banner
mei 25, 2026
6 Views
Reacties uitgeschakeld voor Grote werken aan Zillebekevijver

Grote werken aan Zillebekevijver

Written by
banner

Donderdag 7 mei 1908. Wanneer zouden we de aanbesteding hebben van de bestening van de Maloulaan waarover men sedert drie jaar sprak? Het was nu het moment om aan de werken te beginnen! Maar ze zouden misschien wachten tot toekomende winter wanneer de dagen kort zouden zijn en onderbroken door slecht weer. Omdat we het nu toch hadden over de Maloulaan, verwonderde het ons grotendeels dat diegenen die belast waren met het planten van de bomen en met hun onderhoud nog geen enkele verdroogde boom vervangen hadden sedert twee jaar. We hadden met genoegen gezien dat de enkele rododendrons die verleden jaren geplant waren, nu vervangen waren door gegriffelde rododendrons.

Op de binnenwandelwegen hadden we met spijt gezien dat straatbengels jonge populieren gebroken en nieuwe beplantingen beschadigd hadden. Wat men er ook van kon zeggen; de opvoeding van de Ieperse jeugd liet veel te wensen over. Zou men geen strengere verordening kunnen uitgeven over het verkeer in onze lanen? Dat ons stadsbestuur eens een voorbeeld nam aan Duitsland waar men zeer streng was, maar de parken zeer schoon en goed onderhouden waren. Geen enkel kind, beneden de 14 jaar dat niet vergezeld was van zijn ouders of verantwoordelijke personen mocht in de waranden of in de parken treden. De straffen waren streng en werden stipt toegepast. Maar het was natuurlijk wel waar dat de overheid hier bang was zijn kiezers te misdoen.

Zaterdag 16 mei 1908. De aanbesteding van de werken aan Zillebekevijver vonden plaats. We hadden op 27 mei 1907 gelezen dat de stad Ieper van plan was om rondom Zillebekevijver oevers te maken en zuiver water uit die vijver via ijzeren of cementen buizen naar Ieper te sturen. Toch hadden deze plannen met grote onvoorziene kosten te maken. Eerst en vooral had de stad voor 3.000 frank grond gekocht tot ongeveer 200 meter over de kerk van Zillebeke om daarin een ijzeren of cementen buis te kunnen leggen die zou lopen tot bij de vijver, tot in de bestaande vijverbeek. Het water van de hoogte over Zillebeke-Plaats zou zuiverder zijn dan dat van de beek bij het kerkhof en de huizen van de dorpsplaats en daarom zou dit laatste water niet in de vijver gelaten worden, maar afgeleid naar een zijgracht.

Bij de ingang van de vijver, langs de kant van Zillebeke zouden er twee sluizen gemaakt worden, waarvan de ene het zuiver water doorgang zou verlenen naar de vijver en de andere het vuil water van Zillebeke-Plaats en van beide lange vijverkanten zou laten wegspoelen naar de Ieperse stadsgrachten. Daarom zou er langs de linkse kant van Zillebekevijver een afleidingsgracht gedolven worden die met de bestaande vijverbeek, Ieperwaarts gelegen verbonden zou worden.

Het zou van hier zijn dat er vanuit de beek ijzeren of cementen buizen geleid zouden worden om het schoon water van de vijver naar Ieper te laten lopen. Die buis zou 2.250 meter lang zijn met een opening van 40 cm. Ze zou de vijverbeek volgen langs de ijzerweg Ieper-Roeselare en er dan langs geleid worden via de overkant van de stad Ieper tot aan de gracht van Van Winsen ‘s hoving.

Van hier zou ze de richting nemen van Lapiere’s steenkapperij waar ze in verbinding zou kunnen gebracht worden met de bestaande buizen die enerzijds naar het Esplanadeplein en anderzijds naar het Waterkasteel liepen, of waar ze misschien haar water zou lossen in een waterkom of reservoir voor Lapiere’s steenkapperij. Rond de vijver moesten er 54.187 m³ aarde verlegd worden. De rechteroever, langs Seys’ steenbakkerij zou 1.065 meter lang zijn, met een doorsnee van 1m50 hoog met een breedte van meer dan 4 meter. De linkeroever, langs Desmyter’s hofstede zou 1.019 meter lang zijn, met een breedte van boven de 8m. De oever in de richting van Ieper zou slechts met 50 cm verhoogd moeten worden.

