1. Grote Markt. In het Frans ‘La Grande Place’ genoemd door de heren in de wandeling. Het was alom bekend dat er in de Nederlanden geen schonere markt gevonden werd als die van Ieper. Hoewel die niet vierkant was. Ze strekte zich in de lengte van het oosten naar het westen en het was aan deze markt dat de zeven hoofdstraten begonnen.
2. Zuidstraat. Deze was de schoonste, langste en breedste en de eerste hoofdstraat van de stad en werd aldus genoemd omdat ze begon aan de markt en naar het zuiden liep. Ze werd soms ook de Mesenstraat geheten en later de Rijselstraat omdat men langs deze weg de poort uitging die naar Rijsel leidde.
3. Casselstraatje. Zijnde het eerste aan de rechterzijde van de Zuidstraat afkomend van de Grote Markt. Het liep westwaarts tot aan de Groene Lindestraat (69). Het is waarschijnlijk maar niet zeker dat dit straatje zijn naam verkregen had omdat men via deze weg naar de Tempelpoort stapte die dan vervolgens naar Cassel leidde. Het was nochtans zeker geweten dat daar omtrent deze Groene Lindestraat een brug geweest was die de ‘Casselbrugge’ geheten werd en boven de Ieperlee lag, zoals bleek uit een handschrift uit 1430 of daaromtrent.
4. ABC-straatje. Als men kwam van de Grote Markt was dat de tweede straat rechts in de Zuidstraat. Die straat werd zo genoemd omdat op het einde van deze straat in de oude tijden een blekerij gevestigd was met de naam ‘d’ABC’. Deze blekerij was sedert enkele jaren veranderd in een brouwerij die dezelfde naam behouden had.
5. Goudenhoofdstraatje. Als men van de Grote Markt kwam, was dat de derde straat rechts. Ze werd zo genoemd omdat de herberg ‘Het Gouden Hoofd’ daarnaast gebouwd was. Dit straatje werd geliquideerd en met een poort afgesloten ten jare 1695 toen de nonnen van het klooster Ten Bunderen, gezeid Koningsdaele daar hun kerk bouwden. Datzelfde klooster werd op 10 mei 1783 afgeschaft.
6. Zegelberghestraatje. Ook wel verkeerd genoemd als het Zichtbeekstraatje dat in 1809 alleen nog bekend stond onder de naam van het Arme Meisjesstraatje, sedert de school van deze naam daar gebouwd werd. Men beweerde dat de eerste naam afkomstig was van de naam van een zekere Floris Zegelberg die bij zijn vrouw Barbara Werkijn 26 dochters zou gewonnen hebben. Dit straatje, zijnde het vierde aan de westzijde of het vierde rechts van de Zuidstraat, afkomende van de Grote Markt werd in het verleden ook wel eens het Taartestraatje genoemd, maar was nu herdoopt in het Arme Meisjesstraatje.
7. Weversstraatje. Was de vijfde straat rechts in de Zuidstraat als men van de Grote Markt kwam. Gelegen tussen het Arme Meisjesstraatje en de Vulderstraat of Volderstraat, naast het oude huis dat op dezelfde manier als de lakenhalle gebouwd was. Het scheen zo genoemd te worden omdat er in dit huis nog voor de tijd dat de Ieperse lakenweverij in bloei was er toen al veel wevers werkten. Hetzelfde straatje was nu gedood maar had zonder twijfel in zijn tijd een uitgang in de Sterrestraat (40).
8. Vulderstraat. De zesde straat rechts in de Zuidstraat als men van de Grote Markt kwam. Aldus genoemd omdat daar in het verleden veel volders woonden die gebruikt werden in de lakenweverij op de lakenhalle. Maar sedert dat de berg van Barmhartigheid daar opgericht was, werd ze vaak de Lombaardstraat geheten, welke naam in 1807 veranderde in die van ‘De Straat van de Berg van Barmhartigheid’.
9. Mijnheer Cornelis van Eeckhoutte straatje. Deze straat is de zevende straat aan de rechterzijde van de Zuidstraat als men van de Grote Markt komt. Naast het huis genaamd ‘De Kauwe’ dat reeds ten jare 1500 een brouwerij was. Men had niet gevonden waarom dit straatje zo geheten werd. Het was te geloven dat dit straatje in het verleden zijn uitgang had in de Vulderstraat, maar men had lange tijd over het erf van de kapucijnen moeten passeren om naar die straat te gaan. Ik had in bescheiden van dit jaar ontdekt dat dit straatje dat al sinds lang gedood was, langs het erf van het Sinte-Catherinegasthuis (en later de kapucijnen) lag en ook wel het Bachter Kauwestraatje genoemd werd.
