banner
feb 28, 2026
145 Views
Reacties uitgeschakeld voor Roepende armen in de lucht

Roepende armen in de lucht

Written by
banner

Nieuwjaarsdag 1915 zorgt helaas al opnieuw voor enkele burgerslachtoffers in Ieper. De kerk van de zwarte zusters zit behoorlijk vol. Niet moeilijk als men beseft dat geen van de vier Ieperse parochiekerken nog open is voor het publiek. De kathedraal van Sint-Maartens staat er afgebrand bij, de pas herstelde kerken van Sint-Pieters en Sint-Jacobs zijn buiten gebruik en die van Sint-Niklaas is gesloten door een gebrek aan priesters.

Maar buiten wat sporadische shrapnels zet het nieuwe jaar zich hoe dan ook kalmer in. Van die relatieve rust maakt het stadscomité gebruik om fondsen in te zamelen en hulp te verlenen aan de noodlijdende mensen in Ieper. Een evaluatie van de toestand leert ons dat de stad nu nog altijd bewoond wordt door 8.000 burgers waarvan de helft vluchtelingen. De mensen dolen overal rond, in het bijzonder de landelijke bevolking. Ze zakken af naar de stad of het omliggende, vinden hier en daar een half vernield huisje en nemen er bezit van.

Ze leven van hetgeen de soldaten hen geven en slijten hun dagen in slecht verluchte, gebombardeerde kamertjes, zo ongezond als maar kan. Ze vertoeven daar soms met zeven, tien of meer personen in een kleine ruimte. Het is dus niet te verwonderen dat die vreselijke tyfuskoortsen uitgebroken zijn in de stad. Niet alleen de burgers maar ook veel soldaten zijn al aangetast door de ziekte. Men beslist om het hospitaal van het Heilig Hart uit te breiden. Twee zalen zullen nu dienen voor de gekwetsten en twee nieuwe zalen voor tyfuslijders.

Drie extra zusters van het Ieperse burgerziekenhuis zullen daartoe speciaal overkomen van Ieper. De massa van de bommen mag dan wel verminderd zijn, toch blijft het bijzonder gevaarlijk in de binnenstad. De bombardementen zetten zich in januari met een wisselende intensiteit verder en zorgden voor angst bij de bevolking. Wel elke dag moeten de hulpverleners inspringen om mensen van onder het puin te bevrijden, gewonden te verzorgen of om doden te begraven. De militaire overheid waarschuwt er trouwens voor dat de Duitsers momenteel al een nieuw bombardement voorbereiden.

Men voorziet treinen voor vluchtelingen die zullen vertrekken aan de stations van Vlamertinge en Poperinge. Het advies aan de mensen is duidelijk, namelijk zo veel mogelijk mensen weg te krijgen. Veel bewoners volgen die raad op maar velen trekken zich dan weer niets aan van die militaire boodschap. Shrapnels en tyfuszieken domineren Ieper. Daarbij komt dan nog eens een erbarmelijk slecht weer dat de militaire operaties enorm belemmert. Het overstroomd gebied ten westen van Ieper heeft zich meer dan 500 meter uitgebreid.

Vrijdag 15 januari is een dag vol kanonvuur met veel obussenschade voor Ieper en zijn hinterland, Brielen, Boezinge. De familie Cornillie is eind januari 1915 teruggekeerd naar Ieper na zijn vlucht naar Roesbrugge. Na hun terugkeer slapen ze enkele nachten in het salon van hun woning. Maar zowat iedere ochtend horen ze droevig nieuws vertellen. Deze of gene is ’s nachts gedood, gewond of bedolven door het puin van zijn huis. Het toont toe gevaarlijk het is om hier te verblijven. Vader Cornillie beslist dat het toch beter is om voortaan in de kelder te overnachten.

Met de nodige improvisatie lukt dat. Het kelderraam wordt gebarricadeerd tegen inslaande granaatscherven en de kinderen zullen voortaan in de kelder slapen. Ze raken vrij snel gewend aan de nachtelijke bombardementen en het lijkt er wel op dat de Kalfvaart niet op de Duitse kaarten staat. Hoe vaak kijken ze niet naar de nachtelijke lucht boven de frontlijn.

Naar die vlammende vuurlijn met zijn blaffende kanonnen. Rosse vlammen spuiten uit ontelbare en onzichtbare lopen. Lichtraketten trekken sierlijke bogen, ploffen open gevolgd door witte, blauwe of rode fakkels die langzaam door de vlucht zweven om vervolgens weer uit te doven. Een zicht dat ze alleen maar zien aan het Frans front want de Britten en de Duitsers kennen geen fakkels.

