banner
jan 29, 2026
138 Views
Reacties uitgeschakeld voor Tocht naar de onderwereld

Tocht naar de onderwereld

Written by
banner

Juni 1916. De zon was net verdwenen onder de horizon in de richting van Poperinge. Een lange hete namiddag in juni was aan zijn eind gekomen. We zaten onder de bomen bij de vijver van de boerderij. Onze geweren en gasmaskers waren gecontroleerd en we wachtten nu op het bevel om terug naar de frontlijn te gaan. Over de laan van het Drietorenkasteel zagen we een zwarte shrapnelwolk verschijnen. De kortste weg naar de frontlijn liep over deze weg, maar we verkozen om elke avond een omweg te maken ernaartoe. Voor ons mocht de vijand al zijn avondlijke haat verspillen aan versplinterde populieren en de met gras overgroeide laan.

We schoven nu op langs de velden op weg naar het kruispunt in Brielen. Het was allesbehalve gemakkelijk om voortgang te maken, door de schemering, het hoge gras, de met onkruid overgroeide bomkraters, kabeloverschotten van de veldtelefoonbedrijven in combinatie met onze hoge laarzen; ze spanden allemaal samen tot één grote samenzwering. Maar we konden dan toch de weg bereiken.

De duisternis sloop over de stoffige vlakte, de vijand trok zijn observatieballonnen naar beneden. De wegen die stil en verlaten waren tijdens de dag, kwamen nu tot leven en veranderden in wervelende verkeerstromen. Mannen, paarden, wapens, voertuigen, karren, ambulances leken wel van overal tevoorschijn te komen. En nu schoven ze pijnlijk traag op in de richting van de vuurpijlen die in een halve cirkel afgeschoten werden om verder oostwaarts neer te vallen. Even later hielden we halt aan ‘Railway Cottage’, ooit nog het treinwachtershuisje, maar nu veranderd in een weelderige stortplaats. Elke nacht opnieuw reed een goederentrein tot hier om er zijn lading van loopgravenafval tussen het puin te dumpen.

We waren vanavond wat aan de late kant en er waren nu al soldaten en sergeanten op het vers afval afgekomen op zoek naar bruikbaar oorlogsmateriaal.

Net zoals wij dat nu zouden doen. Even later hadden we al ons deel van verroeste golfplaten, piketten, zandzakken en ‘A’-profielen veroverd. Het was nu al echt donker geworden en we konden ‘Essex Farm’ niet eens waarnemen hoewel we er toch zwijgend aan voorbij stapten. En zo bereikten we brug nummer vier over het IJzerkanaal. Twee gezonken bargen neergepoot in het stilstaande water ondersteunden de primitieve brug. Tijdens onze oversteek zagen we de flikkerende lichtjes van de schuilplaatsen die zich aan de overkant van de oever uitspreidden.

De lichtjes van deze vreemde behuizingen weerspiegelden zich op een vreemdsoortige manier op het troebele wateroppervlak. Precies obscuur Venetië bij de oevers van de onderwereld. Over de brug lag de betekenisvolle ‘Rode Weg’ en als we die betraden, kwamen we in de zone van intens mitrailleurvuur terecht. Die had zijn naam inderdaad niet gestolen.

Af en toe onderbroken door langgerokken explosies tot vlak bij ons, die ons direct aanmaanden om ons tegen de grond te houden. De hele tijd door vloog een stroom van sissende en krakende kogels over onze gekromde ruggen om ergens achteraan in de duisternis neer te zwiepen. Onze moeizame processie strompelde zich ondanks alles zijn weg voorwaarts, voorbij een vijver van brullende kikkers bij ‘Burnt Farm’ en de spookachtige restanten van de ‘Hoch Farm’ tot we uiteindelijk onze loopgraven van ‘The Willows’ – de wilgen – konden bereiken.

De hele tijd was het pal voor ons een komen en gaan van vuurpijlen geweest die stijlfiguren van briljant licht uitstrooiden over de frontlinies en daarbij vreemdsoortige schaduwen wierpen over de achtergelaten puinresten. Onze eigen loopgraaf verdween nu weer in het niets en we bevonden ons plots terug op grondniveau, omgeven door de restanten van een boomgaard. De lugubere skeletten van de versplinterde bomen rond ons verheven zich met hun inktzwarte silhouetten tegenover de rusteloze verblinding van granaatexplosies.

Kogels begroeven zichzelf met gemene klappen in de gefolterde boomstammen. De voorbije maanden had de vijand pogingen ondernomen om op te rukken in de omgeving van ‘The Willows’ en de gevechten die daarmee gepaard gingen hadden gezorgd voor een complete vernietiging van het terrein tussen de boomgaard en de frontlijn. Het was onze taak om de communicatielijnen ter plekke te komen herstellen. De Duitsers waren goed genoeg op de hoogte van wat onze bedoelingen waren en probeerden voortdurend ons verblijf aan de wilgen onleefbaar te maken.

Zo onleefbaar als dat maar mogelijk was. Daarom kropen we tijdens de lange uren van de nacht door deze met water gevulde greppels terwijl we onze A-profielen en onze golfplaten aanbrachten en voortwerkten aan de opbouw van nieuwe borstweringen met zandzakken die we met naar de duivel stinkend slijk vulden. De lucht was zelden zonder geweerkogels, tot er sporadisch 60-ponder granaten in onze omgeving neerdenderden en af en toe de tijdelijke stilte doorbraken.

En toen de ochtendschemering eindelijk zijn entree maakte pakten we in en struikelden en hosten we weer in de richting van de kanaaloever. We slopen opnieuw langs het sinistere puin van ‘Essex Farm’, voorbij de spoorwegovergang die er nu zonder spoor van leven bij lag en dan verder door het klein maar vernietigd, eenzaam en verlaten dorpje van Brielen.

Het enige geluid dat we bij onze passage hoorden was de echo van onze zware laarzen door zijn gekasseide straat, tot aan de ‘avenue’ met aan het uiteinde ervan onze schuur naast de vijver van de boerderij. De ochtend was aangebroken, de vuurpijlen flitsten niet langer aan de hemel en de machinegeweren zwegen voor eventjes. Als afwisseling kregen we nu het gekwetter van de vogels van onze kasteeltuin.

Dit is een fragment uit Boek 1916-1917 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1916-1917
banner