10. Sinte-Catherinestraatje, aldus geheten naar het godshuis van die naam dat op het uiteinde van deze straat gebouwd was. Dit was de achtste straat rechts van de Zuidstraat, komende van de Grote Markt. Het had geen doorgang en eindigde aan het gewezen klooster van de kapucijnen van dewelke het de naam van Catherinestraatje ontleende toen die nonnen in 1609 in dit godshuis waren getrokken. Het klooster van de kapucijnen werd afgeschaft op 26 november 1796. In 1809 zou dit straatje als ‘De strate van Rivoli’ genoemd worden, naar de naam van een stadje in Piëmonte in het koninkrijk van Italië, waar de Fransen een zegepraal behaald hadden op het leger van de Duitsers op 13 en 14 januari 1797.
11. Harpestraat. Strekkende westwaarts aan de Zuidstraat, zijnde het negende straatje rechts als men afkwam van de Grote Markt. Dit straatje werd genoemd naar het huis ‘De Harpe’ dat er aan de zuidzijde aan paalde. Het liep in het verleden westwaarts tot aan de Ieperlee bij het Zaalhof over het welk op het einde van dit straatje een brug lag zoals men dat kon zien op het oud plan van deze stad, maar nu al sedert jaren gedood was.
12. Klaverstraatje. Die lag aan de westkant van de Zuidstraat (de tiende straat rechts) en verbond de Zuidstraat met de Ieperlee naast het Zaalhof. Het werd zo genoemd omdat daar in oude tijden een stuk land lag waar er wilde klaver groeide. Dat leek zo te zijn omdat dat perceel in 1809 nog onbebouwd lag tussen deze straat en het zothuis aan de westzijde van de Neerstraat.
13. Paradijsstraatje. Westwaarts van de Zuidstraat, recht voor de kerk van Sint-Pieters, lopende tot aan de Neerstraat. Het was de elfde straat rechts als men van de Grote Markt kwam. Het werd ooit zo genoemd omdat hier een huis stond dat een heel schone tuin had en om die reden het paradijs werd genoemd. Voordien werd het ook het Vissersstraatje of het Kuiperstraatje geheten zoals ik kon terugvinden in bescheiden van 1498, maar de oorsprong van deze laatste namen waren me onbekend.
14. Sint-Cristoffelstraatje. Het twaalfde straatje rechts de Zuidstraat komende van de Grote Markt. Lopende van de Zuidstraat tot aan de Neerstraat. Dit straatje zou naar verluidt zijn naam gekregen hebben dankzij een zekere Christoffel de Bruyne die hier woonde en in de gevel van zijn woning een standbeeld van 18 voet hoog van zijn patroon had doen stellen. In 1809 zou het genoemd worden als het Nieuwkerkstraatje ter oorzake van de herberg van die naam aan de hoek van deze straat.
15. Lange Tegelstraat. Aan de westzijde van de Zuidstraat, het dertiende straatje op de rechterkant als men van de Grote Markt kwam. Het liep tussen de Zuidstraat tot aan de zogenaamde ‘Tegelbrugge’, bij het gewezen klooster van de kapucinessen dat afgeschaft werd op 26 mei 1784. De straat werd zo geheten omdat ze geplaveid was omdat men het daar gewoon was- omwille van de uiterste modderachtige grond – om er veel tegelstukken te werpen om diezelfde grond hard te maken. Die straat sloot ter hoogte van huisnummer 32 aan op de Korte Tegelstraat en samen zouden die twee straten later samen als de Tegelstraat genoemd worden. Aan de noordzijde van de Lange Tegelstraat lag in de vroegere tijden, te weten in 1383 en 1498 een klein straatje dat bekend stond onder de naam van ‘Heer Robrecht Tuyenstraatje’ dat ondertussen helemaal gedood was.
16. Sint-Jans Gasthuisstraatje. Dit straatje, het veertiende rechts van de Zuidstraat, had zijn naam ontleend aan het godshuis van Sint-Jan dat daar gesticht werd ten jare 1279 door Pieter Broederlam en zijn vrouw Beatrix. Het had geen doorgang maar eindigde aan het betreffende godshuis. Het werd gemeenzaam genoemd als het Sinte Godelieve straatje, omdat de overblijfselen van deze heilige in de kerk van dat godshuis berustten. In een bescheid van 1498 werd door een zekere Nicolais Emerye gewag gemaakt van het Begijnenstraatje aan de westzijde van de Zuidstraat. Deze naam werd ongetwijfeld ook gegeven in die tijd aan het Sint-Jans godshuis.