Eind januari beslissen de Friends om een ‘search party’ te organiseren, een zoektocht naar tyfuszieken, in een poging om de epidemie onder controle te brengen. De aanwezige zusters zullen er hun rol in spelen met dagelijkse bezoeken aan de huizen, kelders en natuurlijk ook de kazematten. Elke bezochte familie wordt gecontroleerd of er al dan niet zieken zijn en indien dat zo is, worden ze weggebracht. Ook de latrines en waterreservoirs komen in de aandacht. Alle geïnfecteerde woningen krijgen labels zodat men van buitenaf weet hoe erg de toestand er binnenin is.

Op sommige plaatsen moet het beddengoed verbrand worden en krijgen de mensen nieuwe lakens en dekens. Ook in de randgemeenten slaat de tyfus ongenadig toe. Februari loopt op die manier met af en toe heel koude nachten en altijd maar met dat niet te controleren geschut van bommen en shrapnels. De hulpverlening in de stad neemt nog toe maar dat is helaas ook het geval voor de zieken. Het hospitaal van het Heilig Hart telt op 7 februari al 470 zieken en 134 personen die een serieuze operatie hebben ondergaan en daarnaast nog duizenden mensen die verzorging of verbanden kregen.

De consultatie en de hulpverlening gebeuren volledig gratis dankzij de dokters van de Friends Ambulance Unit. Een van hun aalmoezeniers is net teruggekeerd van Voormezele. Daar is de kerk helemaal verwoest en bijna het hele dorp ligt in puin. Op 11 februari valt een heuse regen van obussen rond de Kruisstraat en het Excercitieplein. Bij de instorting van een woning vallen vijf doden te betreuren. Het wordt een dag vol trieste gebeurtenissen. Zes soldaten vinden de dood in de woning van Maurice Desramaults en vier andere in de Lombaardstraat.

Van de talloze gewonden zullen er zeker nog zes overlijden. De dodelijke granaat is afgeschoten vanuit een geblindeerde Duitse wagen. Hoeveel treurnis heerst toch op de begrafenis van acht burgers op 13 februari? De spreekzaal van de zware zusters transformeert zich gaandeweg tot lijkenhuis. Die 13e is er al weer sprake van vijf of zes shrapnels. Onze kanonnen bulderen met een ongehoorde felheid. Beangstigende slagen die de deuren en ramen laten beven en zelfs de grond onder de voeten doet schudden. De toestand in de stad medio februari 1915 is allerminst schitterend.

In de Lange Torhoutstraat zijn slechts enkele huizen zwaar beschadigd. In de Korte Torhoutstraat is het erger. Hoe dichter bij de Grote Markt, hoe meer de huizen verwoest zijn. De Bank van Kortrijk aan de overzijde van het hospitaal is uitgebrand. De muren staan er nog als een soort geraamte overeind. Op de Grote Markt is de verwoesting zo omvangrijk dat die niet met één blik te overzien is. Verbijsterend. Het Nieuwerck staat er nog gedeeltelijk. De eerste pijler is weggeslagen en het plankier van het kabinet van de burgemeester hangt tot op de begane grond.

Het dak is verdwenen en doorheen het puin ziet men een rond raam dat er niet hoort te zijn. Verder staat onze ooit zo heerlijke lakenhalle nu zonder dak, uitgebrand en met een voorgevel vol gaten. Het verminkte belfort staat er zonder spits en met slechts drie hoektorentjes. De vergulde cijfers hangen nog op de wijzerplaat maar de wijzers staan stil. Achter de lakenhalle staat rijzig en statig de doorluchtige toren van de kathedraal waar bovenop de vlaggenmast een zwart stuk stof als rouwvlag dient. De huizen aan de zuidzijde en de westkant vormen niet langer de omlijsting van het grote plein.

Zwart berookte stompen van muren, wanstaltige zijgevels en schoorstenen steken als om hulp roepende armen in de lucht. Op de Neermarkt is het niet beter gesteld. Maar na het zien van de Grote Markt maakt de Boterstraat toch minder indruk. De Paterskerk is beschadigd. Een granaat heeft het dak en de zoldering doorboord en men heeft het gat zo goed mogelijk proberen te dichten.

Dit is een fragment uit ‘Het Boek – De Geschiedenis van Ieper’

Article Categories:
Het Boek
banner