Maandag 20 mei 1771. Feu De Barbaristen schoten op sinksendag om koning op de pers en daarbij was koning geworden mijnheer Jacobus De Gelcke, schepen van de stad en kapitein van diezelfde gilde. Hij werd op zijn weg naar huis begeleid door de twee andere koninklijke gilden, te weten die van Sint-Sebastiaan en Sint-Michiel die hem in volle wapens vergezelden. De heren van het magistraat en van de kasselrij brachten hem erewijnen en al de ‘schenkerijen’ waren zo overvloedig dat dit nog nooit eerder gezien was.
Op deze dag en in de ‘beschinkinge’ had de koninklijke gilde van Sint-Michiel voor de eerste keer in corpore gestapt, zijnde allen te samen gekleed in uniform of gelijke kleding, te weten elk met een blauwe kazak. met gele ‘baverosen’, kraag en ‘opslagers’, met een gele vest en broek. ‘s Anderendaags schoten de Barbaristen om de koningsprijzen op dezelfde pers. Er waren zeven vogels voor zeven prijzen en voor de oppergaai was er een zilveren soeplepel met een waarde van 26 gulden. De hoofdman schoot de eerste en de nieuwe koning De Gelcke de tweede, die met het eerste schot de oppervogel afschoot. Maar hij liet die terugplaatsen zodat zijn confraters die konden winnen.
De volgende dag, na de middag om 14u begonnen de gildezusters of de vrouwen van de confraters naar oude gewoonte in ‘den daal’ te schieten. Met ‘daalstokken’, zo genoemd omdat om koningin te worden, en als, volgens de loting de vijfde vrouw moest schieten, met name Isabelle Calmain, echtgenote van Joannes Borgeliaen, was het gebeurd dat ze per ongeluk een heer had doodgeschoten, met name Ignatius Strobbe die kort tevoren gekomen was om in den daal naar het schieten te kijken. En vermits hij de deur van de daal open zag staan, had hij zich gewaagd tot tegen de openstaande deur, met nog enkele andere personen die daar ook stonden toe te kijken.
Ondertussen was de kogel geschoten door Isabelle Calmain, bij ongeluk onderweg ergens tegen botsend door de openstaande deur gevlogen en gepasseerd door de roeper van de hals van Strobbe en dan verder langs een molenaar die ongedeerd bleef vermits die kogel maar zijn kleed en hemd van zijn schouder raakte.
Deze heer Ignatius Strobbe voelde dat hij gekwetst was en dat het bloed als een fontein uit zijn hals vloeide. Enkele stappen van de vesten verwijderd, was hij neerwaarts gevallen tot omtrent de Boezingestraat. Hij zeeg er neer en was er een kwartier later gestorven nadat hij maar half en half het heilig oliesel had ontvangen. Toen de mare het Barbel gildehof bereikte dat deze vrouw een man had doodgeschoten, had men haar direct gevraagd of ze naar gewoonte de bel geklonken had. En nadat ze bewezen had van wel, werd bevolen 5 pond boete op te leggen op kosten van de gilde en daarmee was alles effen. De dode werd diezelfde dag om 19u30 begraven op het kerkhof van Sint-Maartens.
Dit is een fragment uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper


