banner
feb 13, 2026
8 Views
Reacties uitgeschakeld voor Heksentoeren door Ieper-stad

Heksentoeren door Ieper-stad

Written by
banner

Zondag 26 maart 1922. Op Kattenfeest-zondag waren Charel en Mathilde nog al lang aan tafel blijven zitten. Als je je maar om 14u u neerzet met een holle maag geraakte het licht avond, vooral als men nog aan het zomeruur niet toe was. Toen we opstonden was het donker. Ook wilde ik het niet riskeren van kozijn Charel door de zogezegde straten van Ieper te laten voortrijden.

We besloten dus van uit te gaan, een toertje te doen terwijl onze twee vrouwen naar het circus trokken. We vonden overal veel volk. Kennissen van alle kanten die eens waren komen kermissen zoals in de tijd. We dronken wat Bocks, we tikten met wat choppen, we ‘ijdelden’ wat Stouts, enz.. Als we eindelijk naar de Menenpoort wilden trekken, had ik mijn contingent. Charel die als beestenmarchand gewend was van met beenhouwers en andere dorstige wezens om te gaan, wist van niets.

Maar ik ‘sobbelde’ een keer of twee over de tramlijn die open lag, viel bijna in de suatie en schoot haast in een waterleiding. Met kozijns hulp geraakte ik toch thuis. De vrouwen waren al lang elk in hun bed. Weldra viel ik in slaap en begon te dromen. Het Stationsplein wemelde van het volk. Grote plakkaten waren overal aangeplakt om aan te kondigen dat het vandaag ‘La grand Steeple International pour Voitures de transport’ was.

Verkopers van de Gids van de wegenis der Stad Ieper en Omliggende brachten bij honderden van hun boekjes aan de man. De aviateurs van de D.V.Y.B. vlogen rond boven de hoofden van de mensen. Dozijnen van kamions, tractoren, lorries, automobielen, karren en ‘triebols’ bedekten het plein waar vroeger de barak van de YMCA stond.

Men bemerkte vooral twee tanks, een Engelse en een Franse die beiden de oorlog meegegaan hadden en die er niet bevreesd uitzagen van over een tranchee min of meer te ‘gletschen’. Op de gevel van het station prijkte het splinternieuw kader van een splinternieuw horloge die men speciaal geplaatst had om de ‘départ’ te kunnen geven. Opeens zette zich al het gerommel in gang, al langs de Boulevard Malou en de Elverdingestraat. Tot daar had het wel gegaan, maar nu begonnen enige der mededingers zich in moeilijkheden te bevinden. Een paar kamions braken hun assen op de openliggende tramlijn. In de Boezingestraat verzonken twee tractoren en drie lorries.

Op de Beestenmarkt braken twee paarden en een muilezel hun poten op de ijzeren baren. Op Sint-Maartens Nieuwweg ging het redelijk wel. Slechts twee karren braken hun ressorts. Zo geraakten we allengskens aan de Bruggesteenweg en de Kalfvaart. Daar verzonken een dozijn karren en wagens van alle slag. Enige paarden konden nochtans gered worden voor ze verdronken. In de Torhoutstraat wipte de Engelse tank.

In de Cartonstraat konden de laatste lorries, karren, kamions, triebols en wagens niet meer door. De mortel, het zand en de bakstenen lagen er in hopen aan beide kanten van de straat, tot in het midden. Slechts twee mededingers waren nog in de koers.

De Franse tank die over alles ‘kariotte’ en door alles ‘wobbelde’ en een aardig tuig dat nog door niemand opgemerkt was en dat door een Keiemnaar voortgestuwd was. Dat tuig scheen door alles te kunnen passeren. Zijn eigenaar noemde het een ‘puupegalle’. Het scheen dat het in die verafgelegen streek sedert jaren in gebruik was om de keien te vervoeren.

Door de Diksmuidestraat, de Markt, de Rijselstraat geraakten de mededingers zonder ongeval. Nu sloegen ze in, op wat er nog overbleef van wat eens de Klaverstraat was en aangeduid werd door een witte ‘schreef’ op de grond geschilderd. Dezelfde witte streep duidde ook de Blindeliedenstraat aan. Zo geraakten ze in de Sterrestraat.

Al van aan het begin was er straf gewed geweest. En nu gingen de weddenschappen een gang! Men begon te geloven dat de koers twee winnaars zou hebben, de geestdrift steeg naar een toppunt. Op de Botermarkt rolde de tank het Iepertje binnen. De puupegalle bleef alleen over. al langs de Boterstraat en de Vismarkt rolde ze maar altijd voort. Niemand kon ze nu nog volgen want geen mens kon door die straten geraken.

Men moest ze van ver bekijken door ‘jumellen’ en verrekijkers. Iedereen benijdde de aviateurs die de koers onverpoosd overvlogen. Langs de Paterstraat, het Studentenstraatje geraakte de moedige en hardnekkige Keiemnaar op de Esplanade en van daar bereikte hij de Stationsstraat.

Bij het spelen van de Brabançonne, het Reusje en Onze Vrouwe van Tuine, het juichen van het volk, het wapperen van de vaandels, geraakte hij op het Stationsplein. Al de entrepreneurs waren vol vreugde. Nu wisten ze enfin van een middel om hun gereedschap ter plaatse te voeren. Ze bestormden de gelukkige eigenaar van de puupegalle. En ik kreeg een por en hoorde Eudoxie’s stem. ‘Ga je niet allicht een beetje stil liggen en de mensen laten slapen in de plaats van zo rond te ‘kervitsen’!’, riep ze. Ik schoot wakker, mijn droom was gedaan.

Dit is een fragment uit Boek 1918-1924 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1918-1924
banner