banner
apr 17, 2026
32 Views
Reacties uitgeschakeld voor Boodschap van Egmont

Boodschap van Egmont

Written by
banner

Zondag 18 september 1566. Graaf Egmont vertrok om 7u in het gezelschap van zijn adellijke achterban naar Armentières. De geuzen wreven zich in de handen. De bisschop was dan al begonnen aan de vroegmis terwijl het gepeupel zich in Brielen al opnieuw naar de kerk haastte om er te gaan luisteren naar hun gebruikelijke geuzenpreek. Na het sermoen doken de autoriteiten op.

De hoogbaljuw, de burgemeester, de lieden van de wet, de luitenant van de graaf en nog enkele edelen met het uitdrukkelijk bevel dat er niet mocht gepreekt worden in de katholieke kerk en dat de calvinisten zich moesten tevredenstellen met maar twee predikanten, mensen uit eigen streek en zeker geen vreemdelingen. Er werd plots gezwaaid met een eigen plek voor de andersgelovigen om er hun calvinistische diensten te houden, te bidden en te luisteren naar hun predikanten. Daar zouden ze hun tempel mogen bouwen.

Dat verrassend voorstel van het stadsbestuur hadden ze nog niet eerder gehoord. Hun eigen huis konden ze krijgen op voorwaarde dat ze er niet de draak zouden steken met de katholieken en met de christelijke leer. Praten over het evangelie was wel mogelijk. Voor de rest dienden ze dezelfde symbolen als die van de katholieke kerk te hanteren. En toch viel het voorstel in niet al te goede aarde bij de heretiekers.

Het ‘nee wij, nee wij’ verbaasde de heren van de wet. De geuzen bleken inderdaad ontstemd over de voorstellen van de Ieperse voogd. Die avond bleef de Mesenpoort open staan, zij het wel met bewakers die de toegang in de gaten hielden. De andere stadspoorten waren dicht.

Aan de Mesenpoort werd graaf Egmont om 19u terug in Ieper verwacht. Op het aangekondigde tijdstip arriveerde hij er effectief met in zijn zog een gezelschap van vijftig ruiters. Bij het binnentreden van Ieper stapten twee lakeien met een brandende toorts voor de graaf uit. Egmont begaf zich direct naar zijn logement bij Jan van Rootswas.

De geuzen waren ondertussen erg benieuwd om te weten hoe een en ander verlopen was in Armentières. Hadden hun zielsgenoten daar dezelfde orders ontvangen? Graaf Egmont was niet eens een etmaal weg geweest. Hij had daar in elk geval een heilige mis laten opdragen. Sommigen beweerden dat Egmont er volledige vrijheid van religie had toegestaan en droomden nu al luidop dat dit ook hier in Ieper het geval zou worden.

Maandag 19 september 1566. Er verscheen een plakkaat voor de lakenhalle. Iedereen moest ter plekke blijven, niemand mocht weg, niet te voet en zeker niet te paard. Bevel van het Hof. Op het gevaar af van opgehangen te worden. De boodschap was vermoedelijk gericht aan de militairen en de soldaten in de stad. Burgerij en ambachtslieden moesten in elk geval stevig achter de koning blijven staan en erop toezien dat de geuzen geen mensen gingen ronselen om oproer te stichten.

Opvallend toch hoe er meer en meer paardenvolk binnenkwam in de binnenstad. Allemaal ruiters van de graaf. Rond de middag bliezen de geuzen verzamelen in Brielen. Er werd gezwaaid met een document van graaf Egmont. Hij gaf nu plots toch de toelating om vier predikanten te houden samen met nog enkele andere toegevingen. In ruil hadden ze hem deze voormiddag beloofd om geen verdere onrust meer te veroorzaken.

Veel geuzen in Brielen waren het daar absoluut niet mee eens. Hier alleen al liepen er 150 mensen rond die protesteerden tegen de gemaakte afspraken. Ze maakten zich sterk dat de mensen op den buiten ook hun zegje mochten doen over de voorgestelde regeling met Egmont. Na heel wat gehakketak kregen ze dan toch enkele dagen de tijd om er over na te denken. De graaf beloofde om nog even in Ieper te blijven zodat de zaak helemaal kon geregeld worden.

Dinsdag 20 september 1566. De afgesproken punten werden officieel gepubliceerd ter halle in de aanwezigheid van de gouverneur, de graaf van Egmont. Nog die diezelfde dag kregen die van de nieuwe religie hun plaats toegewezen. Ze zouden voortaan mogen preken buiten de Torhoutpoort, op de Magdalenakerkhof. De calvinisten gingen er onmiddellijk naartoe en namen de plek in gebruik met het zingen van psalmen. Korte tijd later zouden ze al beginnen met de bouw van een tempel, in de vorm van een schuur.

