Zondag 8 april 1736. Vandaag overleed luitenant-generaal Jacques De Chalinot Duportal van de cavalerie in Ieper. Hij was kolonel van een regiment Dragonders in de dienst van de Staat der Verenigde Nederlanden, gouverneur van de stad en dependentiën van Ieper etc. Hij stierf om 11u in de nacht in de calvinistische religie. De 9e april had men zijn dood laten weten aan al de voornaamste personen van de stad, iets wat gedaan werd door de twee voorlezers van hun kerk.
De kamerling gezeten in een karos in de rouw werd gevolgd door al de domestieken en begeleid door een van de stadsboodschappers. Gedurende de tijd dat hij over aarde lag, had hij opgebaard gelegen in een van de zalen van het gouvernement.
Donderdag 12 april 1736. Om 3u na de middag was men begonnen alles te prepareren voor de begrafenis van de voornoemde gouverneur, zodat de vier bataljons hier in garnizoen van de Grote Markt weg gemarcheerd waren om zich in haag te stellen aan beide zijden van de straten, te weten van het gouvernement, rechtover de kerk van de paters discalsen, wat in de Franse tijd nog het huis van de intendanten was.
En van daar naar het college van de paters van de sociëteit Jesu, naar de Onze-Lieve-Vrouwestraat voorbij de woning van de heer prins van Hessen, Philipps-Thal, commandant van de stad, van daar langs de Sterrestraat, Oude Vismarkt, te weten de Boomgaardstraat naar de Boterstraat, Tempelstraat, Vleeshouwersstraat naar hun tempel die in dezelfde straat stond waar hij moest begraven worden.
Allen zo geposteerd staande, was de heer Aijdenmajor van het klooster, in de rouw uit het gouvernement te paard aangereden gekomen. Na hem waren gevolgd al de grenadiers van het regiment van de heer Colyaer, Schotten, als wezende de oudste, alsook alle grenadiers van de drie bataljons Zwitsers van de heer Gumoens en andere soldaten van de voornoemde bataljons die allen in de haag stonden.
Ze hadden blauwe vendels bij zich. Dan volgde het regiment van de heer baron van Sleegteren, ruiters met hun standaard, drie stukken kanon waarvan de kanonniers van beide zijden mee stapten met brandende lonten. De paarden die de kanonnen voorttrokken waren in de rouw. Dan volgde een zandpaard gezadeld in de rouw waarop er een paar dragonderlaarzen vasthingen. Dat was een teken dat hij gestorven was als kolonel van het regiment Dragonders.
Daarna werd door twee van zijn knechten in de rouw het blazoen van zijn wapenen gedragen, gevolgd door vier van zijn domestieken. Dan volgde het lijk van gewezen gouverneur De Chalinot Duportal, getrokken door zes paarden die in de grote rouw getooid waren. Op het lijk lag een pelder waarvan de vier hoeken gedragen werden door de vier commandanten van de vier voornoemde respectieve bataljons.
Op de kist lag de degen, sjerp, baton of stok van luitenant-generaal etc. Daarna volgden de twee voorzangers van hun kerk, zes ministers, dan de schoonzoon van de overledene die getrouwd was met een van zijn dochters, gekleed in het zwart met een lange mantel waarvan de staart gedragen werd door een knecht, daarna de voornoemde prins, onze commandant met het gevolg van diverse heren officieren.
Ze waren zo langs de voornoemde straten gemarcheerd tot aan hun tempel, staande op het einde van de Vleeshouwersstraat waar hij begraven werd. Dan hadden de drie stukken kanon met nog zeven andere die geposteerd waren op de wallen van de stad driemaal losgebrand geweest, en alle Grenadiers hadden vervolgens driemaal gedechargeerd. Zo was alles geëindigd en waren ze via dezelfde route teruggekeerd naar het voornoemde gouvernement.
Het viel op te merken dat de heren van het magistraat eveneens uitgenodigd waren om de ceremonie bij te wonen en men wist niet welke redenen van excuus ze gegeven hadden.
Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper


