banner
nov 13, 2025
122 Views
Reacties uitgeschakeld voor Het Nunnedijkske

Het Nunnedijkske

Written by
banner

Men begon in het jaar 1819 aan de afbraak van de aarden vestingen die enkele tijd geleden nog waren opgeworpen, in rechte lijn lopende van de Tempelpoort, oostwaarts naar het zogenoemde predikherenkwartier. De aarde ervan werd in het naastgelegen vestingwater gegooid om zo een vaste vlakte of doortocht te hebben van de nieuw te maken vestingen omtrent de poort naar hetzelfde gewezen kwartier waar het magazijn van de officieren gebouwd stond. Rond deze tijd werden ook nog een aantal huizen gesloopt. Eerst het uitspringende huis aan de oostzijde van hetzelfde predikherenkwartier in het Vlinderstraatje, dan nog vier huisjes ernaast en noordwaarts strekkende, om de grond van de kwartier zo veel mogelijk vierkant te maken en de weg naast dat magazijn te verbreden.

Er kwam een uitbreiding van het bomvrij poedermagazijn met een omheiningsmuur op de plaats van het gewezen klooster van de dominicanen, tegenover het Zaalhof. Dit jaar en het jaar daarop kwamen er muurbekledingen met gewelven op het paal- en roosterwerk en allerlei verschansingen in de Boterplas.

Ze begonnen aan de afbraak van alle huizen, stallingen en de grote poort die er voorgebouwd stond en allen deel uitmaken van het neerhof van het Zaalhof en naderhand – te weten rond 1782 – het hof van de prins. Deze gebouwen en stallingen stonden langs en naast de Zaalhofstraat, aan de westzijde ervan. Deze straat leidde van het einde van de Korte De Montstraat zuidwaarts langs de toegang tot het oude afgebroken klooster van de predikheren tot aan het zogenoemde ruiterkwartier of de Brandstraat over de Watering bij de vestingen. Een tweede reeks huizen, die van de blekerij of de predikherenblekerij, sneuvelde. Die stonden tussen datzelfde Prinsenhof aan de noordzijde en het arsenaal en straat die als de Predikherenstraat bekend was, maar meer bekend onder de naam van het Zaeltje.

Bij de afbraak hoorden eveneens de overgebleven gebouwen en poort die de ingang uitmaakte van het vermelde oude klooster. Twee kleine huisjes zuidelijk naast het Prinsenhof en waarvan hun grond zich aan de zuidzijde en de oostzijde met muren omringd was. Het had sedert lange jaren, sinds 1782 gediend als zaailand voor groenten en fruit. Achter de huizen die overgebleven waren van het predikherenklooster, zich uitstrekkende naar de zuidkant was er een schone boomgaard en een groentetuin. De muren van de oostzijde van de oude kerk van de predikheren, tot recht voor het strooien huis, van daar zuidwaarts tot aan de watering en van daar westwaarts tot tegen de hof van dit klooster, opgericht ten jare 1681. Op te merken viel dat de gronden van het Prinsenhof, van het klooster en van de tuinen en blekerij van de predikheren in vroegere tijden afgehangen hadden van de Zaele onder het bestuur van het magistraat van de kasselrij.

Het Nunnedijkske was nog een laatste herinnering aan het afgebroken predikherenklooster, gebouwd tegen de binnenvestingen. Ten zuidoosten van dat klooster, langs de Arsenaalstraat/Wateringstraat lag het Neerhof, nog een afhankelijkheid van ‘s Gravenmote. Die was langs de drie overige zijden omringd door een gracht en in de zuidwestelijke hoek stond het ‘gijselhuus’ of de gevangenis van de kasselrij. Het Neerhof leek in de 18e eeuw ook bekend te staan als het Prinsenhof. De huizen, stallen en de grote poort werden rond half januari 1819 afgebroken.

De Wateringstraat lag het verlengde van de De Montstraat en liep vanaf de Schuttelaerestraat tot aan de Kanonweg. Het zuidelijk deel ervan behoorde voor 1680 tot de Brandstraat en was daar aan beide zijden van de straat met huizen bebouwd. In de hedendaagse tijden zou het noordelijk deel van de Wateringstraat de naam van Arsenaalstraat krijgen die leidde tot aan het Zaalhof. De Wateringstraat werd genoemd omdat daar een waterkom voor de paarden van de rijschool aangelegd was langs de westzijde, rechtover het Zaalhof. De Wateringstraat stond vroeger ook bekend als de Zaalhofstraat of zelfs als het Predikherenkwartier.

Omstreeks diezelfde tijd werd er aan de Mesenpoort, aan de kant van buiten een nieuwe gevel gebouwd. Die was bovenaan versierd met het wapen van de koning met daaronder twee liggende leeuwen en omringd van alle soort en slag van oorlogstuig. Op de bovenste zijde werden de eerste letters van de koning en de koningin uitgehouwen en ook die van de erfprins en zijn gemalin.

Dit is een fragment uit Boek 1785-1829 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1785-1829
banner