Donderdag 18 juni 1744. We bemerkten dat de Fransen klaar waren in al hun bedekte werken en precies op de middag hadden ze de tranchees geopend en dan zag men de vendels zwieren die geplant waren op hun batterijen. Vanaf die tijd begonnen ze te schieten naar de stad en naar de batterijen van de Hollanders, en ze hadden ook bommen gesmeten. Na de middag – om 15u – werd er een kind dodelijk getroffen door een kanonbal, zittend in een woning bij de Torrepoort, zich uitstrekkend tot achter de tuin van de paters recolletten.
In de namiddag was de eerste bom gevallen in de Elverdingestraat tegen de muur van jonker Labussche de Massiet, heer van Reningelst etc., die aan dat huis grote schade had aangericht. Rond de avond was er een bom gevallen in de woning van Baes Woestijn rechtover de kerk van de eerwaarde paters augustijnen, welke Woestijn en zijn vrouw zwaar gewond werden. Zijn dochter en een vrouw die in hetzelfde huis woonden, waren helemaal teniet gedaan en al hun meubelen waren vernield. En ware het niet geweest van de paters augustijnen en andere buren, dan zou deze Woestijn en zijn vrouw, de dochter van het vermelde wijf versmacht geweest zijn onder de materialen.
Vrijdag 19 juni 1744. Afgelopen nacht was er een bom gevallen in het achterste salon van de woning van jonker Albert Keignaert, heer van Catsberg, Geluveld, etc., schepen van de stad. Een projectiel dat de hele kamer van onder tot boven verpletterd had. Het huis was nog maar nieuw gebouwd. In de kerk van de paters augustijnen was een bom gevallen in het hoog koor, naast het hoog altaar aan de linkerkant ervan, die het graf en de zerksteen van de heer Gomere helemaal verpletterd had, met daarbij grote schade aan de kerk.
Vrijdag 19 juni 1744. De eerste schade was er gekomen aan de woning van de heer Cardinael – mijn woning dus – in de achtergevel, door een kanonbal en nadien nog verscheidene andere kogels die het huis gepasseerd hebben, vermits er op de zolder van de woning drie ballen gevonden waren. Van die dag af aan hadden veel notabele personen hun huizen verlaten, daarin achterlatend hun domestieken en bewakers om te ontsnappen aan de gevaren en de grote benauwdheid. Voornamelijk diegenen die woonden in de Elverdingestraat, Boezingestraat, Diksmuidestraat, Recollettenstraat, Torhoutstraat en een deel van de Boterstraat. Ze waren bij hun vrienden gegaan en naar andere kloosters aan de kant van de Sint-Pietersparochie.
We konden de schade niet goed inschatten, maar zouden enigszins de beschadigde huizen hier specificeren die de meeste inslagen geleden hadden. Indien men al de beschadigde woningen moest opsommen, dan zou men niet één huis kunnen gepasseerd hebben. De grootste schade vond men dus van aan de jezuïeten beginnende langs de stadsvesten; de arme klaren, Boterstraat, Elverdingestraat, Boezingestraat, Veemarkt langs de stadsvesten tot de Diksmuidepoort, Diksmuidestraat, Recollettenstraat, Torre- of Torhoutstraat, Grote Markt, bisdom, Sint-Maartenskerk, van daar door de Leet of Lentemarkt, Korte en Lange Meers, Sint-Jansabdij met de kerk van Sint-Niklaas. Maar men zou voortgaan
En dan verder; eerst op de Boterpoort met de huizen die grotendeels beschadigd waren.
De refuge in de Luikstraat, de refuge van markies de Cerf, heer van Vlamertinge en al de huizen in diezelfde straat. Elverdingestraat; jonker Keignaert, de kerk der paters augustijnen en het klooster van mijnheer Goets van Daele, Langrange, grauwe nonnenklooster, de heer Cruypée, de heer kanunnik Rosseel, Liederman, oppervoogd van de wezen, baron Depamele, jonker Delongin, het huis van de heer pastoor van Sint-Niklaas, juffrouw-weduwe Cardinael, Massiet De Reningelst, Cornelis Maerten, bakker Walwein, schoenlapper Vanthorre, Gillis Moor, de devote Delboo, mijnheer Delepouve schepen van de Zale en kasselrij, enkele huizen in ’s Heer Jansstraatje, bij Vanderbeke, de abdij van de Sint-Janskerk was geschonden, de kerk van Sint-Niklaas idem, het huis voor de Sint-Niklaaskerk bewoond door de heer Poyblaut te voren de douairière Trouson, het klooster en de kerk van de Roesbrugge-nonnen.
