banner
sep 8, 2026
32 Views
Reacties uitgeschakeld voor De laatste kat

De laatste kat

Written by
banner

Woensdag 11 maart 1716. Op de woensdag tijdens het Kattenfeest had een zekere timmerman die werkte in het stadhuis – met name Gillis Populier – voor de laatste keer de katten van de halletoren gesmeten, hetgeen op diezelfde wijze jaarlijks pleegde te gebeuren.

Te weten; de man die de katten smeet was gekleed in een rode baai of vest en stond op een ‘plankier’ die uitgetrokken was door het venstertje boven het balkon van de ‘Haantjes’, wat hoger dan het carillon. Hij had daar drie à vier jonge katten in een zak die hij een voor een er uittrok en tussen het weerklinken van het klokkenspel, met de kat in de hand daar danste en er vele capriolen maakte en dan vervolgens de kat met volle zwier op de Grote Markt smeet, tussen het volk dat daar beneden bij de duizenden samen verzameld was.

Het krioelde er inderdaad van de mensen vermits het zeer curieus en aangenaam om zien was. Dit was dan de laatste keer geweest dat men tijdens het Kattenfeest de katten gesmeten had. Men beweerde dat men deze fraaie en zeer vermakelijke zaak achterwege gelaten had omdat de Hollanders die toen in garnizoen lagen de Ieperlingen beschimpten met de term ‘de Kattensmijters’.

…. In Ieper hadden ze voor de laatste keer de kat gesmeten zoals ze dat elk jaar pleegden te doen. Ze was gesmeten gelijk men alle jare pleegde te doen, door een timmermansknecht van Steenijs, genaamd Populier.

Uitleg over het smijten van de katten binnen Ieper, voortijds gepleegd; Herodotus en verscheidene andere historieschrijvers schreven dat de Egyptenaren eertijds zo razend waren om katten te aanbidden dat wie het ook maar aandurfde om ook maar één keer te slaan aan een kat onverbiddelijk en direct ter dood werd veroordeeld. Onze zowel godvruchtige als verstandige voorouders begrepen goed genoeg dat die vorm van afgoderij niet samen kon gaan met de echte godsdienst.

In hun godvruchtige oefeningen die ze wilden doen tijdens de vastenperiode, wilden ze uitdrukken en kenbaar maken dat ze van het heidendom bekeerd waren tot het christen geloof.

Zo wonderlijk oud was deze loffelijke gewoonte gesteld om aan te tonen dat ze ten zeerste verzaakten aan alle vreemde goden die ze vooraf hadden gediend, zodat men publiekelijk van het hoogste van hun burg katten zouden smijten, precies alsof men de afgoderij naar buiten zou gooien. Ze konden dat niet beter uitdrukken dan door het werpen van deze katten.

Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1600-1784
banner