banner
mrt 5, 2026
102 Views
Reacties uitgeschakeld voor Op de vlucht

Op de vlucht

Written by
banner

Donderdag 16 mei 1940. De Belgische overheden riepen de bevolking op om kalm te blijven. Kalmte! Kalmte! Kalmte! Er was geen reden tot paniekstemming. Een kalme mens was een sterke mens. De berichten over de militaire toestand in België waren niet alarmerend. Met de hulp van de bondgenoten die dag aan dag, nee uur na uur, steviger, kloeker en sterker werd, konden we goddank het hoofd bieden aan de overweldiger die op zo een snode wijze ons land had overvallen.

Gisteren werd gemeld dat een doorbraak op de Maas tussen Namen en Sedan, dankzij het overvloedige en sterke Franse materiaal terug kon worden toegehaald. Nee! Op een paar dagen tijd zou de vijand niet door ons land trekken. En het was de plicht – een dure plicht – vanwege de burgerlijke bevolking om met evenveel moed, evenveel kracht en durf de verdediging van het vaderland op zich te nemen.

Zoals onze kranige jongens het in de voorste linies gedaan hadden en nog steeds deden. En de plicht van de burgerbevolking lag er in om uit alle kracht mee te werken aan het vrijwaren en het behoud van de innerlijke orde en tucht van het land. Het hielp ons niets om het hoofd te verliezen en halsoverkop dingen te doen die niet rijp overwogen werden. De orde handhaven, was meewerken aan de verdediging van ons duurzaam vaderland.

Vrijdag 17 mei 1940. Alle verkeer op de grote wegen in heel de provincie West-Vlaanderen werd voor 48 uur verboden voor alle burgers. Dat verbod belette niet dat duizenden vluchtelingen met auto’s, rijwielen of te voet hier te Vlamertinge voorbijtrokken op weg naar Frankrijk. Gedurende de hele week trokken hele scharen vluchtelingen richting Poperinge.

Velen zochten een onderkomen op de gemeente of in de omstreken, hetzij voor een nacht of voor enkele dagen. Op één uur tijd werden hier 178 wagens met vluchtelingen geteld. Voegde daarbij de talrijke fietsers en voetgangers en men kon zich een beeld vormen van de drukte op de rijksweg Ieper-Poperinge. Via de radio vernamen we dat de wisselkoers van het Frans en het Engels geld vastgelegd was als volgt; 68 Belgische frank voor 100 Franse frank en 120 Belgische frank voor 1 pond sterling.

Zaterdag 18 mei 1940. Het verkeer op de grote wegen was nog altijd niet toegelaten maar dit bevel werd hier hoegenaamd niet in acht genomen. Ten andere, wat moest men dan doen met de duizenden vluchtelingen die hier heden voorbijtrokken om een schuilplaats te zoeken in Frankrijk? Een Engelse vlieger schoot een Duits vliegtuig in brand dat te pletter sloeg bij herberg De Krikke te Elverdinge. De vier inzittenden waren dood.

In Zillebeke de gebruikelijke vluchtelingenstroom. Maar het voedsel begon te ontbreken. Een chef-telegrafist van het Belgisch leger kwam hier toe vanuit Heist-op-den-Berg. Hij deed dienst in Dendermonde waar hij donderdag had moeten vertrekken na het vernielen van al zijn toestellen. We vernamen dat de Duitse troepen al in Aalst, Bergen en Reims waren doorgedrongen en dat de geallieerden nu front maakten aan de Schelde. De Franse bevelhebber Gamelin werd vandaag opzij geschoven en vervangen door Weygand.

Zondag 19 mei 1940. In Vlamertinge krioelde het van de vluchtelingen uit alle delen van het land, Vlamingen en Walen die hier voorbijtrokken op weg naar Frankrijk. De eerste dagen waren ze vooral voorbijgekomen met wagens maar nu doken er al veel op die met het rijwiel waren of te voet. De stoet van deze vluchtende menigte beschrijven was onmogelijk. Het was een mengeling van allerhande personen, mannen en vrouwen, jongeren en ouderlingen.

Allen van dezelfde geest bezield om te ontsnappen aan het oorlogsgevaar. Ouderlingen die voortsukkelden, kinderen op de armen gedragen of aan de hand van vader of moeder voorbijtrokken, jongelingen en jonge meisjes in de bloei van hun jaren. Studenten, geestelijken, hele huisgezinnen, families of groepen bijeen. De enen beladen met pakken, zakken of valiezen, de anderen die een volgeladen rijwiel, stootkar, kruiwagen of kinderwagen voortduwden. Of volgeladen wagens getrokken door boerenpaarden en groepen Bohemers met hun eigenaardige woonwagens.

En dan waren er nog de mannen van 16 tot 35 jaar – te voet of met de fiets – die het bevel gekregen hadden om zich naar Roeselare, Ieper en vandaar naar Frankrijk te begeven. De spoorwegmannen die in de streek van Ieper-Poperinge moesten verzamelen, talrijke groepen Belgische rijkswachters die te paard, te voet of met de fiets zich tussen die drukke menigte mengden.

En tot slot dan nog honderden Belgische soldaten die in de achteruittocht hun eenheid verloren hadden en naar Vlamertinge gestuurd waren waar voor hen een verzamelplaats ingericht was in de Galgebossen. Tussenin nog voort het verkeer auto’s, van boven geladen met matrassen en beddengoed en binnen volgepropt met valiezen, pakken en allerlei gerief. Daarbij kwam dan nog het heen en weer rijden van legervoertuigen en de achteruittrekkende legers.

