banner
feb 2, 2026
1 Views
Reacties uitgeschakeld voor Een knechtekindje van 6 maanden

Een knechtekindje van 6 maanden

Written by
banner

Donderdag 21 november 1912. Rond 7u45 liepen de kinderen Gaston en Antoinette Sergier op het trekpad langs de vaart van Ieper naar Komen. Op ongeveer 150 meter van de brug die over de weg naar Dikkebus lag, aan de kant van de woonhuizen Glissoux, bemerkten ze twee kleine handjes die uit het water staken en ze dachten dat er een pop in geworpen was. Ze maakten dat opmerkzaam aan enkele voorbijgangers die moesten vaststellen dat het geen pop maar een kinderlijkje was.

Adjunct politiecommissaris Van den Hende werd verwittigd en begaf zich seffens ter plekke, vergezeld door agent Samyn. Het kleine lichaampje dat op korte afstand van de oever lag, werd boven water gehouden door het riet en werd seffens uit het water getrokken en na een eerste onderzoek overgebracht naar het burgerlijk gasthuis en onderzocht door dokter Van Robaeys die geen sporen van geweldplegingen aantrof.

Het was een kindje van het mannelijk geslacht van rond de vijf à zeven maanden oud. Zijn kledingstukken droegen geen bijzonder tekenen maar op zijn slab was ‘bébé’ getekend. Het onderzoek over deze geheimzinnige zaak werd seffens ingesteld. Men koesterde vermoedens op een onbekende vrouw die met de trein van 7u45 uit Poperinge te Ieper zou toegekomen zijn. Ze zat reeds op de trein te Abele en moest dus van verder gekomen zijn.

De lijkschouwing vandaag op vrijdag inderdaad aan het licht dat er geen geweld gepleegd was op het kind en dat het vermoedelijk niet van aan de oever in het water geworpen was, maar voorzichtig in het riet geplaatst. Onderzoeksrechter Schramme wilde niet slapen over het onderzoek en stelde talrijke onderzoeken en ‘doorsnuisteringen’ in om te vermijden dat deze droeve kindermoord voor altijd in het doodboek zou blijven. Het onderzoek naar vrouw en kind bleek een dood spoor en daarop werd een signalement verspreid: ‘knechtekind van 6 maanden, 4.480 gram, 64cm, het droeg gele schoentjes, witte sokken, inderdaad een witte bavet en een roos mutsje, en zelfs de foto van het lijkje, genomen door fotograaf Antony werd in de krant gepubliceerd.

Er kwam een reactie van een zekere Camille Deconinck, ‘poseur’ aan de telefoondienst die woensdag 20 november laatstleden huiswaarts reed te Desselgem op de trein gestapt was naar Kortrijk. In zijn derde klasse compartiment zat een heel jonge vrouw, zo te zien een meisje met een kind in de armen gewikkeld in haar sjaal. Camille Deconinck kon een precieze beschrijving geven van die vrouw en hij had zelfs opgemerkt dat het kindje gele schoentjes had gedragen.

Bij het afstappen had ze in het dialect van zuid West-Vlaanderen gevraagd waar de trein stond om naar Ieper te reizen. En hij had ook bemerkt dat ze geen retourcoupon bij zich had. Toen hij ‘s anderendaags hoorde over de vondst van het kinderlijkje dacht hij ineens aan zijn ontmoeting met die vrouw op de trein. Hij vertelde het aan zijn schoonzuster Anna Phlypo die bij de vaart woonde, achter herberg ‘Het Geluw Huis’ en ze wist ook iets te vertellen.

Ze was eveneens naar huis teruggekeerd met diezelfde trein en onderweg van het station naar haar huis had ze een vrouw ontmoet die een kind droeg. De Coninck en zijn schoonzuster hadden daarvan verslag uitgebracht bij de onderzoeksrechter en gezien haar streekdialect moest er gezocht worden in de regio van Voormezele. Veldwachter Isidore Dechamps had op zaterdag al het bevel gekregen om uit te zoeken naar een jonge dochter van zijn gemeente.

Naar verluidt had ze Voormezele verlaten om tot bij haar oom in Kemmel te gaan. Hij vertrok naar Kemmel en vond het bewust meisje dankzij de hulp van de plaatselijke veldwachter. De misdadigster was Julia Van Eeckhoutte, oud 17 jaar. Zondagmiddag rond 15u werd de ellendige kindermoordenares in een rijtuig naar Ieper gevoerd om een lang verhoor te ondergaan bij onderzoeksrechter Schramme.

Het duurde niet lang voor ze tot bekentenissen overging. Op 8-jarige leeftijd verloor Julia Van Eeckhoutte haar moeder en werd ze in het gesticht van Voormezele geplaatst. Haar vader was een eerlijke landarbeider die nog drie andere kinderen had die momenteel ook leefden in het gesticht te Voormezele. Op 14-jarige leeftijd werd Julia in dienst gesteld te Rijsel.

Van daar trok ze naar Brussel en het was ginder dat ze moeder werd van dit arm en onschuldig kind in het gesticht van het moederschap. Op woensdag 20 november had ze inderdaad De Coninck en Anna Phlypo ontmoet en had ze haar boos voornemen gemaakt om vooraleer ze naar het vaderlijk huis zou gaan, zich eerst te ontdoen van het kind door het in de vaart te werpen. Na die volledige bekentenis werd ze naar de gevangenis gevoerd.

Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1877-1913
banner