banner
okt 18, 2025
105 Views
Reacties uitgeschakeld voor Schabbelingen

Schabbelingen

Written by
banner

November 1865. De mestkarren moesten volgens het uitgegeven stadsreglement twee maal daags in hun wijken de straten doorkruisen om de vuilnis die de inwoners niet op straat mochten storten te gaan afhalen. Een bel aan het rijtuig zou de aankomst van de mestkar bekendmaken. Enkele inwoners klaagden dat er mestkarvoerders waren die soms wel eens vergaten hun ronde te doen in hun straat, of, wanneer ze er doortrokken er voor gezorgd hadden om hun bel niet te laten weerklinken. Hetgeen maakte dat er huizen waren die – omdat ze niet voorzien waren van een achterplaats – de helft van hun keuken met volgepropte vuilnisbakken gevuld zagen. Men kon zich inbeelden welke ongemakken en vuile geuren dit moest veroorzaken. We wensten dat die heren mestkarvoerders hun dienst nauwkeuriger zouden vervullen.

…. Zoals het bijna dagelijks gebeurde, deden we woensdag laatst een wandeling rond enkele straten van onze stad. In de Torhoutpoortstraat gekomen zagen we enkele kinderen rond een kapelletje dansen. Ze zaagden de voorbijgangers de oren van de kop om een cent te krijgen om er een kaarsje mee te kunnen kopen. Met daarbij een troep andere kinderen die aan het vechten waren. De avond begon te vallen en we moesten dichterbij gaan om alles wat beter te kunnen bekijken. We stonden niet weinig verwonderd toen we een bisschop – in groot gewaad, met mijter en staf – zagen, die aangeklampt door een hele hoop jongens zich uit alle macht verweerde en zijn staf gebruikte om nu eens de ene en dan de andere een goede trek te geven.

Ondertussen waren we helemaal genaderd. Een knaap van een jaar of 13 schoot toe en hij sloeg met een vlaak de bisschop met zijn mijter en staf in de greppel. En toen ontstond er een ongelooflijk gewoel. De herder verborg een paander met bonbons onder zijn mantel, die nu door zijn tuimeling op de grond vielen en waarvoor de jongens nu vochten om er het meest van mee te scharrelen. Maar ja! Een welluidende ‘sakker non-de-vin-milliard!’ werd door de bisschop uitgegalmd en hij sloeg nu zo geweldig snel en hard met zijn staf in het rond dat alle jongens het hazenpad kozen. Onze held leek meer op een gore duivel dan op een kerkprelaat! Op al dat gerucht waren de buren naar buiten gekomen en ze lachten om te barsten.

En wij… wij begrepen er niets van, want een bisschop die vloekte als een afgod en vocht als een bezetene hitste onze nieuwsgierigheid op. En zie wat ons onderzoek ophelderde. Te Ieper was het van ouds een gebruik dat er enkele dagen voor Sint-Maartensdag (11 november) zich mensen in bisschop vermomden en voor wat drinkgeld naar de huizen van de rijken gingen en de slimme kinderen zijn bonbons droegen en diegene die bot en onbeleefd waren met de roede bedreigden. En de bisschop die we woensdag hadden ontmoet, was één van die mannen die op deze manier probeerde om een daguur te winnen.

…. Na de middag en na het voorbijrijden van de trein van 17u05 had er bij herberg de Belle Alliance – het Berdelenkot – een ongeval plaatsgevonden dat erge gevolgen kon gehad hebben. De heer De Gheus, burgemeester van Voormezele was met paard en rijtuig in een gracht gevallen. De werklieden van M. Van Doorne waren hem ter hulp gekomen. Gelukkig waren er geen voorname ongelukken te betreuren. Alleen één van de tramen van het rijtuig was gebroken en de heer De Gheus had het er met de schrik van afgebracht met enkel maar wat ‘schabbelingen’ van de doornhaag waar hij in gevallen was.

…. In het kader van de voorzorgs- en bestrijdingsmaatregelen tegen besmettelijke ziekten werd het beluik Vieren aan de Elverdingestraat onbewoonbaar verklaard en afgegrendeld voor elke toegang. Straten, pleinen, steegjes werden geplaveid, beken en riolen gereinigd, woningen ontsmet en gekalkt, kleren, beddengoed en betere voeding verstrekt aan de armen. Op het niet naleven van de politieverordeningen inzake hygiëne en gezondheid stonden strenge straffen.

In de estaminet ‘Den Gouden Beker’ op de Grote Markt woonde er boven op de tweede verdieping een huisgezin samengesteld uit man, vrouw en kleinzoon. Die laatste was een mannetje van zes jaar en afkomstig van Brussel. Hij woonde al een jaar of twee bij zijn grootouders en was door het echtpaar altijd met liefde overladen geweest. Toen vandaag, om 16u30 de grootmoeder die al enkele dagen tekenen van zinneloosheid had vertoond, het raam opende en volgens haar eigen verklaring het arm schaapje er uit gooide tot ze hem hoorde botsen op de kasseistenen van de Grote Markt. Dokter Tyberghein die er juist voorbijreed, gaf het kind de eerste zorgen en liet het jongetje naar het gasthuis dragen. Aan het mannetje was niets gebroken en van zo een gevaarlijke hoogte gevallen zijnde, zou er toch nog kans op genezing bestaan, behoudens eventuele inwendige verwondingen.

…. We hoorden vroeger klagen door de inwoners van de Sint-Pieterswijk en deze dicht bij de Rijselpoort dat ze bijna nooit wisten welk uur van de dag het was. Omdat ze zo ver van de halletoren woonden en telkens de wind verkeerd zat, ze het uur niet konden horen slaan. Bij de opmerking dat ze de horlogerie van het Nazareth hadden, werd ons geantwoord dat we daar moesten over zwijgen. Telkens er ‘s morgens om 10u een zwaar geladen wagen voorbijreed dan viel de wijzer naar beneden en wees die voor de volgende dagen 6u aan. En wat betrof het slaan van de uren waren ze daar al gelukkig dat er enkele van die oude mannen woonden die af en toe eens een handje gingen gaan toesteken met de hamer in kwestie, anders zou hun klok geen tien uren per week slaan.

Dit zijn fragmenten uit het Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1830-1876
banner