banner
jan 27, 2026
31 Views
Reacties uitgeschakeld voor Moord in het ruiterskwartier

Moord in het ruiterskwartier

Written by
banner

Zaterdag 19 juni 1779 . Voor het stadhuis op de Grote Markt werd de persoon van Dominicus Goddyn ter justitie gebracht en geradbraakt. De man had op 25 april om 21u in het portaal van de deur in nummer 19 in het ruiterskwartier zijn vrouw Josephina Verue, de dochter van Ambrosius met een degen doodgestoken. Zodat ze deels op straat liggend, maar de heilige olie had kunnen ontvangen.

En vermits deze vrouw twee à drie maanden zwanger was, zo werd ze in dezelfde barak geschouwd door chirurgijn Van Acker. Haar dood lichaam werd geopend op een tafel om haar kind af te halen, een kind dat nog levend was maar enkel de grootte van het lid van een vinger had. Dat kind werd aanstonds gedoopt door onderpastoor Vervisch van Sint-Pieters. Dat kind werd door diezelfde chirurgijn in een bierglas naar zijn woning gedragen. Want nauwelijks gedoopt zijnde, was het overleden.

De moordenaar die deze gruwelijke daad had bedreven, liep de hele nacht als bedwelmd door de stad en probeerde zich tevergeefs op diverse plaatsen te verstoppen. Toen het nu uiteindelijk dag werd, ging hij aan het begin van de doorgang bij de Boterpoort een plek zoeken om zich te verbergen. Hij was ten huize gegaan van een zekere ….. , met de vraag aan de vrouw of hij zich daar ergens mocht verstoppen.

Hij beweerde dat hij zijn vrouw geslagen had en dat hij niet wist of ze al dan niet dood of levend was. Hij mocht zich op advies van deze vrouw op de zolder verschansen, maar toen haar man om 8u van zijn werk thuis kwam en hoorde dat deze Dominicus Goddyn in zijn huis op de zolder verstopt zat, zei hij dat hij dat niet wilde hebben omdat hij gehoord had dat hij zijn vrouw had doodgestoken.

Waardoor zijn echtgenote in angst en benauwdheid raakte en naar buiten liep terwijl ze langs de straat schreeuwde dat de moordenaar in haar huis zat. Toen de schout van de stad dat vernam, was hij er met stadsdienaren en de soldatenwachters naartoe gegaan. Maar toen de moordenaar hen hoorde aankomen, maakte hij een gat door het pannendak en liet zich wel van dertig voeten hoog neervallen in het erf van het hoekhuis van de doorgang aan de oostzijde van de Boterstraat, waar hij op zijn hoofd gevallen was. Genoeg om de hersenen in de keel te laten vallen en waar hij ter plaatse gevangen werd, wezende ‘s morgens om 9u. Hij werd naar de stadsgevangenis gebracht waar na de middag de commissieheren vergaderden.

Ze brachten het dood lichaam van zijn vrouw bij hem in de gevangenis waar hij bekende dat het zijn vrouw was maar hij loochende dat hij schuld had aan haar dood. Na de middag om 18u werd het dood lichaam van zijn vrouw op het kerkhof van Sint-Pieters begraven. Maar de moordenaar ‘de zot makende’, deed in de gevangenis niets anders dan zweren en vloeken.

Maar door wettelijke getuigen overtuigd zijnde, en nu de dood aangezegd was en hij niet wilde biechten, bleef hij altijd maar goddeloze laster spuien tot hij op het schavot belandde waar hij (god weet hoe) toch nog haastig gebiecht had waarna hij werd geradbraakt en met dezelfde degen waarmee hij zijn vrouw gedood had, werd hem een steek gegeven en na de middag vervoerd naar een rad langs de vaart, op het galgenveld.

Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1600-1784
banner