banner
feb 18, 2026
7 Views
Reacties uitgeschakeld voor Tot vreugde van de Kaloten

Tot vreugde van de Kaloten

Written by
banner

Zondag 10 januari 1904. Wat de klerikale gemeenteraad ook deed om de stad Ieper in een kerkhof te herschapen, die zou daar maar moeilijk in slagen omdat de liberale verenigingen niets verwaarloosden om vreugde en vermaak te doen ontstaan onder de inwoners. Eerst hadden we de toneelmaatschappij ‘De Vlaamse Ster’ die met haar reeks wintervertoningen zoveel bijval behaalde dat de toneelzaal te klein geworden was om het groot getal liefhebbers te bevatten die deze vertoningen bijwoonden.

Deze maatschappij, gesticht in 1857, was haar 47e jaar ingetreden en werd altijd mild ondersteund door het stadsbestuur, tot in 1891, het ongeluksjaar dat de kaloten het stadhuis hadden weten te veroveren door alle slag van oneerlijke middelen. Om de Vlaamse Ster in de grond te boren hadden de klerikalen een katholieke toneelmaatschappij opgericht die ze de naam ‘Willen is kunnen’ gaven.

De stukken die er opgevoerd werden, waren verminkt en beantwoordden geenszins aan het gedacht van de schrijvers. Alle vrouwenrollen moesten er uitgelaten worden en men besefte niet hoeveel kwaad men deed aan de toneelletterkunde. Ook waren de vertoningen nog slechts bijgewoond door de leden van de Katholieke Wacht die ze kosteloos mochten bijwonen.

Vanaf het eerste jaar van haar bestaan gaf het klerikaal stadsbestuur grote toelagen om de maatschappij toe te laten een toneelfestival te geven. Maar het was allemaal boter aan de galg, de Ieperse bevolking vond er geen smaak in en ‘Willen is kunnen’ zou voor een lege zaal gespeeld hebben ware het niet dat ze links en rechts uitnodigingen bij de vleet verspreid hadden. Om te tonen hoe Ieper sinds 1891 en sedert de aankomst van de klerikalen vervallen was, gaven we hier twee voorbeelden die niet konden weerlegd worden.

In 1890 streden de kaloten met de kreet ‘meer werk, meer koophandel, meer nijverheid’. En bekeken we eens wat er gekomen was van dat werk, die nijverheid en de handel sedert de 12 jaar dat ze aan het bewind waren. Er was niet meer werk, de handel kwijnde weg en de nijverheid was op hetzelfde peil gebleven. Overal groeide de bevolking aan maar in Ieper bleef die hangen tussen de 16.505 inwoners in 1890 en 16.552 in 1900.

Zaterdag 16 januari 1904. Tijdens de gemeenteraadszitting ondersteunde raadslid Vanderghote een verzoekschrift van de inwoners van de Kaai die lantaarns vroegen bij het brugje. Want daar was het voortdurend gevaarlijk. D’Huvettere voegde er aan toe dat de kalsijde langs de Kaai in erbarmelijke staat was omdat het water van de zandhopen overal over de kalsijde stroomde. Zou er hier geen manier bestaan om hier en daar een geul te graven om dat water via die manier naar de vaart af te leiden?

Maandag 15 februari 1904. Tijdens de nacht had het geregend, een oprecht zomerregentje dat verfriste en verkwikte. Maar rond de middag brak het weer open, de zon kwam door de spleten van de wolken kijken. En toen ze de vreugde van de ‘kaloten’ zag, zond ze haar helderste stralen om deel te nemen aan het feest er ere van de nieuw verkozen raadsleden Lemahieu en Vandenboogaerde.

Rond de middag kwamen langs alle kanten de vaandels voor de dag. De werkhuizen lagen ’s namiddags omzeggens overal stil en bij hele drommen gingen de mensen naar het Volkshuis waar om 15u de stoet bijeenkwam om de verkozenen te gaan gelukwensen. De koninklijke fanfare, de turners, de gilde van Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne, het kiescomité, verkozenen, enz. namen er aan deel. Via de Dhondtstraat en de Grote Markt ging de stoet naar de woning van burgemeester Colaert waar de heer Lemahieu zich bevond.

Beurtelings speelden de koninklijke fanfare en de stadsharmonie een paar deuntjes terwijl de heren binnenstapten om de heer Lemahieu geluk te wensen. Het was een ogenblik van onbeschrijfelijke geestdrift toen de burgemeesters met de twee verkozenen naar buiten kwamen. Toejuichingen braken los, hoeden zwaaiden, zakdoeken wuifden terwijl het muziekkorps het Thuyndagliedje speelde.

Nadat de muzikanten de erewijn hadden gedronken op de gezondheid van de nieuwe raadsheren, vervolgde de stoet zijn weg via de Rijselstraat, Boterstraat, Stationsstraat, de Stuerstraat, langs de Luikstraat naar de Leet en de Houtmarkt om dan langs de Cartonstraat, Torhoutstraat, Menenstraat en Grote Markt terug te keren naar het Volkshuis.

Zondag 14 februari 1904. De verkiezing van 7 februari was – buiten onze verwachting – helemaal anders uitgevallen dan we verhoopt hadden. Hoe was het mogelijk? Wel! Door een schandelijke omkoping. Onze vrienden, de heren Iweins en Nolf bekwamen minder stemmen dan in de verkiezing van 18 oktober 1903 en de kaloten hadden een middelmatige meerderheid van 425 stemmen. Er moest daar iets achter zitten wat niet pluis was. Welnu, de optellingsburelen hadden het aangetoond. Meer dan 200 kiezers hadden moeten stemmen met de bekende middelen.

Het geld, de druk, de beloften en de dwang hadden vermoedelijk meer dan 400 kiezers weggehouden. Hoe kon dit gebeuren? Het was goed te begrijpen dat in het midden van de winter veel werklieden en zelfs kleine burgers in nood waren en ook dat er diverse burgers met vier stemmen door de crisis die nu duurde, veel geld nodig hadden. Het was dus het gepaste moment voor de kalotenuitkopers om hun werk uit te oefenen. En we mochten daarbij nog de overgrote macht van de geestelijkheid aan toevoegen die de uiterste middelen gebruikt had.

Zaterdag 26 maart 1904. Burgemeester Colaert drukte de wens uit om aan de hoek van de Tempelstraat en de de Stuerstraat een van de oude houten gevels te zien herstellen. Men beweerde dat er te veel brandgevaar bestond, maar het zou hoe dan ook perfect mogelijk zijn om stenen muren te bouwen met enkel een houten bekleding. Op die manier zou men het brandgevaar kunnen verijdelen maar toch aan Ieper zoveel als mogelijk zijn aloude kunstuitzicht te geven.

Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1877-1913
banner