En dan terug naar de Elverdingestraat; het huis van de 80-jarige heer Vollebout, heden twee maanden getrouwd met juffrouw Vanderghinst, oud 18 à 19 jaar, de heer en meester Hendryk, pensionaris van de kasselrij, de douairière Dalehere, mijnheer Devisch, mijnheer Vandermeersch en D’Allaeys, beide schepenen van de stad, jonker Bonaert de oude, jonker Vandelegere, de heer kanunnik Goethals, de heer kanunnik Deschodt, baron d’Herne, mijnheer Walwein, mijnheer Meezemaker wijnsteker, juffrouw weduwe van de heer Mombrey, diverse gevallen op de Leet, op huizen in de Lange en Korte Meersstraat, veel in het bisdom, grote schade in de kerk van Sint-Maartens. Boezingestraat; de heer Ferrix in huwelijk met de weduwe van Pierre Ketel, tailleur Flamand, schoolmeester Millecam, kuiper Leys, apotheker Loot, paardensmid Augustijn Halewijn, botermarchand Clerck, een bom gevallen recht voor het Onze-Lieve-Vrouwhuisje.
Veel huizen geschonden op de Nieuwe Houtmarkt. Veemarkt; de douairière Moucqueron, De branderij bewoond door de heer Vergheys, financier Grainder, juffrouw Mesplauw geestelijke dochter, de herberg genaamd ‘Het Barbelhof’ met het nieuw gebouw van de gilde was sterk geschonden, de brouwerij De Marminne bewoond door de heer Bolin, de oude kerk van Brielen was helemaal verpletterd, de weduwe Meens had grote schade geleden, de huisjes langs de stadsvesten tot aan de Diksmuidepoort waren ook al sterk geschonden, alsook de herberg genaamd ‘Hondschoote’, veel schade aan enige huizen in de Kaaistraat, grote schade in het begijnhof en aan hun kerk.
Diksmuidestraat; jonker de Thybault, heer van Boezinge, huidvetter Poot, de heer Costenoble, schuppenier, bakkerin Vedua Ghyselen, huidvetter Bouck, sterk geschonden, de heer de Ghelcke, het huis waar de grote majoor van de Hollanders woonde, met name ‘Lelie’, de school van Sint-Laurens, de kapel van Portiuncula van Thuyne sterk geschonden, de paters recolletten sterk beschadigd net zoals hun kerk, met veel huizen in de Diksmuidestraat tot aan de Grote Markt. Er was een bom gevallen in het kasselrijhuis aan de Grote Markt. Recollettenstraat; David Dezittere, het huis en herberg genaamd ‘Duc de Lorraine’, grotendeels beschadigd door kanonballen en bommen gebruikt bij Cornelis Dezuttere, de heer Boutten, secretaris van de tresorie, de heer Merghelynck neffens de Recollettenpoort en nog verscheidene andere huizen die in dezelfde straat beschadigd werden.
Torhoutstraat; wijnsteker Calmeyn, de heer Deboute, huidvetter, Rubrecht de jongen, Frans Lambrecht, jonkman Hendryx, Calmein, fontenier van deze stad, op de militaire gevangenis, de douairière Brunfaut, de refuge van de markies van Beselare met nog meer andere huizen in diezelfde straat. Komende tot aan de Grote Markt en de Oude Houtmarkt waren er ook veel huizen geschonden. In de loop van de dag had men vele zakken met dode soldaten zien binnenbrengen van de Hollanders die door de Fransen doodgeschoten waren. Men rekende het verlies op 64 mannen, zonder de deserteurs en gekwetsten.
Dit zijn fragmenten uit Boek 1600-1784 van De Grote Kroniek van Ieper


