banner
apr 22, 2026
36 Views
Reacties uitgeschakeld voor De inrichting van de lakenhalle

De inrichting van de lakenhalle

Written by
banner

De stijl van onze lakenhalle en zijn uitzicht werden al tot in den treure omschreven. Het was dan ook algemeen geweten dat het enorme gebouw gedurende vele eeuwen de opslagplaats van de Ieperse lakennijverheid geweest was. Toch waren de indeling binnenin en de specifieke bestemming van zijn diverse lokalen vrij onbekend gebleven.

Volgens de volksoverlevering bestonden de twee vleugels van de lakenhalle die aan de Grote Markt paalden aanvankelijk uit een gelijkvloers en een eerste verdieping met elk twee grote zalen. Die zalen werden op het gelijkvloers onderbroken door de passage onder het belfort, richting Sint-Maartenskerk.

De algemene indeling van de oorspronkelijke constructie was in de 19e eeuw nooit veranderd. Aan de oostzijde en de westzijde van het belfort was het gelijkvloers van de lakenhalle voorzien van gewelven, geplaatst op kolommen.

Aan de ene kant waren de gewelven ingewerkt in de muren terwijl die aan de andere kant netjes op één lijn van kolommen steunden in het midden van het gebouw. De tussenmuren die tussen de kolommen opgebouwd stonden, konden dus eenvoudig afgebroken worden zonder de stabiliteit van het monument te schaden. Alles wees er op dat die tussenmuren er al oorspronkelijk opgetrokken waren.

Toch twijfelden we om te geloven dat het gelijkvloers ooit enkel maar uit twee grote zalen had bestaan. De vereisten en de noodwendigheden van de lakennijverheid waren immers veelvuldig en divers. Deze industrie kende een grote noodzaak voor diverse magazijnen voor de verschillende grondstoffen. Want alle types van linnen; bijvoorbeeld bruut linnen, gewassen linnen, enz. beschikten over hun eigen specifieke opslagplaatsen.

Daarenboven waren er heel wat verschillende werkhuizen ingericht in de lakenhalle. Zoals bijvoorbeeld het werkhuis van de ververs. De keuren van de lakennijverheid hadden het regelmatig over de opslagplaatsen en de werkhuizen in de lakenhalle. Op de speciale lakenloodjes stond de vermelding dat die geverfd waren in de lakenhalle.

In de 19e eeuw zag men trouwens nog altijd de grote kappen van de oude schoorstenen aan de noordelijke gevel van het gebouw, schoorstenen die gebruikt werden door de ververs en ook voor andere industriële toepassingen. Als onze lakenwevers enkel maar hadden kunnen beschikken over twee grote zalen, waar zouden dan hun opslagplaatsen en werkhuizen hun stek gevonden hebben, waarvan sprake in hun keuren?

De andere vleugels van het gebouw hadden inderdaad hun eigen specifieke toepassingen. De noordvleugel werd ingenomen door ateliers voor de timmerlieden en andere stadsarbeiders. In de westvleugel bevond zich het lokaal dat men nog altijd de Looie noemde. Het was op die plaats dat de wijze heren met zorg de afgewerkte lakens controleerden voor ze hun laatste loodje zouden krijgen en daardoor erkend werden als zijnde uitstekend. Van zodra dit gebeurd was, werden die lakens tijdelijk opgeslagen in de grote halle in afwachting van de verkoop.

Men benoemde – en niet zonder reden – de ‘grote halle’ als zijnde die immense zaal op de eerste verdieping van het groot gebouw en er een oppervlakte van 2.472 m² besloeg. Deze zaal was ingedeeld in afdelingen telkens voorzien van winkels. Elke lakenspecialiteit had er zijn eigen toegewezen plaats. Een van de plaatsen was voorzien van de gelode lakens.

Die gevelramen van die ruimte waren – om het behoud van de kwaliteit van de stoffen te verzekeren – afgeschermd met eigenhouten luiken. Elke verpakking was gelabeld d.m.v. letters die vermeldden over welke lakentype het ging. Specifieke aanwijzingen omschreven de stoffen die niet in de stad zelf geproduceerd waren.

Vreemde lakenwevers kregen in de 15e eeuw de toelating om tijdens de officiële foren of de vrije markten hun producten te komen aanbieden. De keuren van de lakennijverheid reglementeerden tot in de kleinste details de voorwaarden aan dewelke de Ieperse lakens mochten aangeboden en verkocht worden. Het was in deze algemene zaal op de eerste verdieping dat de Ieperse lakens, gerenommeerd over de hele christenwereld en zelfs overzees tijdens de vrije markten aangeboden werden.

Die foren trokken dan ook een massa aan vreemde lakenhandelaars aan. Deze handelaars, beschermd door vrijgeleides, afgegeven door de koningen van Frankrijk of de graven van Vlaanderen, brachten het goud van de ver afgelegen gebieden tot in onze stad. We konden dus vaststellen dat onze lakenwevers – met uitzondering van het gelijkvloers van de noordvleugel – alle lokalen en kamers van de lakenhalle in gebruik hadden.

Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1877-1913
banner