Men kon zich dus een klein idee vormen van de drukte op de rijksweg Ieper-Poperinge tijdens die beroerde meidagen. Dat alles had enkele weken geduurd en gezorgd voor een troosteloze en moedeloze indruk op onze inwoners die binnen de mate van hun mogelijkheden vluchtelingen en soldaten hielpen met hen eten, drinken en slaping te verschaffen. Alleen tijdens de nacht werd die treurige stoet onderbroken en volgde de nachtrust in huizen, stallingen, schuren of soms onder de blote hemel. Gelukkig voor de vluchtelingen beleefden we die dagen erg schoon en warm weer.

Zillebeke. Nog altijd die massa vluchtelingen, te voet en met allerlei kleine vervoersmiddelen. Pas nu zagen we de echte ellende voorbijtrekken, Walen en Vlamingen zonder onderscheid. De Fransen begonnen met het aanleggen van een anti-tankgracht in het dorp. Dat gebeurde in de Statiestraat, vanaf de vijver, in de richting van de Molenhoek, langs de dreef voorbij het huis van de zusters Meul tot aan de vijver en links naar de spoorweg toe.

Nu kregen we eigenaardig genoeg ook Spanjaarden om putten en grachten te delven op Hill 60 en bij de spoorweg. Ze bleven hier een week lang logeren, ze verbleven per dertig in de hoeves van Vandepitte, Callewaert en Cappoen. Ze waren wel zelf voorzien van een keuken op een open vrachtwagen en een eigen medische dienst.

Er deden allerlei geruchten de ronde over de ondermijning van het vijverhuis en van de bruggen over de vestinggrachten te Ieper. De spoorwegbedienden die nu werkloos waren, werkten samen met de Fransen bij het maken van de anti-tankgrachten. De kwestie van het voedsel voor de vluchtelingen liet zich hier al sinds donderdag gevoelen en er waren extra middelen aangevraagd bij het hoger bestuur.

De voeding beperkte zich nu tot brood en eventueel nog wat koffie. Het Belgisch leger trok zich wanordelijk terug in de richting van Ieper. Vlaanderen zat nu propvol. Veel Zillebeekse soldaten kwamen nog eens snel naar huis. Bij de bevolking werd ingepakt om op de vlucht te slaan. Overal was er sprake van een heuse paniekstemming. De Duitse pantservoertuigen zouden al Péronne en Cambrai bereikt hebben.

Er werd een verdachte kerel opgemerkt op het Passendaleveld. Hij reed per fiets en was in het zwart gekleed. De mensen vonden hem een rare kwast. Wie reed nu per fiets en in het zwart gekleed rond op het Passendaleveld? Hij klopte aan bij een boer en vroeg iets in een vreemde taal. De boer begreep hem niet en de boerin evenmin. De man maakt met gebaren duidelijk dat hij eten en drinken wilde. Ze gaven hem een boterham en een glas melk. Toen vertrok hij en reed de bossen in, vast en zeker om te spioneren. Op Hill 60 werden potloden gevonden.

Je mocht ze niet oprapen want ze konden ontploffen. De Duitsers gooiden ze uit een vliegtuig om de mensen te kwetsen. Vader had gehoord dat de kanonnen al schoten tot in Kortrijk. Ze hadden een reikwijdte van wel dertig kilometer. Achter de tuin van de juffrouwen Verhelst hadden werklieden een loopgracht gedolven, zigzag onder de appelbomen door, wel honderd meter lang, twee meter diep en een meter breed. De uitgedolven aarde vormde een ideale borstwering. We speelden er nu soldaatje en bestookten elkaar met aardkluiten.

Overal op de weg werden barricades opgericht. De Belgische soldaten eisten daarvoor boerenwagens en landbouwmachines op, maar daar waren de boeren natuurlijk niet over te spreken en ze eisten schadevergoeding. De soldaten hielden er dag en nacht de wacht en iedereen die wilde voorbijkomen, moest zijn papieren laten zien. De vader van Norbert had met de hulp van de pastoor het Engels glasraam uit de kerk verwijderd en op een veilige plaats verstopt. Ze brachten nog andere kunstschatten in veiligheid. Ook de boeren verstopten hun paarden uit vrees dat de soldaten die zouden opeisen om er hun kanonnen mee voort te trekken.

In het dorp waren reeds vluchtelingen gearriveerd uit het binnenland, uit de omgeving van Antwerpen en Brussel. Gisteren vond er een luchtgevecht plaats boven de stad. Een Frans vliegtuig viel een Duitse bommenwerper aan. De lucht daverde van de knallen. Plots steeg het Duits toestel pijlrecht omhoog en stortte daarna als een steen naar beneden. We zagen opeens witte stipjes in de lucht, de bemanning had zich weten te redden met hun valscherm.

De mensen begonnen al te spreken over vluchten, maar niemand wist naartoe. De oude mensen dachten dat er opnieuw front zou gevormd worden in onze streek. En dat het opnieuw vier jaar zou duren. Moeder sorteerde al kleren in een valies. Vader stutte de kelder opdat die niet zou instuiken als er een bom op ons huis viel. Hij had ook een voorraad aardappelen klaargezet voor het geval we lang in de kelder zouden moeten schuilen.

Vlees hadden we voldoende want we hadden een varkentje in de pekel. En water konden we oppompen in het achterhuis. We zouden niet verhongeren. Als we zouden moeten vluchten dan zouden we onze katers moeten achterlaten, Thuur en Norbert Minoe, dat zou spijtig zijn. We zetten een kommetje melk buiten en voor de rest zouden ze wel muizen of vogels vangen om te overleven. Er deden geruchten de ronde dat er al gevochten werd aan de Leie. Dat kwam al gevaarlijk dichtbij. Vanochtend was er een bom gevallen op ‘Den Uil’.

Dit is een fragment uit Boek 1925-1945 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1925-1945
banner