17. Goude Velestraatje. We keerden nu even terug naar het begin van de Zuidstraat en vertrokken opnieuw van de Grote Markt. Het Goude Velestraatje was het eerste straatje aan de oostzijde van de Zuidstraat, het eerste aan de linkerhand dus als men van de Grote Markt kwam. Het liep tot aan de Dhondtstraat en had zijn benaming gekregen van een huis geheten ‘De Gouden Vele’ dat er in de oude tijden gebouwd stond.
18. Manestraatje, tegenwoordig in 1807 meer bekend onder de naam van Maltastraatje. Het was de tweede straat aan de linkerzijde of de oostkant van de Zuidstraat, komende van de Grote Markt. Het liep ook al naar de Dhondtstraat en had zijn naam gekregen dankzij het huis ‘De Halve Maan’ maar het had na 1807 de naam van Maltastraatje behouden.
19. Oude Kleermarkt. De derde straat links van de Zuidstraat komende van de markt. Strekkende tot aan de Dhondtstraat rechtover de nieuwe weg tot aan het Zegelberghestraatje (6) aan de westzijde. Deze straat was zo geheten omdat hier sedert veel jaren het grootste deel van de oude klerenverkopers woonde.
20. Reuzestraatje. Bevond zich tussen het zesde en het zevende huis over de Oude Kleermarkt aan de linkerzijde van de Zuidstraat, het vierde komende van de Grote Markt. Het was tegenwoordig gedood en met een poort afgesloten. Het straatje had waarschijnlijk nooit een doorgang gehad en had alleen maar gediend voor de inwoners van een grote huis dat er naast stond. Het welk, indien men geloof mocht hechten aan de oude overlevering bewoond zou geweest zijn door een reus en daar ook zijn naam zou aan ontleend hebben. Nota: volgens Jules Cornillie werd hier in 1325 het goed van Frans Rucen of ‘de Ruusse’ aangeslagen. Een bewijs dat deze straat helemaal niets te zien had met een of andere reus, maar gewoon met een familie die hier woonde. In Ieper was er in 1286 trouwens al een zekere Lambert de Ruse bekend.
21. Kraeminkstraat. Aan de oostzijde van de Zuidstraat, zijnde het vijfde links komende van de Grote Markt. Strekkende tot aan de Dhondtstraat. Het werd zo genoemd omdat hier in het verleden vier zusters woonden, dochters van Aernout de Keersgieter en van Stevelinne Dammaert die alle vier vroedvrouwen waren en door de meesten als kraamwijven werden opgeroepen. In 1807 werd deze straat nu genoemd naar de herberg die in datzelfde straatje stond, namelijk ‘De Gouden Poort’.
22. Loy Houvenagelstraatje. Was sinds veel jaren gedood, maar nam zijn begin aan de zuidzijde van de Gouden Poortstraat of Kraeminkstraat (21) en liep daar eerst zuidwestwaarts door het zogezegde ‘Moorhoven’ tot aan het Kattestraatje (23). Men wist niet waarom dit straatje die naam voerde. Al hetgeen men met zekerheid kon zeggen, was dat zijn oorspronkelijke naam al in de oudste bescheiden bezat en dat het zijn begin nam in de Kraeminkstraat.
23. Kattestraatje. Dit straatje lag aan de oostzijde of de linkerzijde van de Zuidstraat, tussen de Kraeminkstraat (21) en de Wenninckstraat (24), een eindje van daar oostwaarts van het zogenoemde Moorhoveken onder dewelke het nu bekend was. Ik had nergens de oorzaak van deze naam gevonden. Nochtans; in een handschrift van het jaar 1430 en in een ander van 1498 maakte men gewag van het ‘kattenstraetje’ en werd er gezegd dat het gelegen was aan de oostzijde van de Zuidstraat. En ook jongere bescheiden vertelden datzelfde. Het straatje was net zoals in het verleden zonder uitgang gebleven.
