banner
jul 22, 2025
120 Views
Reacties uitgeschakeld voor Onbeschaamde zielen

Onbeschaamde zielen

Written by
banner

Dinsdag 16 augustus 1566. In de vroege ochtend waren de kwaadwilligen van de stad al actief, geholpen door vreemde lieden die vooraf al in de stad gekomen waren. Ze begonnen nu binnen de stadsmuren met geweld de kerken aan te vallen. Dat was het geval met de kathedraalkerk maar ook met andere kerken. Ze braken de beelden, altaren, boeken, orgels, ornamenten, enzovoort. Net zoals ze dat gisteren gedaan hadden in de buitenkerken. Zonder dat die van de wet enige weerstand konden bieden, omdat de hoogbaljuw, de edelen, notabelen, gildebroeders zich bekommerden om de stadspoorten te bewaren en de toegang wilden beletten voor predikant Matte en zijn aanhang.

Want zijn bende wachtte nog altijd aan de buitenzijde van de stad en de wetsheren waren er beducht voor dat ze zouden binnendringen in Ieper en met een grote bende wel eens een algemene verwoesting zouden aanrichten en daarbij zeker de particuliere huizen zouden plunderen tijdens hun zoektocht naar kerkelijke sieraden. Ondertussen zaten de ketters binnen in de kerken, ze aten en dronken in de kloosters en in de woning van de bisschop. Tot ze van de voogd en enkele heren van de wet werden verjaagd. En zeggen dat het allemaal volders, wevers en saaiwerkers waren.

Rond de middag werd een gebod gedaan dat elke burger gewapend naar de lakenhalle moest komen om zijn goed te komen verdedigen. Er verscheen ook een bevel dat niemand in enige particuliere huizen mocht binnendringen zonder de toelating van de bewoners en aan niemand overlast mocht doen, op straffe van de galg. Er werd voor de lakenhalle direct een galg gerecht. De nieuwe ordonnanties zorgden voor een grote toeloop op de Grote Markt. Zowel van sektarissen en kwaadwilligen als van de burgers die zich daar met hun wapens kwamen presenteren.

Een beeldenstormer, met name Hans Tavernier, begon met een ijzeren handboom het Onze-Lieve-Vrouwebeeld te breken, staande aan het belfort boven de voute en hij ondervond daarbij geen tegenstand. Maar toen dat ter kennis kwam van de wet die vergaderd zat in de schepenkamer hadden ze deze Tavernier opgepakt en naar de gevangenis geleid. En dat was nu een reden voor de sektarissen om nog meer rumoer te maken en ze maakten aanstalten om Hans Tavernier te gaan bevrijden. Maar ze kregen de tijd niet want nog tijdens de vergadering van de wet werd Tavernier naar boven in de kamer gebracht en veroordeeld.

We waren al de kerken in de stad gaan bezichtigen en vielen haast in onmacht van verbazing. Onze harten braken van al die indrukken. In al onze kerken was er niet één stuk heel gelaten. Alles lag overhoop, gebroken en geschonden zodat men er amper zijn weg kon vinden, door de grote stapels van gebroken beelden, schilderijen, taferelen, altaren, zitstoelen, biechtstoelen, kussens en menigvuldige andere kerkelijke ornamenten die onze godvrezende voorouders over menige jaren en met grote kosten tot glorie van god hadden doen stichten. Dat allemaal hadden die goddeloze geuzen op één dag alleen – alsof ze door de klauwen van de duivel waren geholpen – volledig geschonden, bedorven en vernield.

…. De bende had heel vroeg in de stad zo dapper aangevallen dat er door hun gedrum geen gelegenheid meer geweest was om de poorten te sluiten. Eerst vielen ze binnen in de kerken waar ze alle beelden, altaren, biechtstoelen, banken en stoelen en alles wat zich in de kerken bevond geschonden hadden. Op dezelfde manier werden de mannen- en de vrouwenkloosters aangetast en mishandeld.

De geestelijken waren bevreesd om door deze ‘rapaille’ aangevallen te worden en hadden wereldlijke kleren aangetrokken of ze hadden zich verborgen in de huizen van Ieperse vrienden. Ze durfden zich zeker niet in het openbaar te begeven of zich met geweld verzetten tegen de geuzen, want men wist niet wie vriend of vijand was. Dat zou alleen maar door god bekend zijn.

Men zag een menigte onbeschaamde zielen langs de straten lopen, gekleed met kazuifels en andere priesterlijke en religieuze gewaden. En ze liepen daarmee als een hoop huichelaars de spot te drijven en gek te doen, tot grote voldoening van de geusgezinden, maar tot hartzeer van de goede kerkelijken. Men bemerkte dat de voornaamste aanvoerders van de geuzen aan hun zijde harde schotels droegen, zoals indertijd de bedelaars die plachten te dragen. Deze, als ze ergens in een kerk of klooster kwamen, zegden dat ze kwamen in opdracht van graaf Egmont.

De kerkmeesters vroegen dat ze dat moesten doen zonder goedkeuring omdat ze niet konden geloven dat een katholieke gouverneur schriftelijke toelating zou geven om de katholieke religie te vernietigen. Hierop trokken de calvinisten uit hun eetzak die de gelijkenis had van een bedelzak, de brieven die getekend waren door van Egmont waarmee hij hen volmacht gaf.

Ze toonden die aan de kerkmeesters en andere meesters. En daarom werd Egmont bij die van Ieper aanzien als een verrader. Ik zou echter niet staande kunnen houden dat Egmont dergelijke toelating zou ondertekend hebben maar dat dit vervalste brieven waren. Maar daarom brachten de geuzen heel het magistraat en andere meesters in zodanige verslagenheid dat ze nauwelijks wilden weten wat ze nu eerst ter hand zouden nemen om het kwaad te stutten. Want ze wisten niet eens of die beeldenstormerij nu al dan niet verboden was van hogerhand of wel degelijk een bevel van Egmont, aanbesteed door de gemene penning.

Aan deze beeldenstorm of kerkbraak werd een hele dag besteed, met nog een groot deel van de nacht. Alle geleerde boeken stonden te kijk van de schone bibliotheken van verscheidene abdijen en kloosters en eveneens die van zijn hoogwaardigheid Rythovius die een grote minnaar van boeken was. Ook had de abdij van Eversam daar verscheidene boeken verloren wiens waarde met geen geld te betalen was, een verlies dat onherstelbaar was.

Dit zijn fragmenten uit Boek 1529-1599 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1529-1599
banner