Donderdag 11 juni 1908. Het stadsbestuur had tijdens zijn zitting van 23 mei jongstleden Henri Gheyle van Heist aangewezen voor het uitvoeren van de verbeteringswerken aan Zillebekevijver. Volgens archivaris Lambin begon men rond 24 juli 1285 met het delven van deze uitgestrekte waterplas. Op diverse tijdstippen werd de vijver gebaggerd of gezuiverd en verdiept, en de laatste keer was nu 60 jaar geleden.

Het was op 15 oktober 1845 dat de stadsraad aan het college van burgemeester en schepenen had toegelaten om onder zijn zorg belangrijke werken aan Zillebekevijver uit te voeren, ter verbetering van het water. Men besloot toen dat, om een goed toezicht op de werken te kunnen houden men geen andere arbeiders zou bezigen dan diegenen die in de stad woonden. Dit plan moest weer dan eens uitgesteld worden door gebrek aan voldoende geldmiddelen.

In februari of maart 1846 werd de heer Van Praet, conducteur van Bruggen en Wegen te Ieper, belast om een plan en een bestek op te stellen betreffende de kosten van het werk. Hij had die dan geschat op 49.000 frank, daarin niet inbegrepen het uitdelven en vervoeren van 103.713 m³ modder en aarde. Hij berekende dat de stad 1 hectare en 10 are aan goede grond zou bijwinnen.

Toen werd wiskundig bewezen dat wanneer men door het uitdelven en opvoeren, het watervolume op een hoogte van 3 meter boven de rooster 322.000 m³ zou bevatten in plaats van de vroegere 294.172 m³. Dat ontwerp kreeg pas in het begin van november 1848 een begin van uitvoering. Rond die tijd heerste in Vlaanderen een grote armoede, veroorzaakt door een langdurige landbouwcrisis. De overheden probeerden toen met alle mogelijke middelen de armoede te verzachten en drongen overal aan dat men de werklozen ter hulp zou komen.

De werken aan Zillebekevijver werden dus aangevangen en spaarzaam uitgevoerd onder het toezicht van Henri Iweins-Fonteyne, de toenmalige schepen van wie zijn kleinzoon Henri Iweins d’Eeckhoutte momenteel gemeenteraadslid was. De rechterkant van de vijver werd als eerste voltooid, gedurende de winter 1848-1849. Meer dan honderd Ieperlingen, vaders van families vonden er hun broodwinning.

De kosten beliepen toen 15.207 frank. Gedurende het gure jaargetijde 1849-1850 werd de linkerkant van de vijver afgewerkt en dat tegen een kost van 14.496 frank. Wat nu de aanpassingswerken betrof die onlangs in aanbesteding waren gegeven en eerstdaags van start zouden gaan, betrof het – aan de rechter kant – de aanleg van een dam van 1.065 meter lengte op 4 meter breedte, op een hoogte van 1,50 meter.

Aan de linkerkant zou de dam 1.019 meter lang zijn, 3 meter hoog en 8 meter breed. Het ophogen van de twee andere zijden van de vijver, deze aan de kant van de stad zou ongeveer 50cm bedragen. Deze omdamming zou als resultaat hebben dat het water een meter hoger zou kunnen opgehouden worden en zodoende de capaciteit van de vijver met 150.000 m³ zou verhogen terwijl die nu 300.000 m³ was. De verbinding van de vijver met de stad zou gedaan worden d.m.v. buizen in geutijzer aan dewelke ons stadsbestuur de voorkeur had gegeven.

Dit is een fragment uit Boek 1877-1913 van De Grote Kroniek van Ieper

Article Categories:
1877-1913
banner