24. Wenninckstraat. Gelegen aan de oostzijde van de Zuidstraat was ze de zevende straat aan de linkerkant, komende van de Grote Markt. Deze straat liep door tot aan de Dhondtstraat waar de Bukkersstraat begon. Ze had haar naam gekregen van een zekere heer Aboulon Wenninck die aan de noordzijde ervan in vroegere tijden veel huizen deed bouwen op zijn tuin die tot op dat moment met een blinde muur afgesloten was geweest. De straat werd ook al (bij zekere misslag) Wedyne-, Weeding- en Weddingstraat geheten zoals dat bleek uit bescheiden van 1498 en 1509. In 1809 droeg ze nu de naam van Josephinestraat, naar de naam van Joséphine de Beauharnais, de keizerin van Frankrijk en gemalin van Napoleon Bonaparte.
25. Kerkhof van Sint-Pieters, of het Sint-Pieterskerkhof. Liggende tussen de Zuidstraat in het westen en de Bukkersstraat in het oosten. Zijnde de achtste straat links als men van de Grote Markt kwam. Het was op de grond van deze kerkhofplaats, zijnde een grote vierkante plaats dat de kerk van de heilige Petrus gebouwd was. Men kon langs dezelfde kerk aan beide zijden van de Zuidstraat naar Bukkersstraat gaan. In 1807 werd het kerkhof van Sint-Pieters door middel van de recente naamsverandering veranderd in de Sint-Pietersplaats.
26. Platteelstraat of Pateelstraat. Deze was de achtste straat aan de oostzijde of de linkerkant van de Zuidstraat, komende van de Grote Markt. Ze strekte zich uit tot aan de Bukkersstraat. Men beweerde dat ze aldus genoemd was naar een zekere mevrouw die men gemeenlijk benoemde als Passchinken Platteels die er gewoond had en in de leeftijd van 99 jaar, 9 maand en 9 dagen gestorven was. Ze dreef daar koophandel in plattelen en aardewerk die ze van andere steden liet komen. Dat was nog in de tijd voor er hier pottenbakkerijen in zwang waren.
27. Zuidestraatje. Dit straatje had geen doorgang en was in 1807 al gedood. Het straatje werd aldus geheten omdat de herberg genaamd ‘Sint-Pieter’, in de volksmond ‘Het Zuide’ er aan paalde en het daar zijn uitgang had. Dit was het negende straatje links komende van de Grote Markt.
28. Muizenstraatje. Het tiende straatje aan de linkerzijde van de Zuidstraat komende van de Grote Markt en schuin rechtover het Sint-Jan Gasthuisstraatje (16). Het had zijn naam verkregen zo men kon ontdekken van de ene kant doordat de inwoners van de omliggende tuinen door de muizen geplaagd werden en aan de andere kant omdat de gebruikers van deze huizen ten jare 1490 hier allemaal van de pest waren gestorven en dat men achteraf in hun huizen een menigte aan muizen en ratten gevonden had. Dit straatje had geen doorgang. Dit steegje werd soms ook, door het ontbreken van een uitweg genoemd als het Muizenhollestraatje (Jules Cornillie).
29. Beurzestraatje. Dit was de elfde straat links in de Zuidstraat komende vanaf de Grote Markt. Het liep tot aan de Bukkersstraat en werd aldus genoemd – indien wat men hierover vond, gegrond was – omdat daar in oude tijden een vrouw zou gewoond hebben die het gewoon was van een zware beurs van hondenvel te dragen die ze ook als ‘beurze’ omschreef. Deze vrouw gaf geld in lening aan allen die daartoe verzochten, met een zekere winst. Volgens Jules Cornillie zou – tussen het Muizenstraatje en de Beurzestraat, aanleunend tegen het Muizenstraatje- er tot in 1914 een beluik bestaan dat bekend stond als ‘Het Verdiep van Water en Melk’, waar men meerdere huisjes aantrof. Verder noordwaarts was er nog een ander beluik met woningen. Het huis in de Rijselstraat dat toegang verleende tot het beluik droeg in zijn voorgevel een ster met zeven punten en daarom werd dit beluik ook de ‘Zevensterre’ genoemd.
30. Grimminckstraat. Gemeenzaam gezegd achter het Nazareth, zijnde het laatste straatje aan de linkerzijde van de Zuidstraat komende van de Grote Markt. De straat begon aan het Nazareth dat gesticht werd ten jare 1336 en eindigde aan de stadsvestingen. Ze werd zo geheten om dat daar in voorgaande tijden herberg ‘De Grimberd’ gestaan heeft. Anno 1807 was de naam van deze straat nu veranderd in de ‘Straat van Austerlitz’, genaamd naar de veldslag tussen de Fransen en de Duitsers in de buurt van de stad van Austerlitz.
Dit is een fragment uit Boek 1785-1829 van De Grote Kroniek van Ieper


