Donderdag 21 september 1854. We wisten dat de genaamde Brame, ter dood veroordeeld uit hoofde van brandstichting die hij gepleegd had in Ploegsteert, bij dewelke de broer en de vrouw van pachter Briard het leven verloren, gisteren te Ieper gehalsrecht moest worden. Deze Brame was een man van rond de 60 jaar, geboortig van Houthem en woonachtig te Waasten. Zijn kleine ogen staken vol vuur en leven, zijn gezicht had iets afstotelijk. Toen de commissaris-griffier hem gisteren het koninklijk besluit voorlas dat hem genade weigerde, antwoordde hij glimlachend ‘Ewel patiëntie, ‘t is ook al wel’. En toen aalmoezenier M. Walle van de gevangenis hem met zijn gebruikelijke goedheid aankondigde dat ze samen op reis zouden gaan zei hij nog altijd even glimlachend ‘Ik ben er tevreden over, ‘t is wel’. Daarna, als men hem het dwangkleed deed aantrekken, scheen hij zijn kloekmoedigheid een weinig te verliezen, hoewel men hem liet verstaan dat dit maar een zuiver rechtsgebruik was.
Hij vroeg een glas bier en men haastte zich om dit hem te brengen. Eergisterenavond was Brame in een bijzonder voertuig met diegenen die hem moesten vergezellen met het konvooi van 19u vertrokken. Vanochtend werd het schavot langs dezelfde weg vervoerd. Hij was te Ieper aangekomen, vergezeld van M. Walle en van een andere geestelijke. De veroordeelde had de hele nacht in gebed doorgebracht en met aandacht de godvruchtige aanmaningen van deze achtenswaardige priesters aanhoord. Gedurende de hele tijd dat men hem bij hem had doorgebracht, gaf Brame tekenen van berouw en bleef hij herhalen dat hij de straf verdiende die hij moest ondergaan. Gisteren, al van voor 7u in de ochtend was de plaats met een menigte toeschouwers bezet, zowel vanuit de stad als van op het veld. Een afdeling van het 2e regiment lansiers, onlangs toegekomen, bezette de Grote Markt.
Om 8u kwam de celwagen met de veroordeelde en zijn aalmoezenier aan boord, begeleid door twee gendarmen vanuit de Diksmuidestraat op de Grote Markt aangereden en bleef stilstaan voor het schavot. Iedereen zweeg. Door de twee priesters ondersteund, werd Brame op het schavot gedragen want het vooruitzicht van zo een verschrikkelijke dood had hem het bewustzijn ontnomen. Een ogenblik later was het noodlottig werktuig in gang gekomen en was de gerechtigheid van de mensen voldaan. Direct daarna werd in de Sint-Maartenskerk een mis tot lafenis van zijn ziel gelezen. Het lijk werd in een kist gelegd en voorafgegaan van een kruis en twee gendarmen te paard naar zijn laatste verblijf gevoerd. De menigte vertrok in stilte, diep ontroerd door het toneel waar ze ooggetuige van was geweest. Het was al jaren geleden dat er in Ieper nog eens een halsrechting had plaatsgevonden.
Dit is een fragment uit Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper


