banner
jul 7, 2025
190 Views
Reacties uitgeschakeld voor Leopold I op bezoek

Leopold I op bezoek

Written by
banner

Maandag 13 mei 1833. Om 15u werd de trommel geslagen doorheen de stad om de aanstaande komst van zijne majesteit de koning aan te kondigen. Een grote menigte inwoners begaf zich direct naar de Kaai waar zijne majesteit verwelkomd moest worden. Daar begraven zich ook de leden van het plaatselijk bestuur, de andere burgerlijke en ook militaire overheden, de troepen van Ligne en de garde civique van Gent die hier in bezetting lagen, samen met diegenen van de tweede ban van Ieper en een burgerlijk muziekkorps.

Het was 19u toen de koning arriveerde en na een korte samenspraak met het stadsbestuur was hij in de stad aangekomen, voorafgegaan door vier compagnies van de garde civique van Gent, drie compagnies Ligne troepen, de muziek, de koninklijke gilde van Sint-Sebastiaan, het korps van de pompiers, de staf van onze burgerwacht, het plaatselijk bestuur en de commissie van weldadigheid.

Daarna volgde een rijtuig van de koning. Achter dat voertuig volgden er vier voituren, wezende het gevolg van zijne majesteit dat bestond uit mijnheer de Chastelez de grootmaarschalk van het Hof, de heren d’Hane de Steenhuyze, Maynan, de generaals De Pré, Goblet en provinciegouverneur de Meulenaere. Achter deze voituren liepen ook pompiers in volle kleding en wapens, gevolgd door zes rijtuigen waarvan enkele gevuld waren door de leden van de kamer van koophandel, twee compagnies Ligne troepen en een menigte inwoners en vreemdelingen.

Tijdens de stoet werd regelmatig ‘leve de koning’ geroepen. De koning stapte af ten huize van de heer burgemeester van der Stichele en hij had daar het avondmaal genomen. Aan de koningstafel bevonden zich de heren van zijn gevolg, de burgemeester en drie schepenen, generaal Maltzberger, de heren Biebuyck president van de rechtbank; Charles de Patin, Procureur des Konings; mevrouw van der Stichele; luitenant-kolonel Verrue van onze burgerlijke wacht die allemaal uitgenodigd waren.

En ook mijnheer Tack, substituut van de Procureur des Konings die in het gedacht dat alle leden van de rechtbank een plaats zouden krijgen zich er had kunnen tussenwringen, hoewel onuitgenodigd. Om 21u werd de hele stad verlicht onder het luiden van de klokken en het spelen van de beiaard. De koning had met zijn gevolg gedurende één uur het bal bijgewoond tot het welke de voornaamste burgers van de stad waren uitgenodigd met onder andere de brouwers, financiers en bierstokers welke door mijnheer Leo Mulle van der Ghote, lid van de stedelijke raad en zelf brouwer met de hoogste koophandel werden opgesteld.

Dinsdag 14 mei 1833. Om 10u had zijne majesteit gehoor gegeven aan enkele notabelen en daarna begaf hij zich naar de grote kazernen, het arsenaal, de vestingwerken, de Sint-Maartenskerk en het stadhuis. Om 12u was hij vertrokken naar Menen om in Kortrijk de nacht door te brengen. Voor zijn vertrek had de koning een som van 600 gulden geschonken ten voordele van de armen.

Dat geld ging nu naar de commissie van weldadigheid. Voor de aankomst van zijne majesteit had het stadsbestuur langs de straat waar hij moest passeren een menigte sparren doen plaatsen, namelijk in de Diksmuidestraat, op de Grote Markt, in de Menenstraat, de Klierstraat, de Rijselstraat, de Boterstraat, de De Montstraat tot aan de kazernen, een deel van de Houtmarkt, enzoverder. De inwoners van die straten hadden ook min of meer hun huizen versierd, namelijk met driekleurige vaandels.

Voor het huis van Pieter Smagghe-Hynderickx, winkelier op de Grote Markt stond een soort triomfpoort met de inscriptie ‘Vive le Roy’. Daarboven zagen we diverse opgevulde diersoorten, zoals een beer en een tijger die grijnzend leek te kijken naar deze inscriptie. Een belachelijk toneel dat trouwens zeer ongeschikt was bij deze gebeurtenis.

Maar de vrijheid liet nu eenmaal alles toe! Buiten de Diksmuidepoort, aan de steenweg die naar de Kaai leidde, was het ook allemaal mooi geschikt. Goede zakkendragers en biervoerders roekeloze maar brave mensen hadden de ingang van hun verenigingsplaatsen ook versierd met groen en met een bedekking van lof die best dichterlijk waren opgesteld. De stadsregering had om alle mogelijke onheil te voorkomen, verboden om ‘s avonds te schieten.

De boom van vrijheid die voor het hospitaal stond en al lang niet meer groeide, stond er verdord en droog bij en was nu versierd met takken van andere bomen in een poging om hem er jonger te laten uitzien. Hiermee werd er, ondanks het feit dat deze boom het symbool van ons geluk en onze vrijheid zou moeten voorstellen, werd er niet weinig mee gelachen. Men roddelde hier dat de boom van vrijheid voor de komst van Leopold op zijn best was gekleed en hij nu – net zoals de koning – een pruik droeg.

De heer de Coster, hoofdman van de gewezen koninklijke gilde van de Getrouwe Herten, nog bestaande uit zes leden waaronder hijzelf, zijn zoon en zijn schoonzoon had zich bij het muziekkorps van de herberg ‘De Gouden Bolle’ gevoegd om aldus in glorie nog eens met zijn medaille te mogen pronken. Men zegde dat zijne majesteit wanneer hij zich naar Ieper begaf en gekomen zijnde aan herberg ‘Sint-Pieter’ langs de steenweg leidende naar Brugge eensklaps onpasselijk werd en dat hij aan een eenvoudige mens om drinkwater gevraagd had, water dat hij voor hem uit de Ieperlee had geput.

Dit is een fragment uit Boek 1830-1876 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1830-1876
banner