banner
dec 30, 2024
134 Views
Reacties uitgeschakeld voor Aan de oostkant van de Boezingestraat

Aan de oostkant van de Boezingestraat

Written by
banner

Vrijdag 25 juli 1383. Bij het beginnen van de dag kwamen omtrent duizend ruiters op de vesten van de Diksmuidepoort. Ze kwamen zo over de bruggen op de eilanden om daar de stad aan te vallen. Deze ruiters waren vergezeld van hun lansiers met hun scherpe pinnen. Daar begonnen ze een zeer groot geweld van beide zijden zodat de vijanden door het schieten niet gekwetst werden omdat ze sterk bewapend waren, zodat de kanonniers van de Boezingepoort en de Diksmuidepoort zich samenvoegden en samen hun stenen ballen met zulke grote menigte op de bende ruiters kogelden waardoor het merendeel van hen verslagen werd. Daardoor vluchtten ze weg van de vesten, ze verlieten het eiland met veel doden en gekwetsten. Daarna stuurden de vijanden nog veel stenen ballen over de vijanden in de donkere nacht. Een ervan drong binnen in drie huizen in de Boezingestraat, deze bal werd gevonden op een bed naast een vrouw. In de negen weken dat de Engelsen de stad belaagden, werden er in totaal vijf van onze mensen doodgeschoten.

Men wist dat het gebeurde dat er aan de oostkant van de Boezingestraat een voetganger was die bij de vijver tussen zichzelf en de wieg van haar kind een zeer grote kanonsteen afgeschoten werd zonder dat een van beiden gewond werd. Er viel ook een stenen bal in de stad op de plaats waar enkele mensen appelen en peren verkochten. De bal passeerde tussen de mensen zonder iemand schade te berokkenen. Zo werd ons volk dikwijls geholpen door onze heer Jezus Christus. Daarna schoten de vijanden ‘s nachts met zekere vuurwerken in de stad om zo brand te stichten, maar dat had allemaal geen effect. Daarna probeerden ze de stad te naderen met drie sterke huizen die ze op vier wielen plaatsten, waarvan ze er twee tot bij de Mesenpoort brachten, en de andere tot bij de Diksmuidepoort.

De mobiele huizen waren voorzien van wapenvolk en reden alzo tot bij de poorten. Dan begon het volk van onze wachters en bevochten ze de mannen in diezelfde huizen. Waarop ze een deel vijanden gevangen nam en hen in de stad brachten. Dat gebeurde samen met een groot getal beesten en leeftochten die ze ook in de stad brachten.
Toen de Gentse vijanden dit opmerkten, hadden ze al hun beesten uit hun sterkten weggedreven tot in het veld zodat die van de stad geen vee meer zouden komen stelen. Daarna trokken twee Engelsen op de toren van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Brielen en twee op de Sint-Janskerk.

Ze hielden daar voortdurend de wacht en verwittigden hun kompanen wanneer de Ieperlingen zouden proberen uit te breken. Maar die van ons volk trokken er toch stilletjes op uit zonder dat ze het wisten waarop ze de vijanden aanvielen en verjaagden tot in hun legerkampen. Dat gebeurde tussen de hagen en de hoven van de voorgeborchten waar ze zich in verborgen. Zo slaagden ze er in om vijfhonderd vijanden te verslaan.

Dit is een fragment uit Boek 1381-1528 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1381-1528
banner