De calvinistische achterban werd aangepord om zich te verzetten tegen de voorstellen van de graaf. De deadline werd verschoven naar volgende maandag. In ‘Het Zweerd’ logeerden vijf predikanten die daar stoutmoedig binnen en buiten gingen alsof ze zich er thuis voelden. Hazaert gaf zijn preek in Poperinge, in de kerk van Sint-Berten. De Ieperse bisschop pleegde rond de middag overleg met Egmont. Er waren ondertussen al 600 handtekeningen binnen, allemaal geuzen die akkoord gingen met de voorgestelde deal.

Om 17u kwam de graaf naar buiten. Egmont en zijn edelen galoppeerden naar de Grote Markt. Ze hielden stil voor de lakenhalle waar een extra gebod werd afgeroepen. Luid en klaar want iedereen moest goed kunnen horen wat de graaf te zeggen had. Het was trouwens Egmont die tekst en uitleg gaf bij de nieuwe wet. Van nu af aan werd in geen geval nog gepreekt in kerken, kapellen en godshuizen.

De calvinisten kregen plaatsen opgelegd waar ze voortaan hun diensten mochten houden. Zeker al buiten de stadsmuren waar ze enkel op zon- en feestdagen mochten prediken. De katholieke diensten mochten zekerlijk niet verstoord worden en de geestelijken moesten ze met rust laten. Verbale en lichamelijke agressie tegenover katholieke priesters werd absoluut niet getolereerd.

Egmont toonde zich tevreden met het akkoord van de geuzen en bood de nieuwgelovigen mondeling nog enkele extra toegevingen. In kleine groepjes mochten ze wel degelijk de stad binnenkomen om er zieken te bezoeken en om overledenen te begraven. Zolang dat maar op kleinschalige manier gebeurde. De aanwezige geuzen hier in de stad konden moeilijk anders dan akkoord te gaan.

De militaire aanwezigheid van de troepen was nu eenmaal te groot om hier nog verder roet in het eten te gooien. De Ieperse notabelen hoopten nu dat het gewone leven zou kunnen hervatten en dat de handel en nijverheid weer konden opgestart worden, iets wat toch wel heel erg nodig was in deze snel verpauperende stad.

Woensdag 21 september 1566. Het plakkaat dat gisteren afgeroepen werd, hing vanmorgen morgen netjes vastgespijkerd voor de deur van lakenhalle. Voor het eerst sinds lang stonden al de stadspoorten van Ieper wagenwijd open. Tot gisteren was de toegang beperkt gebleven tot vier poorten. Rond de middag werd er een gebod gedaan dat men de bevolking van Brielen moest helpen met drank en spijs. Voortaan zou er elke dag een graanmarkt moeten gehouden worden al was het maar dat er dan tenminste handelaars en vreemd volk de zaken hier wat zouden doen draaien.

Rond 14u kwam er nog een vendel troepen binnen van de graaf. Een man of vijftig reed binnen via de De Montstraat, voorbij de verblijfplaats van Egmont waar er demonstratief een reeks schoten werd afgevuurd. De ruiters stapten door de Boterstraat en via de Grote Markt naar de Diksmuidestraat tot ze in Brielen arriveerden. Daar hielden ze halt en kregen er verse voorraden.

Een uur later – zo rond 15u – stak de graaf zijn kop weer buiten. Egmont stapt naar de Grote Markt, natuurlijk weer in het gezelschap van zijn beschermende groep edelen. Het ging richting Torhoutpoort en verder naar het kerkhof van Magdalena. Hier in de buurt zouden de nieuwgelovigen een plek krijgen om te preken. Er volgde een eerste inspectieronde of de plaats wel voldeed aan de voorziene normen.

Ook de voogd en de Ieperse schepenen waren van de partij. En ook de heer van Vendeville, Adrien van Gistel was er bij. Hij behoorde tot de dichte entourage rond Egmont en stond bekend als notoir voorstander van de godsdienstvrijheid. Hij en andere edelen zouden dus wel hun invloed hebben laten gelden zodat de calvinisten hun eigen locaties toegewezen kregen om er hun religie op een fatsoenlijke manier te belijden.

Vendeville reed inderdaad prominent mee in de grafelijke stoet. Als steun en toeverlaat van de geuzen ging hij nu ook nog een extra plaats voor hen inspecteren buiten de Boterpoort.

Dit is een fragment uit Boek 1529-1599 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1529-1599
banner