banner
sep 6, 2025
302 Views
Reacties uitgeschakeld voor Het gulden halletje

Het gulden halletje

Written by
banner

Aan de Grote Markt bevond zich het gulden of het groen halletje. Het halletje rees op aan de oostkant van de oude lakenhalle. Zijn voornaamste gevel bevond zich ten noorden van de markt en strekte zich uit, uitgelijnd met de oostelijke vleugel van de grote lakenhalle.

Dat klein gebouw bevond zich dus op de grond die later zou ingenomen worden door het zuidelijk deel van het Nieuwerck. De door de stad betaalde sommen voor de bouw van de kleine halle werden niet speciaal verduidelijkt door onze penningmeesters. De bewuste bedragen zaten ongetwijfeld vervat in de algemene rubrieken van materialen en uurlonen. Maar een omschrijving van deze rekeningen gaf toch wel enkele inlichtingen betreffende de versieringen van dit gebouw.

Oude plannen verschaften ons informatie over zijn uitzicht en we troffen in onze archieven ook een gekleurde tekening van het bewust halletje aan. Dat werk was des te waardevoller omdat het leek dat het geschilderd werd korte tijd na de bouw ervan. De bewuste tekening zou één van die miniaturen zijn die te zien waren in de kleurrijke illustraties van het keurboek (vermoedelijk vervaardigd 1361) van onze Ieperse lakennijverheid. Het klein halletje was een elegant en luchtig gebouw dat opgetrokken was in hout.

Zijn voorgevel die gericht was naar het zuiden – aan de noordzijde van de Grote Markt – werd in bepaalde eeuwen versierd en in andere eeuwen in het groen geschilderd. Vandaar dus de populaire naam van het gulden of het groen halletje die dit gebouw toegewezen kreeg.

De gewelfde voorkant die doorboord was van een oculus, een cirkelvormige opening, afgewerkt met een sierstuk dat hoog verheven boven de gevel uittorende, stond hoger geplaatst dan de gekartelde galerie van de lakenhalle. Op de puntgevel die versierd was met sculpturen en versierd met schilderwerk waarvan de uitsteeksels versierd waren met pittoreske vertandingen weerspiegelden vier loden windwijzers in de zon. Die windwijzers waren verguld of geschilderd door meester Jakeme le Vroede en ze stelden o.a. twee vanen en twee kraanvogels voor.

Aan de onderkant van deze pittoreske voorgevel, bijna op het niveau van de Grote Markt, bevond zich een ruime deuropening voorzien van deurvleugels met daarop geschilderde taferelen. Die poort gaf toegang tot de vestibule of inkomhal van het gulden halletje die het hele gelijkvloers uitmaakte. In die vestibule prijkte een grote trap, zijnde de grote steger van de lakenhalle. Die grote trap leidde naar de lakenhalle en van daar naar de schepenkamer. De poort die de lakenhalle met de schepenkamer verbond, was aangebracht in het uiteinde van de muur die beide gebouwen van elkaar scheidde.

Op de verdieping, boven de grote toegangspoort en richting Grote Markt opende zich over de hele breedte van het gebouw een breed raam, onderverdeeld in drie stukken door twee gesculpteerde steunpilaren. Deze ramen waren volledig open en bevatten geen glas waardoor ze als het ware een tribune vormden. Die tribune of balkon heette men in Ieper de ‘breteque’ of de bretesk.

Het was vanaf die bretesk van de stad dat men de keuren liet afroepen, idem dito de ordonnanties en bevelen van de schepenen. De miniatuur van ons keurboek stelde trouwens een van die publicaties voor. Omringd door de baljuw, een schepen en de schout met zijn lange roede – het symbool van zijn waardigheid – gaf de baljuw in naam van de stad vanop de hoogte van de bretesk aan de voor de lakenhalle samengetroepte arbeiders lezing van de nieuwe veroordelingen en verbanningen die door de schepenen waren beslist.

Teneinde de authenticiteit van het gepubliceerde document te bewijzen, werd het er aan vastgehechte zegel getoond aan het verzamelde publiek op de markt. Het was eveneens vanaf de bretesk dat, op de dagen van hun blijde intredes de graven van Vlaanderen hun plechtige eed van goede en loyale heren te zijn, aflegden aan de verzamelde burgers, vooraleer ook zij diezelfde wederzijdse eed gezworen hadden.

Wanneer het gulden halletje precies gebouwd werd, was niet bekend. De constructie was in 1365 in elk geval nog van recente datum. Want de penningmeesters benoemden het dan als ‘le noviel maison’ en ze plaatsten nog een deel bestellingen om de versieringen aan de buitenzijde ervan aan te brengen. Een pondelmaker monteerde twee loden windwijzers, Jakeme le Vroede verguldde die en hij schilderde de kraanvogels die ongetwijfeld maar pas recent geplaatst waren.

Deze vergulde en versierde windwijzers waren niet te zien op de miniatuur van het Ieperse keurboek. Het nieuw huisje van waaruit men de stedelijke beslissingen afriep, was misschien pas opgetrokken nadat de opstand van 1361 gesmoord was. Of was het halletje nog niet compleet afgewerkt rond 1363?

Het ontbreken van de windwijzers op de miniatuur kon er op wijzen dat die decoraties er pas gekomen waren rond 1365. Onze schepenen lieten met verloop van tijd het interieur van de kleine halle decoreren met rijen gouden en azuurblauwe stoffen. Jacob Cavael, een van de bekwaamste Ieperse schilders, voerde dat werk uit rond het einde van de 14e eeuw. Het kleurige gulden halletje vormde een pittoresk contrast tegenover het azuurblauw van de hemel, samen met de imposante massa, de grote lijnen en de zware stijl van het belfort en de grote lakenhalle.

De kleine halle zou er blijven staan tot in 1618 en werd toen afgebroken, tegelijk met de grote trap van de lakenhalle. En op het terrein waar het halletje gedurende bijna twee en een halve eeuw gestaan had, zou men dan het zuidelijke deel van de lakenhalle bouwen, met name het Nieuwerck.

Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1877-1913
banner