banner
jul 3, 2025
115 Views
Reacties uitgeschakeld voor Koopdag in het college

Koopdag in het college

Written by
banner

Maandag 13 december 1773. Ze hadden koopdag gehouden van al de meubelen en effecten die gevonden werden in het college van de gewezen paters jezuïeten. Al de weggezonden paters jezuïeten hadden van de koningin van Hongarije tot hun onderhoud de som van 400 gulden gekregen als jaarlijks inkomen. Niet zonder reden hadden de inwoners van Ieper, of om beter te zeggen, de hele stad zich in een uiterste verslagenheid gesteld toen deze orde der eerwaardige paters jezuïeten afgeschaft en vernietigd werd.

Vooral omdat deze paters uitnemend veel en grote diensten bijbrachten aan het gemeente. Want om bij de zieken te gaan, waren ze dag en nacht bereid. De paters zaten dagelijks in hun biechtstoelen en er ging in de kerk van de paters jezuïeten meer volk te biechten en ter heilige tafel dan in al de andere kerken van heel de stad, want daar werden jaarlijks meer dan 46.000 hosties gebruikt, waaruit kon blijken hoe veel mensen daar ter communie gingen.

En wat betrof hun onderwijs; ze gaven katholieke opvoeding aan de kinderen al de donderdagen, zondagen en op de heiligdagen op alle vier de parochies. Elke zondag opnieuw hielden ze vijf sermoenen. Om 9u30 voor alle huwbare jongemannen, om 11u voor de getrouwde mannen, om 13u30 voor de jongelui,, op al de zondagen en heiligdagen om 13u in de kerk van Sint-Maartens en in hun eigen kerk in de winter om 16u, en in de zomer om 17u gevolgd door een solemneel lof met muziek. Door het afzetten van deze paters jezuïeten hadden de inwoners zeer veel schone goddelijke dienste verloren, en aflaten.

Zoals die van het broederschap van de zalige dood, op alle hoogdagen, feestdagen van Onze- Lieve-Vrouw, feestdagen van de heiligen van hun orde en meer andere. Alle maandagen werd om 8u een solemnele mis gehouden voor de zalige dood, met muziek en op de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw presentatie werd daar in de kerk van de paters jezuïeten een solemnele noveen gehouden waar elke dag in ‘t muziek werd gedaan.

En daar kwamen al de confréries elk om beurt met flambeeuwen de processie rondom de kerk stappen. In de vasten predikten ze de meditatie op de passie van onze Heer, drie keer per week, te weten op dinsdag, vrijdag en zondag en nog meer andere schone diensten. Deze orde van de paters jezuïeten werd ingesteld door de heilige Ignatius en grotendeels vermeerderd door de heilige Franciscus Xaverius. Ze was vermaard over de hele wereld. Door deze orde werden menigvuldige ongelovigen bekeerd, onder andere die van de keizerrijken van Japan en China, in landen als Brazilië, Paraguay, Mexico, Peru, Maracau, Canada of Florida en nog wel meer andere landen en volkeren.

Ketters zoals lutheranen en calvinisten, zwinghanen, quakers, herdopers en andere geuzen vreesden niets zo zeer als de geleerdheid en de welsprekendheid van deze orde der paters jezuïeten. Want van zodra een ketter maar een nieuw boek door de druk liet uitgeven, schreven de jezuïeten aanstonds een boek daartegen waarbij ze hun valse leerstelsels weerlegden.

Hun wijsheid was alom zo befaamd dat er nauwelijks een schoon sermoen gedaan werd of het was door een jezuïet. Was er ergens een schoon boek geschreven en door de druk gemeen gemaakt, het was door een jezuïet. Ze hadden in alle steden de grootste en treffelijkste kerken, de kostbaarste ornamenten in goud en zilver. Zo waren uitnemend rijk, zowel in huizen binnen de stad als in pachthoven, landen en bossen buiten de stad. Alle paters van de orde moesten drie maal professen en elke reis van hun profes moesten ze rond de stad van huis tot huis gaan en om godswille vragen en ootmoedig aannemen wat hen daar gegeven werd.

Sommige mensen wisten goed genoeg dat de jezuïeten ten tijde van hun profes dat niet uit nood deden en gaven hen om te lachen, de enen een stuk hout, of een bezem, een slechte stoel, een stuk droog brood, een kaars van een oortje, een gebraden appel, een slechtsnijdende schaar, enzoverder. Al deze giften aanvaardden de paters jezuïeten met geduld in een geest van ootmoedigheid en goedwilligheid. En ze mochten hun derde profes niet doen zolang er nog enige erfgoederen van hun vrienden te delen stonden, na welke derde profes ze niet meer delen mochten.

En dat was de oorzaak waarom ze zo geweldig rijk waren, want nu ze van al hun dichte vrienden gedeeld hadden, aan wie zouden ze nu beter hun geërfde goederen gegeven hebben dan aan de overheid van hun jezuïetenorde?

Opdat de nakomelingen nog meer duidelijkheid zouden hebben i.v.m. deze vernietigde orde der gewezen pater jezuïeten, zo moest ik hier voor de laatste keer nog eens beschrijven hoe hun habijten waren of welke kleren ze droegen. Vooreerst waren ze altijd in het zwart gekleed, ze droegen hemden van lijnwaad zoals de wereldlijke priesters.

Binnen hun college droegen ze een lang zwart kleed met daarboven een ‘keerle’ met twee smalle mouwen die van hun schouders afhingen, zoals de mouwen van hangende kapoten, met een vierkante bonnet op het hoofd, dragende heel kort haar, met aan hun riem een grote paternoster. Maar toen ze voor hun diensten over straat binnen of buiten de stad moesten gaan, dan deden ze die ‘keerle’ met smalle mouwen af en vervingen die door een lange zwarte slepende mantel die ze doorgaans om zijn lengte aan een zijde op de arm moesten dragen. En op hun hoofden droegen ze een hoed.

Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Tags:
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
Article Categories:
1600-1784
banner