banner
jun 15, 2026
12 Views
Reacties uitgeschakeld voor De storm van 8 november 1800

De storm van 8 november 1800

Written by
banner

Zaterdag 8 november 1800. Rond de middag was een vreselijke storm tot ontwikkeling gekomen door een draaiende wind die het merendeel van de huizen, kerken en andere gebouwen van de stad beschadigd had. Onder andere was de voorgevel van de kerk der gewezen jezuïeten, toebehorende aan Honoré van Lerberghe ingestuikt. Twee paarden werden gedood door het ineenstuiken van een stal, de toren van de karmelieten was naar beneden gekomen.

Buiten de stad en in het omliggende werd het grootste deel van de molens omvergeworpen. Zo onder andere deze van François Baus en Pieter Cappelle buiten de Mesenpoort, waarbij de jongste zoon van deze Baus de dood vond. Deze storm had geduurd tot rond 17u en had verder nog andere gebouwen zoals hofsteden en schuren geveld.

We hadden een schromelijke wind te verduren gekregen. De storm begon tussen 10u en 11u en niet één huis was ongeschonden gebleven. Doorheen het land waren heel wat molens omgeslagen. Men beweerde dat er in Rijsel wel zestig omgewaaid waren. In Ieper was dat het geval met de molens buiten de Mesenpoort, de oliemolen op de bassin buiten de Kaaipoort en nog een derde molen buiten de Mesenpoort.

Wat erg verwonderlijk was want die laatste werd buitennatuurlijk opgepakt door de wind en op enige afstand weer op de grond geplaatst, zonder enige breuk. Voorts werden er diverse torens en kerken getroffen in Ieper. Zo bijvoorbeeld de carmerskerk, ex jezuïetenkerk. Ter zee werden veel schepen weggesleurd. Men vernam uit de gazetten dat het tempeest in alle gemeenten had huisgehouden. En volgens het aanvoelen van veel mensen zou er na de middag tussen 14u en 15u sprake geweest zijn van een aardbeving, met donder en bliksem.

Met al die ongelukken waren er mensen die echt wel dachten dat hun laatste momenten aangebroken waren. Er kwam rond 17u een einde aan de storm. De schade voor de inwoners van Ieper was abominabel en dat was ook het geval in alle streken aan de zee en te lande, want veel herenhuizen, schuren, bomen kregen zware schade te verduren en er waren veel mensen gedood. Zo stierf er bij ons een molenaarsknecht onder de molen.

Hier op Reningelst was een verschrikkelijk tempeest van wind voorgevallen dat in mensengedachtenis nooit gezien of gehoord was geweest. De storm duurde van ‘s ochtends 11u30 tot 15u. Molen, huizen, schuren en bomen waren weggevlogen alsof ze stro waren geweest. De kasteelmolen die korte tijd geleden verkocht was aan mijnheer Kot en nog maar recent verpacht was een Pieter Van Dromme was omver gevlogen.

De stenen, de staak en de as waren tijdens zijn val intact gebleven. Het huis en de schuur van Jan Costenobel in zijn gebuurte werden zo goed als volledig omvergeblazen. De recent gebouwde stenen voorgevel van de hofstede van Pieter Jacobus Hennebel was gescheurd en ingestuikt, de kap lag van twee kanten open en overgevlogen dat het wel erg verwonderlijk was.

Ze waren er op dat moment bezig met het kaartspel. De vrouw des huizes had amper gezegd dat ze wel op hun gemak mochten zijn omdat alles hier nog nieuw was en enkele seconden later waren ze al aan het vergaan. De kaarten vlogen als de wind uit hun handen en men had ze niet meer teruggevonden. Bij Pieter De Weerdt was de schuur helemaal ineengestuikt en het dak was op de vruchten gevallen.

De zware Doornikse wagen staande in het wagenkot was daar weggelopen in de modder, zekere enkele stappen ver. De hofstede van Jan Bril werd bijna helemaal verpletterd. De Lokermolen, onlangs verkocht en sedert de brand vernieuwd, lag omgesmeten.

De Zwartebergmolen, eerder door de Fransen verbrand en nu opnieuw opgetrokken, werd eveneens door de wind omvergegooid. De Kemmelmolen was ondersteboven gevallen met de kap in het land en met de kruisplaten omhoog.

De molenaar was er onder verongelukt. Een molen buiten de Mesenpoort te Ieper was van zijn teerlingen geworpen en was nu vierkant op de grond blijven staan. Hij kon later weer op zijn geheel getakeld worden en kort daarna zou hij weer draaien. Op de Casselberg waren elf molens omgevlogen. Alleen de stenen molen was blijven staan. In de omgeving van Brussel had de wind de molen met zodanige snelheid doen draaien dat die vuur vatte en een hofstede in brand gestoken had.

Dit is een fragment uit Boek 1785-1829 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1785-1829
banner