrachten bevestigden ons gezegde! De wandelaar vond er zijn voldoening, omdat hij zo te zeggen zowel buiten als binnen de stad wandelde. Inderdaad; wanneer men aan de gewezen Torhoutpoort optrok, genoot men van een schoon zicht.

Buiten de Diksmuidepoort zag men het gasgebouw en de nieuwe fabrieken, de lijnwaadweverij van de heer Valcke, de lintenweverij van de heer Seys en nog een aantal nieuwe gebouwen die ons daar een nieuwe wijk beloofden. En dan; buiten de Menenpoort; de fabriek van de heren Barbier-Mulier en Cie en het begin van een nieuwe wijk die er mettertijd zou gebouwd worden.

En dan ging het verder, men zag al van ver langs de kant van Zillebeke de steenbakkerij van mijnheer Lapiere-Froidure. Dan bereikte men de Rijselpoort, maar als we dat zegden dan waren we eigenlijk verkeerd want de poort was verdwenen. De stadsmuren waren doorbroken en een bredere weg zou aan de rijtuigen en voetgangers een veel gemakkelijkere toegang verschaffen.

Vandaar vertrok men naar de oude Tempelpoort. Overal zag men verbetering, alom bloemen en groen, van ver hoorde men een reuzengefluit en men ontwaarde het konvooi met zijn witte pluim die snel aankwam en ons langs de kant het station deed zien, de stoommarmer-zagerij van de heer Lapierre-Vandevyver, het station en een lokaal over de Sterre, waar de burelen van de te delven vaart zouden komen.

Overal rezen er nieuw gebouwde huizen uit de grond. Binnen enkele jaren zou Ieper merkelijk in bloei toenemen door het bekomen van nieuwe ijzerwegen, onder andere die van Oostende op Armentières die Ieper langs de ene kant in bijna rechte lijn met de zee verbond en langs de andere kant met Frankrijk.

Dit is een fragment uit Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1830-1876
banner