Zondag 2 juni 1280. Bij zijn terugkomst in maart 1272 was Robrecht van Bethune hertrouwd met de kinderloze 25-jarige weduwe Yolande van Nevers. Een jaar later had Robrecht het graafschap van Nevers geërfd van zijn schoonmoeder.
Yolande baarde in datzelfde jaar een eerste kind. Lodewijk was de tweede zoon voor Robrecht en stiefbroer van Willem. Tussen 1274 en 1280 waren nog 4 andere kinderen geboren. Willem, het 11-jarig zoontje van Robrecht en Blanche, stierf in 1280 onder verdachte omstandigheden. Bepaalde kronieken insinueerden dat het kind omgebracht werd door zijn stiefmoeder Yolande die absoluut zeker wilde zijn dat haar erfdeel op haar eigen kinderen zou overgaan.
Het Zaalhofkasteel werd volledig omringd door grachten die gevoed werden door de Ieperlee. Een brug van steen en hout voorzien van een valhek vormde de enige toegang tot het kasteel. In 1268 had Gwijde van Dampierre dicht bij de stad een klooster voor de minderbroeders gesticht. Sinds die tijd leefde Robrecht van Bethune, de zoon van Gwijde in het Zaalhofkasteel.
Hij zou er een groot deel van zijn leven wonen en er uiteindelijk sterven in 1322. Vandaag, 2 juni 1280 stond er een menigte van mensen voor de ophaalbrug van het kasteel. Het geroezemoes aan beide kanten van de toegangsweg was opvallend. De aanwezige Ieperlingen vermoedden dat er wel iets heel speciaals aan de gang was binnenin het kasteel. Aan de overkant van de brug wapperde een groot zwart laken ten teken van rouw. En dat prikkelde de verbeelding van de omstanders.
Robrecht van Bethune was niet aanwezig in het kasteel, dat wisten ze. De gravin – omringd door haar talrijke bedienden – was er wel en er heerste inderdaad een rouwstemming. De oudste zoon van Robrecht – een beloftevol kind van 11 jaar – was overleden terwijl Robrecht andere katten te geselen had met het stadsbestuur van Brugge. De wachtende en roddelende menigte verwachtte de terugkeer van Robrecht die zijn kind zou willen begraven.
‘Was die kleine engel werkelijk zomaar gestorven?’ vroegen ze zich af. ‘Binnen het uur’, zo bleek het. ‘Gisterenmorgen om 8u was hij nog goed en wel. De jonge heer at er met smaak van zijn ontbijt. En om 9u was het kind al dood!’ Veel geruchten deden de ronde. ‘Zou Yolande de zoon van Robrecht uit zijn eerste huwelijk hebben vergiftigd?’ ‘Wilde ze enkel haar zoon Lodewijk van Nevers als troonopvolger?’ De mensen roddelden er op los daar bij het Zaalhof.
De klokken van het kasteel luidden. Robrecht was blijkbaar op komst. In de verte waren de grafelijke banieren al zichtbaar. Yolande haastte zich naar buiten om haar man te verwelkomen. Robrecht van Bethune was ondertussen al op de hoogte van de dood van zijn oudste zoon. Hij was ervan overtuigd dat Yolande het kind had vergiftigd om haar eigen kind op het eerste plan te brengen en zo zijn erfdeel in te pikken.
Hij voelde alleen maar wraakgevoelens. Robrecht was nochtans een christenmens, maar de oorlogen in Sicilië hadden hem hard en meedogenloos gemaakt en feitelijk zijn jeugd weggenomen. Hij schuimbekte van woede om de moord op zijn kind. Er moest gerechtigheid komen! Getooid in stalen wapenuitrusting hield hij halt bij het Zaalhof.
Yolande begroette haar echtgenoot zoals gewoonlijk met een kushand in de hoogte. Robrecht – nog steeds te paard – en Yolande ontmoetten elkaar midden op de brug. Zij stond op een trapje om haar man gepast te kunnen aankijken en te verwelkomen. Hij keek haar ijskoud aan. In plaats van de gebruikelijke omhelzing trok Robrecht zijn vrouw tegen zich aan en wurgde haar met de teugels van zijn paard.
De mensen aan de oprijweg keken met verstomming toe. Twee minuten later was Yolande gestikt. Robrecht van Bethune had zijn vrouw vermoord. Diepbedroefd ging hij op zoek naar het lichaam van zijn dode zoon. Yolande werd begraven in het klooster van de minderbroeders. Dit alles stond geschreven in de kroniek van het Zaalhof.
Dit is een fragment uit Boek 0000-1289 van De Grote Kroniek van Ieper


